 Zorgondernemers nemen steeds vaker hun praktijksituatie onder de loep en stellen zichzelf de vraag ‘Wíl ik wel zo doorgaan?’ of: ‘Kán ik wel zo doorgaan?’. Een doorstart is dan een optie: veel veranderen in een bestaande praktijksituatie.
Veel ondernemers maakten in het verleden plannen. Hoewel het in de medische sector al vele jaren zeer onrustig is – met name de overheid sleutelt continue aan regelgeving die van invloed is op de praktijkvoering – was de opzet van veel praktijken feitelijk jarenlang hetzelfde. Extramuraal waren er veel zogenaamde eenmans- of eenvrouwspraktijken en maatschappen, en in de ziekenhuizen was vooral sprake van in dienstbetrekking werkzame medische specialisten of medisch specialisten die in maatschapsverband werkzaam waren. Hoe anders is de wereld inmiddels geworden. Zorgondernemers die een aantal jaren geleden vol goede moed van start gingen met hun eigen praktijk, moeten in veel gevallen gemaakte plannen drastisch bijstellen. Denk maar aan de totaal veranderde markt voor apothekers, fysiotherapeuten en orthodontisten. Het is dan ook niet voor niets zo dat er steeds meer onzekerheid ontstaat bij veel ondernemers in de zorg. Moet er niet iets veranderen? In dit artikel wordt ingegaan op het fenomeen ‘doorstart’. Wat is een doorstart eigenlijk? En om welke redenen vindt een doorstart eigenlijk plaats? En kun je er rekening mee houden bij het maken van plannen?
Doorstart Een doorstart kan vanuit verschillende perspectieven plaatsvinden. In het ‘gewone’ midden- en kleinbedrijf wordt de term ‘doorstart’ vaak in een enigszins negatief kader gebruikt. Wanneer een onderneming in de financiële problemen terecht komt, en uiteindelijk in een situatie van surcéance van betaling of zelfs faillissement komt te verkeren, wordt bezien of een doorstart van de onderneming nog tot de mogelijkheden behoort. Gelukkig is een dergelijke situatie in medisch Nederland vrij zeldzaam. Wat meer en meer gebeurt is dat een zorgondernemer zijn of haar praktijksituatie opnieuw onder de loep neemt en zichzelf de vraag stelt: ‘Wíl ik wel zo doorgaan?’ of: ‘Kán ik wel zo doorgaan?’. Zo kan een doorstart ook worden bezien: veel veranderen in een bestaande praktijksituatie.
Tandarts Van Donk die zijn praktijk al ruim 30 jaar drijft wordt geconfronteerd met de vestiging van een nieuwe tandartspraktijk, in dezelfde buurt als waarin hij zelf is gevestigd. De nieuwe vestiging gaat gepaard met veel publiciteit, en hoewel de tandarts altijd heel zorgvuldig is geweest in de relatie met de patiënten verliest hij gaandeweg toch meer en meer patiënten aan de nieuwe praktijk. Zelfs zodanig dat hij de planning niet meer vol krijgt. Hij raakt zelfs zijn trouwe assistente kwijt aan de concurrent. Van Donk staat voor de keuze: gewoon doorgaan, en accepteren dat het minder wordt, of anticiperen op de nieuwe situatie. |
Vooruit kijkenNatuurlijk moet een ondernemer vooruit proberen te kijken. Continue nadenken over de vraag of zijn of haar praktijkvoering nog wel toekomst heeft, en of het niet anders moet. Die vraag kan vanuit persoonlijk én vanuit bedrijfseconomisch perspectief worden beantwoord. Er kunnen persoonlijke motieven zijn om het anders te willen, of misschien wel anders te moeten. Die kunnen met gezondheid te maken hebben – iemand kan het fysiek of psychisch niet aan om nog lang op de ingeslagen weg door te gaan, of met de gezinssituatie.
Fysiotherapeut Wilgenplas heeft al een aantal jaren een bloeiende fysiotherapiepraktijk. Door een ongeluk is haar partner chronisch ziek geworden en mevrouw Wilgenplas heeft geen andere keuze dan de zorg voor haar partner op zich te nemen. Zo wordt zij gedwongen om opnieuw naar haar praktijksituatie te kijken. Moet ze minder gaan werken? Of moet zij misschien associëren? Allemaal vragen waarover zij nu gedwongen wordt om na te denken.
|
In veel gevallen spelen bij de vraag of een ingrijpende verandering van de praktijkvoering of de vraag of de zorgondernemer volledig andere keuzes moet gaan maken – want zo kan een doorstart wel worden aangemerkt - zakelijke motieven een rol. Zo kan concurrentie een rol spelen. In dat geval moet de vraag worden gesteld of de concurrentie moet worden aangegaan, en zo ja hoe. Ook kan er sprake zijn van een financiële situatie die een sanering noodzakelijk maakt. In al die gevallen zal een analyse moeten worden gemaakt van de huidige situatie. Wat zijn de sterke punten van de praktijk, van de praktijkvoering en van de zorgondernemer? Wat zijn de zwakke punten? En welke kansen en bedreigingen bestaan er? Op basis van die analyse kunnen de verschillende mogelijkheden worden bekeken op hun haalbaarheid.
|