Banner
| Afdrukken |

De ultieme geldlening

MO

Er wordt veel gesproken over financieren. En begrijpelijk. Want in bijna alle gevallen begint een succesvolle onderneming toch met een tocht langs financiële instellingen.

En het lenen van grote bedragen – dat vaak gepaard gaat met hoofdelijke aansprakelijkheid – is een ingrijpende aangelegenheid. Welke financieringen bestaan er zoal? Welke voor- en nadelen kennen de verschillende vormen? Waar moet u op letten als u geld leent? En tenslotte: bestaat de ultieme geldlening?

Lenen is handel in geld

Allereerst een kleine economie-les: lenen is eigenlijk handel in geld. Stelt u zich voor, iemand heeft geld over en wil graag een aardige rente ontvangen en zet het geld op een deposito voor – stel – 4%. De bank kan dat geld vervolgens aan u lenen en vraagt bijvoorbeeld 5,5%. En verdient zo 1,5%. Hoewel dit een sterk vereenvoudigde weergave is, is het eigenlijk wel zoals het gaat. Met andere woorden: de bank is niets anders dan een handelaar. En de verdiensten bestaan uit het verschil tussen de betaalde rente en de ontvangen rente.

Voor de bank is het heel belangrijk om ervoor te zorgen dat het risico dat u het geld niet kan terugbetalen zo klein mogelijk is. En daarom wil de bank zoveel mogelijk zekerheden hebben. Denk bijvoorbeeld aan de hypothecaire zekerheid op een woning of praktijkpand. Het verstrekken van zekerheid lijkt in eerste instantie niet zo’n probleem. Immers, de zekerheden worden slechts dan ingewonnen als u niet kunt betalen. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin u extra geldleningen nodig hebt. Juist in dergelijke situaties zijn zekerheden belangrijk.

Tegengestelde belangen

Uit het feit dat het om handel gaat kunt u afleiden dat er tegengestelde belangen bestaan. U heeft er belang bij om zo min mogelijk rente te betalen, en zo min mogelijk zekerheden ‘weg te geven’. Zekerheden weggeven kan namelijk maar één keer! Bovendien heeft u niet alleen belang bij een zo laag mogelijke rente, u heeft er ook belang bij om die rente zo lang mogelijk laag te houden. Het gaat dan om de zogenaamde rentevaste periode.

Verder heeft u belang bij een zo hoog mogelijke boetevrije aflossing. Want normaal gesproken vraagt de bank een periodieke aflossing. Maar het staat u niet zomaar vrij om meer af te lossen. De bank heeft namelijk bij het ‘inlenen’ van het geld dat weer aan u is geleend rekening gehouden met een bepaald aflossingspatroon. Als u zomaar meer aflost ondervindt de bank daar hinder van, en kan het de bank zelfs geld kosten. Daarom hanteert de bank boeterente bij gedeeltelijke of gehele aflossing wanneer deze hoger is en/of eerder plaatsvindt dan volgens de afgesproken datum. Hoe meer u boetevrij kunt aflossen, hoe minder boeterente u betaalt.

Mevrouw Van Taal heeft jaren geleden een hypothecaire geldlening afgesloten voor een bedrag van € 500.000. Toen zij de lening afsloot leek een rente voor een vaste periode van 20 jaar heel aantrekkelijk. De rente werd destijds vastgesteld op 8,5%. De huidige rente zou veel lager zijn.

Mevrouw Van Taal ontvangt een flinke erfenis. Zij wil met die erfenis de lening aflossen. Zij krijgt immers nooit een zodanig hoge rente op het geërfde vermogen dat het blijven lenen een voordeel oplevert. Helaas heeft zij met de bank geen bijzondere afspraken gemaakt over een hoge boetevrije aflossing. Dat betekent dat zij aan de bank bij aflossing ineens een forse extra rente zal moeten betalen. Deze zogenaamde boeterente is gebaseerd op de afgesproken rente. Daardoor is aflossing niet heel erg voordelig.

U begrijpt het niet? Niets doen!

Flexibiliteit en duidelijkheid is bij lenen erg belangrijk. Begrijpelijkheid ook. Als u het niet begrijpt, is er maar één advies: níet doen! In het algemeen zou kunnen worden gesteld dat hoe onduidelijker een financieringsconstructie is, hoe groter de kans dat u meer betaalt dan nodig. Uiteindelijk is lenen namelijk voor de financiële instelling gewoon handel. Rondom de te lenen bedragen zijn er vele vormen van aflossing mogelijk. Die kúnnen voordelen opleveren. Maar beteken ze ook hogere risico’s voor u, en ook vaak ook hogere kosten. En dus hogere verdiensten voor de financiële instelling en de adviseur.

De meest simpele vorm van lenen is de aflossingsvrije lening. U leent een bedrag, spreekt de datum af waarop u aflost, de eventuele zekerheden en de hoogte van de rente. U bepaalt zelf hoe u aan het geld voor de aflossing komt. Deze methode is zéér flexibel, en heel transparant. En dus zijn de voorwaarden heel goed te vergelijken met voorstellen van andere banken. Het (enige) nadeel is dat u zélf de discipline moet opbrengen om daadwerkelijk te reserveren voor aflossing. Deze vorm is eigenlijk alleen interessant bij de financiering van onroerende zaken. Want de waarde daarvan blijft doorgaans redelijk stabiel. Dus bij het einde van de looptijd kunt u altijd de onroerende zaak verkopen en daarmee de lening aflossen. Maar let u op de volgende valkuil.

Huisarts Gorter kocht in het begin van de jaren 80 een praktijkpand. Hij kocht dit pand voor een bedrag van (omgerekend) € 200.000. De waarde is door omstandigheden niet veel gestegen, de heer Gorter kan het pand verkopen voor circa € 220.000. De schuld bedraagt nog steeds € 200.000, want de heer Gorter heeft destijds gekozen voor een aflossingsvrije lening. De heer Gorter verkoopt het huis en stort € 200.000 aan de bank en heeft daarmee de lening afgelost. De heer Gorter heeft het geld dat hij heeft bespaard door niet af te lossen gebruikt voor allerlei leuke zaken. Carpe diem, was zijn motto. De belastingdienst was hij echter vergeten: de heer Gorter maakte weliswaar voor zijn gevoel nauwelijks winst op het pand, hij had wél jaren afgeschreven. De boekwaarde bedroeg slechts € 60.000. Daardoor kwam de belastingdienst met een aanslag van ruim € 83.000! Een goede planning had veel teleurstellingen kunnen voorkomen.

 

Lineaire lening

Een andere eenvoudige leningsvorm is de lineaire geldlening. Daarbij vindt periodiek een gelijke aflossing plaats, totdat de geldlening geheel is afgelost. Het rentebedrag wordt dus steeds lager. Het grote voordeel van deze vorm is dat aan het einde van de leenperiode geen sprake meer is van een schuld. Deze vorm is in elk geval aan te bevelen bij de financiering van inventaris, inrichting en instrumentarium. Deze zaken hebben vaak na enige tijd weinig of geen waarde meer. Het is dan heel vervelend als er nog een restschuld aanwezig is als de praktijk om welke reden dan ook wordt beëindigd. Een voordeel van deze leningsvorm is ook dat naarmate de tijd verstrijkt het maandelijks aan de bank te betalen bedrag lager wordt. De aflossing blijft gelijk, maar de rente daalt.

Annuïtaire lening

Een ingewikkelder leningsvorm is de zogenaamde annuïtaire geldlening. Bij deze geldlening wordt na bepaling van de rente en de looptijd een periodieke annuïteit berekend. Deze annuïteit is een vast bedrag, bestaande uit een deel rente en een deel aflossing. Bij aanvang is het aflossingsdeel klein, en het rentedeel hoog. Omdat er wordt afgelost, wordt het rentedeel steeds lager en bestaat er steeds meer ruimte voor aflossing. Het aflossingsdeel wordt dus steeds hoger.
Het voordeel van deze leningsvorm is dat het periodiek aan de bank te betalen bedrag steeds hetzelfde is. U weet dus waar u aan toe bent.

Is het zo eenvoudig? Helaas niet. Wanneer rekening wordt gehouden met de fiscale regelgeving wordt het allemaal wat ingewikkelder. De aflossingsbedragen zijn niet aftrekbaar van de praktijkwinst. De zaken die u met het geld hebt aangeschaft zijn ofwel als kosten ten laste van de winst te brengen ofwel in de vorm van afschrijving. De aflossing dus niet. De rentelasten zijn wél aftrekbaar. Uiteraard alleen in die gevallen dat sprake is van een voor zakelijke doeleinden aangegane geldlening. Bij de verschillende aflossingsvormen is in eerste instantie vrij snel duidelijk wat u per periode aan rente en aflossing moet betalen. Maar de afschrijving en de hoogte van de rente bepaald uiteindelijk de belastingdruk. En het berekenen daarvan is maatwerk. Maak daarom een goede begroting waarin ook de belastingdruk is verwerkt om de werkelijke cashflow te kunnen vaststellen.

Een interessante opzet kan een eenvoudige aflossingsvrije geldlening zijn. De aflossing aan het einde van de looptijd kan gedurende de looptijd bij elkaar worden gespaard of belegd. Wanneer de rente voor de lening is vastgesteld op bijvoorbeeld 5,5% en de ondernemer in kwestie wordt voor de top van zijn of haar inkomen belast tegen een tarief van 52%, dan bedraagt de netto-rentelast 2,64. Opbouwen van vermogen moet dan tenminste netto dat percentage opleveren wil het interessant zijn om niet af te lossen. Omdat het vermogen materieel tegen 1,2% wordt belast moet het rendement tenminste 3,84% bedragen. De ondernemer zal zelf moeten afwegen of hij of zij dat risico wil lopen.

 

Ultieme lening

Bestaat de ultieme geldlening? Als deze vraag wordt beantwoord vanuit het perspectief van transparantie dan is het antwoord: ja. De ultieme geldlening is simpel van vorm en kent geen ingewikkelde aflossingsstrategieën. In de laatste decennia hebben veel adviseurs financieringsconstructies aangeboden die – als je door alles heen kijkt – feitelijk niets anders waren dan aflossingsvrije geldleningen naast een beleggingsconstructie (al dan niet met een gegarandeerd rendement).

Door fiscale regelgeving waren veel van die constructies aantrekkelijk, maar dat is niet of nauwelijks meer het geval. Het voordeel voor de geldlener is dat de zaken er transparanter op zijn geworden. Wat in bepaalde gevallen wel aantrekkelijk kan zijn is een aflossingsvrije geldlening waarvan de rente aftrekbaar is van de praktijkwinst, terwijl in privé een vermogen wordt opgebouwd dat in box 3 belast is. En tenslotte: bedenk dat van aflossen is niemand armer is geworden.

Tekst: Edwin Brugman

Meer redactioneel


 


Lees ook: