Banner
| Afdrukken |

De oldtimer van de zaak

oldtimer

Zoals algemeen bekend rijden veel ondernemers en werknemers een auto van de zaak. Waar werknemers zich meestal beperkt weten door een budget en richtlijnen die door hun werkgever worden vastgesteld, kunnen ondernemers zelf bepalen wat voor een auto zij wensen te rijden. Dat de kosten dan ten laste van de winst kunnen worden gebracht is uiteraard mooi meegenomen.

Laatst gewijzigd op 6 januari 2007

Gelden er dan nog beperkingen voor wat betreft de kostenaftrek? Het antwoord hierop is: in beginsel niet. De belastinginspecteur mag namelijk niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten en beoordelen of het wel verstandig is dat u als ondernemer veel geld uitgeeft aan een auto. Van exceptionele uitgaven zal bij een auto niet snel sprake zijn. Situaties waarvan de zakelijkheid wel in geschil was, zijn bijvoorbeeld het kopen van een eigen vliegtuig van de zaak of het houden van renpaarden voor reclamedoeleinden.

Bijtelling privé-gebruik

Een correctie die de inspecteur wel kan maken is de bijtelling voor privé-gebruik. Immers, als de ondernemer/werknemer de auto voor privé-doeleinden gebruikt dan moet een bijtelling op het inkomen worden toegepast. De bijtelling bedraagt 22% van de cataloguswaarde van de auto als de auto voor meer dan 500 kilometer per jaar privé wordt gebruikt.

Wanneer de ondernemer/werknemer aan de bijtelling wenst te ontkomen dan is er maar een oplossing: aannemelijk maken dat er minder dan 500 kilometer privé wordt gereden. Er geldt een vrije bewijsleer. Dit betekent dat de belastingplichtige ieder argument kan aandragen dat zijn lage privé-gebruik ondersteunt. In de praktijk komt het erop neer dat een sluitende rittenadministratie moet worden bijgehouden.

Oldtimer

Wanneer wordt gekozen voor een oldtimer dan betekent dit dat de ondernemer alle restauratiekosten ook voor rekening van de zaak kan laten komen. Deze kosten zullen het karakter van onderhoud overtreffen, waardoor de totale kosten niet in één keer ten laste van de winst kunnen worden gebracht. Het totaal van de kosten zal moeten worden geactiveerd op de ondernemersbalans. Vervolgens kan gedurende een periode van 5 jaar een evenredig deel van de restauratiekosten in aftrek worden gebracht op de winst.

Ook voor een oldtimer geldt dat een bijtelling voor eventueel privé-gebruik moet worden aangegeven. Belastingheffing over 22% van de cataloguswaarde zou echter niet zo’n grote aderlating hoeven te zijn omdat de oorspronkelijke cataloguswaarde vaak niet al te hoog is. De wetgever heeft echter een stokje gestoken voor deze aantrekkelijke manier van het opknappen van een oldtimer en bepaalt dat voor auto’s die langer dan 15 jaar geleden in gebruik zijn genomen niet de cataloguswaarde maatgevend is maar de waarde in het economische verkeer.

Heeft u dus een oldtimer voor € 40.000 laten restaureren dan zal de waarde in het economische verkeer waarschijnlijk altijd rond dat bedrag liggen of zelfs nog hoger zijn waardoor de bijtelling voor privé-gebruik op een normaal niveau komt te liggen. Het fiscale voordeel is dan dus beperkt en de oldtimer is niet extra aantrekkelijk ten opzichte van een nieuwe auto.

Degelijke oldtimer

Als u echt op de autokosten wilt besparen dan kunt u beter kiezen voor een degelijke oldtimer. Hiermee wordt gedoeld op een auto van het type Volvo, Mercedes, BMW of elke andere auto die goed is onderhouden en ouder is dan 15 jaar. Door de vaak goede staat van de motoren kunnen de onderhoudskosten aan de lage kant blijven.

Omdat ook voor deze auto’s de waarde in het economische verkeer als maatstaf voor de bijtelling geldt, kan hier wel een voordeel worden behaald. Immers, de waarde is meestal slechts enkele duizenden euro’s waardoor de bijtelling beperkt blijft.

Al met al lijkt een rekensom vooraf onontbeerlijk voordat u besluit een oldtimer via de zaak aan te schaffen.


 


Lees ook: