Banner

Hoe financiert u een zorgonderneming? - Hoe financiert u een zorgonderneming? (3)

Hoe financiert u een zorgonderneming?Welke mogelijkheden bestaan er voor het lenen van geld? Waar moet men op letten? En wat zijn de valkuilen? Om enig licht te brengen in de wereld van de geldverstrekkers zetten we de mogelijkheden op een rij.

Door Edwin Brugman, verbonden aan VVAA financieel en economisch adviesbureau

De meest bewandelde weg is die richting een bank. Zoals bekend genereert de bank (onder meer) zijn verdiensten aan het verschil tussen de ontvangen rente en de betaalde rente. Hoe hoger het risico voor de bank, hoe hoger de rente zal zijn die de bank vraagt voor uitgeleende gelden.

Als een stevig onderpand aanwezig is, zoals bijvoorbeeld een praktijkpand, zal voor de geldlening daarvoor doorgaans een lagere rente worden gevraagd dan bijvoorbeeld voor een lening voor goodwill. Immers, een praktijkpand zal gemakkelijker kunnen worden verkocht dan de ondernemingsactiviteiten (waarvoor de goodwill moet worden betaald).

In veel gevallen zal een zorgondernemer – ongeacht de rechtsvorm van de praktijk – hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een groot deel van de schuld die hij of zij aangaat voor de opzet van de zorgonderneming.

Informal investors voor uw praktijk

Een alternatief waar met name zorgondernemers met ambitieuze plannen voor groei zich tot wenden is de groep zogenaamde ‘informal investors’. Dit zijn mensen die kapitaal beschikbaar stellen om te investeren in jonge ondernemingen. Aangezien zij qua risico verder gaan dan een bank, eisen zij meestal een deel van het bedrijf op.

Voorbeeld: de bank haakt af...

Een kleine groep medische professionals heeft grote plannen. Het is de bedoeling om een grootschalige medische zorgpraktijk op te zetten. De groep gelooft in toenemende concurrentie, en wil die niet afwachten maar zelf het initiatief nemen. De zorgpraktijk moet gaan concurreren met een aantal andere zorgverleners binnen de regio. De bank heeft twijfels en haakt af. De groep benadert een zogenaamde ‘informal investor’. Die besluit mee te doen. Hij verkrijgt 20 procent van het aandelenkapitaal in de nieuwe onderneming in ruil voor de verstrekking van geldleningen voor het pand, de inrichting en het startkapitaal. Bovendien bedingt hij dat uit de verwachte winsten eerst de door hem geïnvesteerde gelden aan hem zullen worden terugbetaald.

Een andere manier om aan geld te komen is lenen bij particulieren. Om particulieren te motiveren om geld te lenen aan startende ondernemers is zelfs een fiscale faciliteit in het leven geroepen, de zogenaamde ‘Regeling Durfkapitaal’. Vroeger was de naam voor deze regeling ‘Tante Agaathregeling’ Die naam wordt nog steeds gebruikt, zij het niet formeel. Met name in de familiesfeer wordt nog al eens gebruik gemaakt van deze regeling.


Regeling Durfkapitaal

De voordelen van de ‘Regeling Durfkapitaal’ voor de geldverstrekker:

  • Extra vrijstelling in box 3;
  • Aanvullende heffingskorting van 1,3% van (het gemiddelde van) de verstrekte geldleningen;
  • Aftrekpost op het inkomen in box 1, 3 of 2 bij een eventueel verlies (onder voorwaarden).

De voorwaarden voor de ‘Regeling Durfkapitaal’:

  • de lening moet worden verstrekt aan een startende ondernemer;
  • de leningovereenkomst moet voldoen aan allerlei voorwaarden (de lening moet onder andere achtergesteld zijn);
  • de rente mag maximaal de wettelijke rente bedragen.

Ook is het mogelijk om op een andere manier aan geld te komen. Leasen is een manier van financieren die met name voor auto’s wordt toegepast, maar steeds vaker ook gebruikt wordt door medische professionals voor de financiering van bijvoorbeeld de inrichting van een praktijkpand. Vaak gaat het dan om een leasevorm die wordt aangeduid als ‘financiële lease’. Deze vorm staat in praktische zin heel dicht bij een gewone geldlening. Een alternatief voor de financiële lease is de ‘operationele lease’. Deze leasevorm staat dicht bij huurkoop.

Risico's voor uw zorgonderneming

Welke geldbron kan de zorgondernemer nu het beste benutten? Die vraag kan niet zomaar beantwoord worden. We moeten bijvoorbeeld kijken met hoeveel risico’s de opzet van de nieuwe zorgonderneming gepaard gaat. Is sprake van een bewezen concept, en wordt dat concept feitelijk uitgebreid, dan zal de zorgondernemer waarschijnlijk de keuze hebben uit verschillende mogelijkheden. Aangezien informal investors doorgaans meer rendement wensen dan een gewone rentevergoeding, lijkt het inschakelen van een dergelijke partij niet voor de hand te liggen.

Dat is pas wenselijk als financieren op een andere manier niet lukt, of indien de zorgondernemer de financiële risico’s niet alleen kan of wil dragen. Hij of zij dient zich dan te realiseren dat bij toekomstige winsten zal moeten worden gedeeld. Deskundig advies inwinnen en begeleiding inschakelen bij de onderhandelingen met een informal investor is beslist geen overbodige luxe.

Opteren voor de ‘ Regeling Durfkapitaal’ kan altijd worden overwogen. Of het voor de ondernemer aantrekkelijk is hangt af van de hoogte van de rente.

Oppassen is het met het beoordelen van offertes. Of het nu gaat om een voorstel voor een bancaire lening of voor een leaseconstructie, veel mensen beoordelen een offerte aan de hand van de rente, en vergeten andere belangrijke zaken. Mag wel boetevrij worden afgelost als het praktijkpand wordt verkocht? En als de zaken beter gaan dan verwacht, hoeveel mag er dan boetevrij worden afgelost? En hoe wordt de rente berekend? Het genoemde percentage kan effectief nog al eens afwijken van het geoffreerde percentage. En hoe flexibel bent u eigenlijk?


Voorbeeld: Mevrouw Lobith en de banken

Mevrouw Lobith koopt een tandartspraktijk. Zij gaat naar bank A voor een offerte voor de gehele overname. Bank A offreert haar een aantal geldleningen: een voor het pand, een voor de overname van de inventaris en inrichting en een voor het werkkapitaal. Mevrouw Lobith heeft een goede kennis die werkzaam is bij bank B, een bank die vooral vastgoed financiert. Zij krijgt daar voor de financiering van het praktijkpand een lagere rente. Bank B vraagt wel een hogere hypothecaire inschrijving, maar dat vindt mevrouw Lobith een papieren kwestie.Zij besluit uiteindelijk het praktijkpand bij bank B te financieren.

Twee jaar later wil mevrouw Lobith de praktijk opnieuw inrichten. Zij beschikt niet over de middelen en moet weer bij de bank aankloppen. Bank A wil haar de financiering wel verstrekken. Bank B niet, want dat is een vastgoedbank. Bank A wil haar wel een aantrekkelijke rente offreren, maar alleen als zij extra zekerheden verstrekt. Die zekerheden zijn te vinden in het praktijkpand, dat meer waard is geworden. Oversluiten van de hypothecaire geldlening van bank B naar bank A kost haar veel geld.

De keuze voor de lagere rente beperkt mevrouw Lobith uiteindelijk in haar investeringsplannen. Wellicht had zij beter goed kunnen stil staan bij de nadelen van de keuze voor een gesplitste financiering.

Van groot belang is een goede voorbereiding voordat u als zorgondernemer naar een geldverstrekker stapt. Maak een goede en realistische begroting, en onderbouw de aannames. Laat u goed voorlichten over alle voor- en zeker ook nadelen van een financieringsvoorstel en de alternatieven. Zorg er ook voor dat de tijd geen spelbreker wordt. Wees ervan bewust dat veel geldverstrekkers een overlijdensrisicoverzekering als dekking willen. Vaak is daarvoor een keuring nodig. Voor u betekent dat onzekerheid totdat het bericht doorkomt dat er geen bezwaren zijn. Bovendien verzwakt uw onderhandelingspositie richting bank naarmate u zelf meer haast krijgt.

(Pagina 3 van 3)
 


Lees ook: