"Voor vooruitgang is passie, ervaring, kennis en enthousiasme nodig, geen angst voor omzetverlies of concurrentie." Zo reageert de LHV in een brief op plannen voor de bekostiging van de huisartsenzorg.
De minister heeft de NZa gevraagd een ‘Uitvoeringstoets’ te doen voor de bekostiging van de huisartsenzorg en de integrale (lees: multidisciplinaire) zorg. Daarin vraagt zij de toezichthouder om met voorstellen te komen over verbeteringsmogelijkheden van de financieringsstructuur. Het bestuur van de LHV is verbijsterd over de toon die in de notitie wordt aangeslagen en over het gebrek aan kennis die er uit spreekt van wat huisartsenzorg nu werkelijk inhoudt.
Mensen moeten zorg en ondersteuning ontvangen die zij nodig hebben, waarbij de zorgbehoefte van de cliënt/patiënt centraal staat. Echter, de manier waarop de minister dat wil bereiken heeft een averechts effect en is gevaarlijk voor de kwaliteit en betaalbaarheid van het Nederlandse eerstelijnszorg.
Marktwerking in plaats van gezondheidswinst als uitkomst
Wat er uit de notitie spreekt is een geloof in de heilzame werking van concurrentie. Huisartsen zouden ineens betere zorg gaan leveren als zij op de hielen worden gezeten door een collega die patiënten komt afsnoepen, zo lijkt de gedachte. En is het niet een collega-huisarts, dan zal de SOS-arts of de zelfstandig gefinancierde verpleegkundige de achterblijvers wel eens ’prikkelen’ tot verbetering.
Marktwerking zal zeker kunnen leiden tot een verbetering van service, maar dan op de volgende manier: u vraagt, wij draaien. Echter, vanuit het oogpunt van doelmatigheid, zal dit de zorg vooral duurder in plaats van goedkoper maken, terwijl het tegelijkertijd geen gezondheidswinst zal opleveren.
Nederlands eerstelijnszorg is ‘best practice’ in internationaal perspectief
De insteek van het denken bij de minister is dat er van alles helemaal niet klopt, niet werkt, niet zo zou moeten, enzovoort. De minister vindt het allemaal nogal rammelen wat er gebeurt, zo lijkt het. Daarbij miskent zij dat de huisartsenzorg in Nederland wereldwijd als voorbeeld van succes wordt aangehaald. Zelfs president Obama deed dat toen hij zijn zorgplannen door het Congres loodste.
Continuïteit en integrale (lees: generalistische) zorg, dat zou het doel moeten zijn! Dat de minister op de ziel van de huisarts gaat staan is erg, maar pas echt rampzalig is het ontbreken van besef van wat de kern van huisartsenzorg is: generalisme en continuïteit.
Juist de duurzame band tussen patiënt en huisarts maakt dat de zorg generalistisch kan zijn. Dat de huisarts de enige in het zorgveld is die door de jaren heen de medische reis van de patiënt meemaakt en hem daarbij begeleidt. En dat dit de kwaliteit en doelmatigheid verbetert.
De minister ziet dat niet. Ze meent dat huisartsenzorg een optelsom is van taken die net zo goed kunnen worden uitgepond over andere aanbieders waarbij ze de cohesie tussen die taken, het generalisme, veronachtzaamt. Zodoende legt ze in haar denken de bijl aan de wortel van de huisartsenzorg.
Minister gooit het kind met het badwater weg
Ook de LHV wil vooruitgang. Een verbeterde financieringsstructuur kan daarbij helpen. Maar voor vooruitgang is passie, ervaring, kennis en enthousiasme nodig, geen angst voor omzetverlies of concurrentie. Uit de brief lijkt de minister marktdenken belangrijker te vinden dan het denken vanuit zorgprocessen en gezondheidsuitkomsten. Een nieuwe financieringsstructuur dient te behouden wat goed is en te stimuleren wat beter kan.
De NZa gaat met de uitvoeringstoets aan de slag en zal ons daarbij uitgebreid consulteren. Vanzelfsprekend zullen wij de kans benutten om constructief mee te denken met als doel: goede continue, integrale (lees: generalistische) en laagdrempelige huisartsenzorg.