Banner
| Afdrukken |

Beroepspensioenfondsen en uw pensioen (2)

MO

Het verschil met de benchmarks zegt weinig. We kunnen op basis van de cijfers van één jaar niet zeggen dat het beleid van een fonds slecht of goed is.

Een tweede manier om de beroepspensioenfondsen te vergelijken is door naar hun kosten te kijken. Tabel 3 geeft de kosten per deelnemer aan, met daarnaast het percentage van het beheerd vermogen dat aan kosten opgaat.

Tabel 3, klik op de afbeelding voor een vergroting

Pensioenfonds

Vooral dat laatste percentage zegt iets over het fonds. We zien dat die percentages onder de 0,5% liggen, behalve bij SPV (verloskundigen), waar het kostenpercentage over 2008 1,01% bedroeg. Deze relatief hoge kosten zullen voortkomen uit het feit dat het een klein fonds is. Dat het aantal deelnemers grote invloed heeft op de uitvoeringskosten van een regeling blijkt uit een onderzoek dat PriceWaterhouseCoopers eerder dit jaar uitvoerde naar de kosten bij verzekeraars en pensioenfondsen. Tabel 4 geeft een indruk van de gemiddelde kosten per deelnemer in drie ordes van grootte.

Tabel 4

Pensioenfonds

Het belangrijkste aspect van de financiële toestand van de fondsen zijn misschien wel de dekkingsgraden. Tabel 5 geeft de dekkingsgraden eind 2008 en eind derde kwartaal 2009, met daarbij de vereiste dekkingsgraad van de fondsen.

Tabel 5

Pensioenfonds

 

De dekkingsgraad van een fonds is gedefinieerd als de bezittingen gedeeld door de verplichtingen. Op de verplichtingen zijn factoren van invloed als de hoogte van de toegezegde pensioenen, de leeftijd van de deelnemers, de toezeggingen wat betreft indexatie, enzovoort. De bezittingen worden gevormd door het belegde kapitaal. De vereiste dekkingsgraad wordt mede bepaald door het risico dat een fonds loopt met zijn beleggingen.

Tabel 5 laat zien dat de fondsen er niet goed voorstonden einde 2008: 7 van de 8 verkeerden in onderdekking. De situatie zou nog verder verslechteren tot maart 2009.

Toezichthouder

De Nederlandsche Bank eiste begin 2009 gedetailleerde herstelplannen van ieder fonds met onderdekking, waarin aangegeven moest worden welke maatregelen getroffen waren om er binnen vijf jaar weer bovenop te komen.  Een half jaar later lijken de herstelplannen alweer grotendeels achterhaald. De beurskoersen staan 50% hoger en de swaprente is weer teruggekeerd tot normale niveaus, waardoor de dekkingsgraden spectaculair zijn verbeterd. Uiteraard geeft niemand garantie dat dit zo blijft. Aanhangers van de dubbele dip of het W-vormig herstel verwachten in 2010 een flinke inzinking van de beurzen.

Pensioenfondsen onderzoeken momenteel of riscobeheersing en kostenbesparingen hun rendementen kunnen verbeteren. Onzekerheden alom dus, maar wie zelf voor het eigen pensioen moet sparen is verzekerd van twee dingen: de kosten zijn hoger dan in een fonds, en hogere rendementen gaan gepaard met hoge risico’s.

 


Lees ook: