Column: Koffie in de wachtkamer |
|
Wachten is zo ongeveer wel het naarste wat mij kan overkomen. Ik ben namelijk een doener. De wachtkamer is dan ook bij uitstek een plek waar ik nogal met mezelf geconfronteerd word. Mijn ervaring is dat wachttijd altijd langer duurt dan verwacht. Best lastig om die wachttijd te gebruiken voor iets zinnigs, zoals een moment-voor-jezelf bijvoorbeeld. Door Michel van Buren, senior consultant BLMC Als ik om me heen kijk in een wachtkamer, zie ik twee categorieën mensen. De ene groep kijkt weg en ontkent zijn bestaan. De andere groep praat vooral over het weer. De geladenheid van een dreigend oordeel van de tandarts (gaatje!) of een akelige aandoening (huisarts) hangt in de lucht. De basisemotie die hieraan ten grondslag ligt, is voor een ieder herkenbaar: angst. Best lastig voor artsen om elke keer daarmee te moeten dealen. In een presentatie die ik kortgeleden gaf voor hoger kader van drie defensieonderdelen, liet ik een fragment zien uit Kijken in de ziel, die prachtige serie van de RVU over toppsychiaters die geïnterviewd werden over hun vak en zichzelf. Zij bevestigen dat angst hoog op de trap staat van belemmerde factoren voor een gezond leven. De mens staat dan ook altijd centraal in onze aanpak. Dit betekent onder andere: draagvlak creëren door tweezijdige communicatie. Niet achteraf, maar meteen aan het begin van het verandertraject. Betrokkenheid is het sleutelwoord. En trouwens: als je merkt dat het werk eigenlijk veel leuker wordt door die veranderingen - meer tijd voor zorg verlenen – dan kan de arts, assistente of praktijkondersteuner het ook daadwerkelijk ervaren als een positieve verandering. Lees ook:Innovatieve facilitaire ontwikkelingen bij gezondheidscentra
Commentaar (0)
![]() |




