|
||
Levensloop: nu of nooit! |
|
Het levensloopsaldo mag vanaf 2013 ook overgeheveld worden naar de nieuwe Vitaliteitsregeling. Het Ministerie van Financiën heeft een nieuw informatieblad uitgegeven. Handig en nodig want de informatie die diverse partijen, waaronder het PGGM, aan haar deelnemers verspreidt, is niet altijd helemaal juist of compleet. Daarna is het niet meer mogelijk om in te leggen. De scheiding van ‘in principe’ ligt op een saldo van € 3.000 per 31 december 2011. De werknemer die per die datum dat saldo of meer op de levenslooprekening heeft staan, mag doorgaan met levensloopsparen. Ook na 2013. Het gehele levensloopsaldo mag in 2013 naar de vitaliteitsregeling worden overgeheveld. Dat mag ook als het meer dan € 20.000 is. Na 2013 geldt bij overheveling wel het maximum van € 20.000. Het meerdere wordt direct belast. De vitaliteitsregelingDe levensloopregeling kwam tot stand om sociale partners in het Pensioenakkoord op één lijn te krijgen. Dat geldt nu ook weer voor de vitaliteitsregeling, althans zo legt een aantal partijen dat uit. De vitaliteitsregeling gaat in per 1 januari 2013 en is toegankelijk voor werknemers en IB-ondernemers! Het gespaarde bedrag per jaar is maximaal € 5.000 en kan in box 1 afgetrokken worden (net als lijfrentepremie). Het maximale vitaliteitssaldo bedraagt € 20.000. Na vier jaar maximaal sparen is de regeling dus vol en kan alleen nog hoger worden door rente of rendement. Het saldo valt niet in box 3. De besteding van het saldo is geheel vrij, maar over de opname moet uiteraard wel belasting betaald worden. Wel kent de regeling een beperking van het opneembare bedrag voor personen, die op 1 januari van het kalenderjaar 62 jaar of ouder zijn. Zij mogen per jaar maximaal € 10.000 opnemen. Het tegoed moet zijn opgenomen vóór het bereiken van de 65- jarige leeftijd. Als een oudere deelnemer meer dan € 10.000 per jaar opneemt, of bereikt de deelnemer de leeftijd van 65 jaar, dan is het hele tegoed ineens belast in box 1. Onze reactieZoals gebruikelijk kraaien alle betrokkenen bij een bereikt akkoord victorie. Zo lijken er alleen maar voordelen te zijn bereikt. Zandstormen woeden niet alleen in de Sahara, wel zijn ze daar beter zichtbaar. Onze ogen raken inmiddels al geïrriteerd en wij zelf gaan ook die kant op. In volgorde van fiscale aantrekkelijkheid staat spaarloon op 1, levensloop op 2 en de vitaliteitsregeling op… 99. Hier is heel goed zichtbaar dat de combinatie fiscaal voordeel voor de burger en fiscaal nadeel voor de overheid, nooit een lang leven beschoren kan zijn. Deze voorbeelden zijn overigens niet limitatief. Werkgevers zijn best bereid om ouderen langer in dienst te houden, mits er een goed evenwicht is tussen inspanning en beloning. Wil je dat soepel inrichten, dan moeten sociale partners de mogelijkheid hebben om gebruik te kunnen maken van flexibel inzetbare financieringsbronnen op werknemerniveau. Daar helpt een schamele € 20.000 van de vitaliteitsregeling niet echt aan mee.
|
| Lees ook: |
|---|
|


De levensloopregeling heeft z’n langste tijd gehad. Alleen levensloopspaarders die eind 2011 minimaal € 3.000 aan levenslooptegoed hebben, mogen in principe doorgaan met levensloopsparen. 
