Banner
| Afdrukken |

Het plannen van een nieuw plan

geld

Veel ondernemers maakten in het verleden plannen. Hoewel het in de medische sector al vele jaren zeer onrustig is – met name de overheid sleutelt continue aan regelgeving die van invloed is op de praktijkvoering – was de opzet van veel praktijken feitelijk jarenlang hetzelfde. Maar is dit wel verstandig?



Extramuraal waren er veel zogenaamde eenmans- of eenvrouwspraktijken en maatschappen, en in de ziekenhuizen was vooral sprake van in dienstbetrekking werkzame medische specialisten of medisch specialisten die in maatschapsverband werkzaam waren.

Tekst: Edwin Brugman, verbonden aan VVAA Financieel en Economisch Adviesbureau (gepubliceerd in 2008)

Hoe anders is de wereld inmiddels geworden. Zorgondernemers die een aantal jaren geleden vol goede moed van start gingen met hun eigen praktijk, moeten in veel gevallen gemaakte plannen drastisch bijstellen. Denk maar aan de totaal veranderde markt voor apothekers, fysiotherapeuten en orthodontisten. Het is dan ook niet voor niets zo dat er steeds meer onzekerheid ontstaat bij veel ondernemers in de zorg. Moet er niet iets veranderen? In dit artikel wordt ingegaan op het fenomeen ‘doorstart’. Wat is een doorstart eigenlijk? En om welke redenen vindt een doorstart eigenlijk plaats? En kun je er rekening mee houden bij het maken van plannen?

Doorstart
Een doorstart kan vanuit verschillende perspectieven plaatsvinden. In het ‘gewone’ midden- en kleinbedrijf wordt de term ‘doorstart’ vaak in een enigszins negatief kader gebruikt. Wanneer een onderneming in de financiële problemen terecht komt, en uiteindelijk in een situatie van surcéance van betaling of zelfs faillissement komt te verkeren, wordt bezien of een doorstart van de onderneming nog tot de mogelijkheden behoort. Gelukkig is een dergelijke situatie in medisch Nederland vrij zeldzaam. Wat meer en meer gebeurt is dat een zorgondernemer zijn of haar praktijksituatie opnieuw onder de loep neemt en zichzelf de vraag stelt: ‘Wíl ik wel zo doorgaan?’ of: ‘Kán ik wel zo doorgaan?’. Zo kan een doorstart ook worden bezien: veel veranderen in een bestaande praktijksituatie.

Tandarts Van Donk die zijn praktijk al ruim 30 jaar drijft wordt geconfronteerd met de vestiging van een nieuwe tandartspraktijk, in dezelfde buurt als waarin hij zelf is gevestigd. De nieuwe vestiging gaat gepaard met veel publiciteit, en hoewel de tandarts altijd heel zorgvuldig is geweest in de relatie met de patiënten verliest hij gaandeweg toch meer en meer patiënten aan de nieuwe praktijk. Zelfs zodanig dat hij de planning niet meer vol krijgt. Hij raakt zelfs zijn trouwe assistente kwijt aan de concurrent. Van Donk staat voor de keuze: gewoon doorgaan, en accepteren dat het minder wordt, of anticiperen op de nieuwe situatie.


Vooruit kijken

Natuurlijk moet een ondernemer vooruit proberen te kijken. Continue nadenken over de vraag of zijn of haar praktijkvoering nog wel toekomst heeft, en of het niet anders moet. Die vraag kan vanuit persoonlijk én vanuit bedrijfseconomisch perspectief worden beantwoord. Er kunnen persoonlijke motieven zijn om het anders te willen, of misschien wel anders te moeten. Die kunnen met gezondheid te maken hebben – iemand kan het fysiek of psychisch niet aan om nog lang op de ingeslagen weg door te gaan, of met de gezinssituatie.

Fysiotherapeut Wilgenplas heeft al een aantal jaren een bloeiende fysiotherapiepraktijk. Door een ongeluk is haar partner chronisch ziek geworden en mevrouw Wilgenplas heeft geen andere keuze dan de zorg voor haar partner op zich te nemen. Zo wordt zij gedwongen om opnieuw naar haar praktijksituatie te kijken. Moet ze minder gaan werken? Of moet zij misschien associëren? Allemaal vragen waarover zij nu gedwongen wordt om na te denken.

In veel gevallen spelen bij de vraag of een ingrijpende verandering van de praktijkvoering of de vraag of de zorgondernemer volledig andere keuzes moet gaan maken – want zo kan een doorstart wel worden aangemerkt - zakelijke motieven een rol. Zo kan concurrentie een rol spelen. In dat geval moet de vraag worden gesteld of de concurrentie moet worden aangegaan, en zo ja hoe. Ook kan er sprake zijn van een financiële situatie die een sanering noodzakelijk maakt. In al die gevallen zal een analyse moeten worden gemaakt van de huidige situatie. Wat zijn de sterke punten van de praktijk, van de praktijkvoering en van de zorgondernemer? Wat zijn de zwakke punten? En welke kansen en bedreigingen bestaan er? Op basis van die analyse kunnen de verschillende mogelijkheden worden bekeken op hun haalbaarheid.

Zo kunnen onder meer de volgende vragen worden gesteld:

  • Moet ik gaan samenwerken, of kan het ook alleen?
  • Moet ik gaan werken aan het ‘zichtbaar maken’ van de kwaliteit?
  • Moet ik gaan uitbreiden, of inkrimpen?
  • Moet ik ánders gaan werken? Meer gaan delegeren, meer of andere mensen gaan aantrekken?
  • Moet ik mijn personeel anders aansturen?
  • Kan ik niet beter meer zorg verlenen aan patiënten, en minder managen?
  • Hoe ga ik om met zorgverzekeraars?
  • Hoe communiceer ik beter met patiënten?

Haalbaarheid toetsen
Al die vragen moeten op hun financiële en praktische haalbaarheid worden getoetst.
Natuurlijk kan de conclusie zijn dat er niet veel hoeft te veranderen. In dat geval geeft zo’n analyse natuurlijk wel rust. Het kan als heel prettig worden ervaren als goed is nagedacht over de huidige gang van zaken, en de conclusie kan worden getrokken dat het allemaal wel goed is. Maar al te vaak laten zorgprofessionals zich verrassen. In die gevallen zijn zij niet bedacht op ontwikkelingen van buiten af, maar hebben de blik op hun zorgonderneming gericht.

Daar is natuurlijk heel veel voor te zeggen. Het gaat immers om de zorg voor de patiënten. In een situatie waarin marktwerking meer en meer van toepassing is, kan echter geen enkele ondernemer zich permitteren om niet om zich heen te kijken. Een goede ondernemer maakt regelmatig tijd vrij om rustig na te denken over de huidige situatie en maakt met enige regelmaat een goede analyse van zijn of haar zorgonderneming. En bekijkt van zichzelf goed hoe hij of zij ‘erin zit’. Vind ik het nog leuk? Gaat het zo goed, kan het beter of moet het anders? Eventueel samen met een adviseur, om eens op afstand te klankborden. Zo houden deze zorgondernemers hun toekomst meer in de hand. Zij plannen het maken van hun plannen.

Ook zorgen zij voor een flexibele opzet van financieringen en verzekeringen, en proberen ook in allerlei contracten met derden zo flexibel mogelijk te zijn. Zo kunnen zij als dat nodig of wenselijk is altijd gemakkelijker zaken veranderen.

De succesvolle doorstart
Tandarts Berkhof heeft al een aantal jaren een succesvolle praktijk. Vanaf het begin heeft hij er de gewoonte van gemaakt om eens per jaar met zijn adviseur te klankborden over de toekomst. Bij die gesprekken besteedden zij telkens aandacht aan de omgeving van de praktijk. Jaarlijks maakten ze een analyse van de situatie in de directe omgeving: hoeveel andere tandartspraktijken zijn er in de buurt? Hoe ontwikkelt zich de samenstelling van de bevolking? Kan een schatting worden gemaakt van de momenten waarop de collega-tandartsen hun praktijken mogelijk zullen overdragen, of in elk geval hun werkzaamheden staken? Aan de hand van die analyse kwamen Berkhof en zijn adviseur tot de conclusie dat binnen enkele jaren een aantal collega-praktijken weleens zouden kunnen gaan sluiten.

Berkhof besluit om niet af te wachten, maar kiest ervoor om een plan voor de toekomst te maken. Hij gaat op zoek naar grotere praktijkruimte, en benadert zijn wat oudere collega's met het verzoek of zij wat zien in een samenwerking. De oudere collega's kunnen op die manier hun werk nog vele jaren op een prettige manier doen, terwijl Berkhof met hen afspreekt dat hij in de toekomst de organisatorische aspecten van hun praktijken langzaam zal overnemen, én op termijn naar opvolgers zal zoeken.

Later wordt één van de tandartsen – die met Berkhof inmiddels afspraken heeft gemaakt - door een grote keten benaderd. Of zij interesse heeft om haar praktijk over te dragen aan de keten en er vervolgens bij in dienst te treden? Uiteraard gaat de tandarts niet op dit aanbod in, ze heeft immers al afspraken gemaakt. De keten besluit uiteindelijk de gok niet te wagen en gaat op zoek naar een andere locatie.



Te weinig naar buiten gekeken?
Orthodontist Van Ham heeft van oudsher goede relaties met een grote groep verwijzende tandartsen. Iedereen is tevreden: de patiënten worden goed geholpen, de tandartsen krijgen positieve feedback. Al met al draait de praktijk van Van Ham dus uitstekend. De afgelopen jaren lijkt er iets in de planning niet helemaal goed te gaan. Er vallen gaten in het programma, en Van Ham en de assistenten hebben met regelmaat niets te doen.

Van Ham raakt in paniek en vraagt zijn adviseur een analyse te maken. Wat blijkt? Een aantal van de trouwe verwijzers heeft de praktijk overgedragen. De nieuwe tandarts doet het leeuwendeel van de orthodontiebehandelingen gewoon zelf. En een aantal andere verwijzers van Van Ham heeft zodanig te maken met concurrentie van de nieuwe tandartsen dat ze te kampen hadden met een leegloop van patiënten. Om de economische schade te beperken hebben zij besloten om een deel van de orthodontiepatiënten zelf te gaan behandelen.



 


Lees ook: