MedischOndernemen.nl
|
||
Zorg en ict: de zorg is toe aan versie 2.0 |
|
Door Lucien Engelen (@zorg20 op Twitter) Omdat de rol van de patiënt steeds meer verschuift naar een rol als consument, worden er ook hogere eisen gesteld aan de informatievoorziening. Patiënten zoeken actief naar online informatie over hun klachten en proberen zich een beeld te vormen van mogelijke diagnoses. Dat veel online informatie kwalitatief niet deugt, of van andere patiënten afkomstig is, maakt de moderne infozoeker niet uit. Er is vraag, en aan die vraag voldoet het internet. Zorg 2.0 Ambassadeur van het UMC St Radboud, Lucien Engelen, roept in den landen dat de patiënt de arts in toenemende mate voorbij streeft als het om e-Health gaat. “Laat artsen en zorginstellingen nu zorgen voor informatie die kwalitatief wel goed is. Speel in op die groeiende vraag naar e-Health,” zegt Engelen. Dat klinkt aardig, maar wat betekent dat? En wat is e-Health? Hoe belangrijk is Zorg 2.0 en hoe gaan we om met Dr. Google, die steeds vaker met de patiënt meekomt op het spreekuur? e-Health De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg formuleert het als volgt: e-Health is het gebruik van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, en met name internettechnologie, om gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen of te verbeteren. Tijdens de opening van WoHIT 2010, gaf vice president van de Europese Commissie, Neelie Kroes aan welke positie eHealth gaat innemen in haar Digitale Agenda. Uit enkele statements blijkt dat het essentieel is dat de burger, of patiënt zelf een actieve rol in e-Health krijgt. Zorg 2.0 Zorg 2.0 staat voor een nieuwe verhouding tussen zorgverlener en patiënt. Deze vloeit voort uit de mogelijkheden van internet, met name sociale media, en het toenemende zelfbewustzijn van de patiënt. Maar de werkelijke betekenis van zorg 2.0 gaat veel verder dan het internet. De communicatie tussen patiënt en zorgverlener(s) is drastisch aan het veranderen, en de trend richting collaborative healthcare is onmiskenbaar. Dus niet alleen de patiënt, maar ook de politiek wil e-Health. Moet de arts nu gaan Twitteren met zijn patiënten? Of online spreekuur houden? En wat wil die patiënt precies? Volgens Engelen is het een wisselwerking tussen zorgverlener en patiënt. “De twee versterken elkaar. En daar ligt een grote kans voor beide partijen.” Zo vertelt Engelen over een initiatief van het UMC St Radboud, wij vragen het online publiek waar zich in Nederland AED’s bevinden, omdat niemand dat exact weet. Via sociale media wordt alle informatie verzameld en in kaart gebracht op de website www.AED4.eu. Inmiddels is er geen uitputtend, maar wel een heel goed overzicht van de beschikbare defibrillatoren. “Als er iemand een hartaanval krijgt staan er bij wijze van spreken dertig mensen omheen,” zegt Engelen. “Nu hopen we dat er een de ambulance belt en bijstand verleend, en dat een ander zijn iPhone pakt om zo’n ding alvast te halen.” En ook dat is e-Health. Het Rode Kruis, de Nationale EHBO-bond en IedereenEHBO hebben zich achter dit initiatief geschaard en momenteel dit project verder uitgerold naar andere EU landen en de VS. Maar terug naar de informatiezoekende patiënt. De wachtkamer ligt vol met brochures over allerlei aandoeningen en steunpunten. Van stoppen met roken tot over de sociale en emotionele gevolgen van reuma. Aan alles is gedacht. “De online informatievoorziening wordt al een stuk beter als we beginnen met het online zetten van deze informatie,” zegt Engelen. “Zo’n ingrijpende stap is dat niet, de informatie moet wel vertaald worden naar on-line begrippen..” Daarnaast moeten medici beginnen te voorzien in meer inhoudelijke informatie over een ziekte of aandoening, zodat online informatie geautoriseerd en daarmee kwalitatief beter wordt. “Bij veel medici bestaat nog de gedachte dat het online informatie zoeken nog wel te stuiten is, maar de aanstormende ‘generatie Y’ zit gemiddeld achttien uur per week online. Wij keken nog in het telefoonboek, maar ik moest mijn zoon van dertien laatst uitleggen waar we dat ding eigenlijk voor nodig hebben…” Door de informatiebehoefte van de patiënt te respecteren en hier gericht op in te spelen, kan de verhouding arts-patiënt volgens Engelen aanzienlijk verbeteren. Zorginstanties die kennis online aanbieden merkten dat hiermee de kwaliteit van zowel het ‘patiënt zijn’ als het ‘arts zijn’ toenam. Patiënten kwamen goed geïnformeerd op het spreekuur, en de gereserveerde tien minuten werden besteed aan zaken die er echt toe deden. Dit werd door beide partijen als positief en constructief ervaren. “We laten de patiënt deel uit maken van het team,” zegt Lucien Engelen. “Dat is de ambitie van het UMC St Radboud voor de komende jaren, en techniek zal hier een voorname plaats bij innemen.” Meer weten : www.zorg20.nl Lucien Engelen (@zorg20 op twitter) Jolanda Clement, iSoft |
| Lees ook: |
|---|
|

Stel: je hebt 17 jaar gestudeerd, en tijdens een consult van 10 minuten komt er een patiënt binnen met 5 uitdraaien van Google in zijn hand, die zegt: ‘Dokter, ik weet wat ik heb. En als u mij die pillen geeft ben ik weg en kunt u lekker verder met uw spreekuur…’ Het zou je maar overkomen.