Banner
| Afdrukken |

Pensioenquiz: Bent u klaar voor uw pensioen?

Pensioen, een gevleugeld begrip. Voor de een staat het voor vrijheid, genieten, tijd voor jezelf. Voor de ander doemt een zwart gat op zonder collega's, de bevrediging van het werk en... geld! Voor dat laatste betreft telt maar een ding: feitenkennis. Bent u klaar voor uw pensioen? Een quiz ter lering en vermaak, zonder prijzen maar wellicht wel met winnaars!

Laatst gewijzigd 4 februari 2008

1. Medisch specialisten hebben hun eigen beroepspensioenfonds, de Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten (SPMS). Huisartsen, fysiotherapeuten en apothekers hebben vergelijkbare beroepspensioenfondsen. Deelname aan een beroepspensioenfonds is verplicht als:

a. Een beroepsgroep anders geen fatsoenlijk pensioen zou kunnen opbouwen.
b. Meer dan 60% van de beroepsgroep is aangesloten bij een beroepspensioenvereniging.
c. Het bewuste beroep wordt genoemd in de Wet op de Loonbelasting 1964.

2. De tienjarige rente daalt in een bepaald jaar. Welke invloed heeft dit op de dekkingsgraad van een pensioenfonds?

a. De dekkingsgraad daalt.
b. De dekkingsgraad stijgt.
c. Er bestaat geen algemeen geldig verband tussen rentestand en dekkingsgraad.

3. Pensioenen worden meestal geïndexeerd. Dat betekent dat de opgebouwde pensioenaanspraken jaarlijks met een bepaald percentage worden verhoogd om de inflatie of gemiddelde loonstijging te volgen. Sinds de slechte beursjaren 2000-2002 zijn de meeste pensioenfondsen, waaronder ABP en PGGM, tot voorwaardelijke indexatie overgegaan. Dat betekent dat ze alleen indexeren als de dekkingsgraad van het fonds in een bepaald jaar boven een bepaald streefpercentage ligt. De gemiddelde indexatie van het PGGM over de laatste tien jaar ligt rond de 2%. Rond welk percentage lag de gemiddelde indexatie van het Pensioenfonds voor Huisartsen (SPH) over de afgelopen 35 jaar?

a. 3%
b. 5%
c. 7%

4. De Pensioenwet, ingevoerd op 1 januari 2007, is vooral bedoeld ter bescherming van de pensioenen van:

a. werknemers
b. werkgevers
c. vrij gevestigde zelfstandigen

5. Bij echtscheiding wordt het pensioen sinds 1994 verdeeld volgens de regels van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Als u uit elkaar gaat, hoeft u uw pensioen niet te verevenen als u:

a. Getrouwd bent op huwelijkse voorwaarden.
b. Samenwoont met een notarieel samenlevingscontract.
c. Getrouwd bent in gemeenschap van goederen.


6. De regering probeert sinds een aantal jaren met fiscale maatregelen en wetgeving (Wet vervroegd pensioen en levensloop) vervroegd pensioen te ontmoedigen. Voor een medisch ondernemer die op 60-jarige leeftijd met pensioen wil gaan betekent dit:

a. Dat hij zowel voor als na 65-jarige leeftijd extra belasting gaat betalen.
b. Dat zijn pensioen onder actuariële herrekening zonder probleem een tot vijf jaar eerder mag ingaan.
c. Dat zijn plannen door de Inspecteur der belastingen als een zogenaamde Regeling voor Vervroegde Uittreding zullen worden beschouwd en daarom fiscaal gestraft.

7. Een pensioenfonds biedt een keuze tussen twee premies: een hogere premie voor ouderdomspensioen met partnerpensioen en een lagere premie voor alleen ouderdomspensioen. Op pensioendatum kan men ervoor kiezen het partnerpensioen in te ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Is deze regeling in overeenstemming met recente Nederlandse wetgeving?

a. Ja, de Pensioenwet regelt het onderscheid tussen partnerpensioen en ouderdomspensioen en beide vormen mogen onafhankelijk worden aangeboden.
b. Ja, dit is een zeer gebruikelijke keuzemogelijkheid bij vrijwel ieder pensioenfonds.
c. Nee, volgens de Algemene wet gelijke behandeling worden hiermee deelnemers zonder partner gediscrimineerd.

8. Zelfstandig ondernemers kunnen voor opbouw van hun pensioen gebruik maken van de zogenaamde oudedagsreserve. Daarbij mag volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 maximaal 12% van de winst gereserveerd worden als oudedagsvoorziening. Is het opbouwen van een oudedagsreserve toegestaan voor een deelnemer aan een beroepspensioenfonds?

a. Ja, voor de volledige 12%.
b. Nee, dit is wettelijk verboden.
c. Dit is alleen toegestaan als men rekening houdt met de pensioenopbouw.

9. De mogelijkheid van conversie bij echtscheiding houdt in dat:

a. Het bij echtscheiding vervreemde ouderdomspensioen bij overlijden van de partner terugvloeit naar de deelnemer.
b. De gescheiden partners op geen enkele manier meer van elkaar afhankelijk zijn.
c. De deelnemer zelf de beschikking krijgt over 100% van de pensioenopbouw over de huwelijkse periode.

10. Een oogarts in dienst van een UMC begint een zelfstandige praktijk. Mag hij waardeoverdracht toepassen van het ABP naar het beroepspensioenfonds SPMS?

a. Dit is geen recht, maar afhankelijk van toestemming van zowel ABP als SPMS.
b. waardeoverdracht is zonder meer mogelijk.
c. dit was mogelijk tot de Pensioenwet vorig jaar werd ingevoerd, maar nu niet meer.

Antwoorden: 1b, 2a, 3c, 4a, 5b, 6b, 7c, 8c, 9b 10b.

Toelichting bij de antwoorden

Vraag 1

Er bestaan 7 beroepspensioenfondsen in de medische sector, voor huisartsen, apothekers, fysiotherapeuten, tandartsen en tandartsspecialisten, verloskundigen, dierenartsen en medisch specialisten.

De Wet verplichte beroepspensioenregeling bepaalt dat de minister een beroepspensioenregeling verplicht kan stellen als een beroepspensioenvereniging een belangrijke meerderheid van de beroepsgenoten vertegenwoordigt. In de Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling van 19 december 2006 wordt een percentage van 60% genoemd.

Vraag 2
Een goed bestuurd pensioenfonds dat goede rendementen behaalt kan door een rentedaling in de problemen komen. Het kost bij een lage rente namelijk meer kapitaal om de toekomstige pensioenbetalingen te kunnen doen. Met andere woorden, de toekomstige verplichtingen worden nu hoger gewaardeerd en daardoor neemt de dekkingsgraad af. De dekkingsgraad bestaat kortweg uit reserves gedeeld door verplichtingen.

Dus ook als de reserves toenemen, en de rendementen op het belegde kapitaal goed zijn, kan de dekkingsgraad afnemen. De dekkingsgraad moet wettelijk boven bepaalde grenzen blijven. Een actueel probleem wordt gevormd door de koersdalingen op de aandelenmarkten sinds eind 2007: hierdoor is bij naar schatting 20% van de pensioenfondsen de dekkingsgraad gezakt onder de vereiste grenzen.

Vraag 3
De indexatie van pensioenfondsen wordt per jaar vastgesteld en is tegenwoordig vrijwel altijd voorwaardelijk. Meestal is het beleid dat de stijging van de loonindexen gevolgd wordt, mits de dekkingsgraad van het fonds dat toelaat. In de jaren dat de beurs slecht ging hebben grote fondsen zoals het ABP en het PGGM daarom niet of minder geïndexeerd; ze hebben dit in de afgelopen jaren weer gedeeltelijk goedgemaakt. De indexering van het pensioenfonds voor huisartsen ligt in het algemeen echter belangrijk hoger dan de stijging van de loonindexen.

Per 1 januari 2008 stelde SPH de indexatie vast op 6,15%, terwijl de CAO-loonindex steeg met 2%, en PGGM (sinds kort PFZW geheten) 'volledig' indexeerde met 1,82%. Over de jaren 2003-2007 waren de SPH-indexaties respectievelijk 3%, 3%, 2,9%, 3,3% en 5%.

Vraag 4
De Pensioenwet is bedoeld als regelgeving om werknemerspensioenen veilig te stellen, rechten van werknemers te formuleren en verplichtingen van werkgevers en pensioenuitvoerders. De fiscale regels waaraan pensioenen moeten voldoen staan beschreven in de Loonbelastingwet 1964 en tal van andere wetten en besluiten. Zelfstandig ondernemers hebben in het algemeen dus niet te maken met de Pensioenwet, hoewel directeur-grootaandeelhouder (dga's) tot 1-1-2008 konden besluiten hun pensioenregeling in de eigen bv onder de pensioenwet te laten vallen.

Vraag 5
De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding trad in werking op 1-5-1995 en bepaalt dat het gedeelte van het pensioen dat is opgebouwd tijdens het huwelijk (of samenwonen met contract) gelijk verdeeld wordt tussen de partners. Dit is regelend recht: het is mogelijk in huwelijkse voorwaarden een andere verdeling overeen te komen, of te stellen dat dit in een echtscheidingsconvenant wordt geregeld.
Het niet van toepassing zijn van pensioenverevening bij samenwonen zonder contract is een van de belangrijkste verschillen tussen samenwonen en trouwen.

Vraag 6
Opeenvolgende kabinetten hebben in antwoord op de vergrijzing gepoogd om vervroegd pensioen onaantrekkelijk te maken en de arbeidsparticipatie te vergroten. Het belangrijkste resultaat is de Wet VUT, pensioen en levensloop, waarin de VUT werd afgeschaft, met een overgangsregeling. Op Prinsjesdag 2007 werd een plan bekend gemaakt om AOW-uitkeringen te belasten bij vervroegd pensioen. Over de mogelijke invoering is sindsdien niets meer vernomen omdat het plan erg lastig uitvoerbaar is.

Vervroegd pensioen is op geen enkele manier verboden of fiscaal onaantrekkelijk, mits men het zelf betaalt. Dat wil zeggen dat een pensioenuitkering bij eerdere pensioendatum actuarieel wordt herrekend. Dat het pensioen daardoor lager wordt is duidelijk, want er zal minder lang premie betaald worden en langer genoten worden van het pensioen. Als vuistregel kan men aanhouden dat het pensioen voor ieder jaar eerder stoppen daalt met 10%.

Vraag 7
De Commissie Gelijke Behandeling en de rechter hebben in vele uitspraken geoordeeld dat geen onderscheid mag worden gemaakt tussen mensen met en zonder partner. Het hebben van een partner zou in het aangegeven geval leiden tot een betere pensioenregeling, want een deelnemer met partner kan na uitruil van het partnerpensioen in ouderdomspensioen een hoger pensioen bereiken dan een alleenstaande.

Vraag 8
De opbouw van een oudedagsreserve is aan allerlei regels gebonden. Zo geldt een maximum percentage van 12% van de omzet en een maximumbedrag van euro 11.227 (2007) per jaar, en ook is de ondernemer verplicht eventueel betaalde pensioenpremies af te trekken van de reservering.

Vraag 9
Volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding is de standaardmanier van verdelen dat het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen gelijk verdeeld wordt, en dat het partnerpensioen (als dat opgebouwd is) blijft staan. Dat wil zeggen: bij overlijden van de deelnemer heeft de ex-partner recht op partnerpensioen, en bij overlijden van de ex-partner voor pensioendatum heeft de deelnemer het recht het opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een extra ouderdomspensioen voor zichzelf.Deze regeling vinden veel gescheiden stellen niet prettig, omdat ze niet definitief van elkaar af zijn. Zij kunnen kiezen voor conversie. Dat betekent kort gezegd dat de partners alle pensioenrechten (niet alleen het ouderdoms- maar ook het partnerpensioen) definitief verdelen. Overlijden van de ex-partner heeft dan geen invloed meer op het eigen pensioen.

Vraag 10
Waardeoverdracht is in de Pensioenwet vastgelegd als een recht voor werknemers, en een plicht voor werkgevers en pensioenuitvoerders. Daarbij wordt opgebouwde pensioenrechten overgedragen van de oude naar de nieuwe pensioenregeling door de inkoop van dienstjaren. Waardeoverdracht is een recht, maar een werknemer moet zich bij verandering van werkgever (of overgang naar een eigen praktijk) altijd afvragen of het ook voordelig en verstandig is om waardeoverdracht aan te vragen. Dat is een moeilijke vraag, en voor een goed antwoord is meestal deskundig advies nodig.

In het algemeen kan gezegd worden dat de indexatie van het oude en nieuwe pensioenfonds vergeleken moet worden en dat de aard van de pensioenregelingen (eindloon, middelloon of beschikbare premie) van belang is. De oogarts uit het voorbeeld gaat over van het ABP, een middenloonregeling met voorwaardelijke indexatie, naar SPMS, een pensioenregeling met zeer royale indexatie, waarvan 3% per jaar gegarandeerd. Hij mag waardeoverdracht laten uitvoeren, maar zou eerst door een deskundige moeten laten uitrekenen welke financiële consequenties dat heeft. Omdat een beroepspensioenfonds als het SPMS zo'n hoge gemiddelde indexering kent mag het krachtens artikel 28 Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling in sommige gevallen ook een 'gedifferentieerd toeslagenbeleid' voeren bij een overstap van loondienst naar zelfstandig ondernemerschap.

Meer weten?

In de komende nummers van MedischOndernemen leest u meer over de pensioenopbouw van medici aan de hand van praktijkvoorbeelden.

Tekst: Dr. Sybe Terwee MFP, Pensioendesk Nederland
Met medewerking van D. Vos BPLA, Pensioendesk Veldhuis, Heerde

 



 


Lees ook: