Banner

Huisarts ontwikkelt eigen depressie-therapie

Huisarts ontwikkelt eigen depressie-therapie

Als patiënten met stemmingsstoornissen weten hoe ze met hun emoties omgaan, kunnen ze ook weer opkrabbelen, stelt huisarts Kees Metselaar. Hij ontwikkelde een therapie en schreef er een boekje over: Gedachten of gevoel.


In het boekje Gedachten of gevoel beschrijft de Eindhovense huisarts Metselaar (55) hoe volgens hem stemmingsstoornissen en psychosomatische klachten ontstaan en hoe mensen ervan kunnen genezen. Psy.nl interviewde de huisarts.

Waarom heeft u dit geschreven?

‘Als ik patiënten mijn visie over de oorzaak en aanpak van hun klachten uitlegde, wilden ze er vaak wat over lezen. Maar mijn ideeën die ik hierover in de loop der jaren zelf heb ontwikkeld, stonden niet op papier. Nu heb ik ze opgeschreven.’

Waardoor ontstaan volgens u stemmingsstoornissen?

‘Stemmingsstoornissen ontstaan door een combinatie van ingeslikte emoties en het negeren van aangeboren behoeften, zoals koestering, waardering, seks, strijd. Als je als kind te weinig wordt gekoesterd doet dat pijn. Die pijn kunnen mensen onderdrukken door zichzelf wijs te maken dat ze geen koestering van anderen nodig hebben. En als je niet leert omgaan met strijd, als elk conflict eindigt in ruzie, dan kun je jezelf aanleren geen strijd meer te voeren. Door je zo te gedragen ontstaan problemen. Uiteindelijk leiden die tot depressie, stress, burn-out of psychosomatische klachten.’

Hoe zijn deze klachten te verhelpen?

‘In plaats van emoties proberen te beteugelen, moeten patiënten ze ten eerste aanvaarden en ten tweede beleven. Dat beleven gebeurt door erover te fantaseren. Als je bijvoorbeeld boos bent op iemand doe hem dan in je fantasie iets aan. Ben je erg gekwetst, fantaseer dan over die kwetsbaarheid: laat ik me werkelijk zo in een hoek drukken? Ben ik echt zo weinig waard? En ben je bang voor de dood, fantaseer er dan over: kom ik in de hemel of hel, wat gebeurt er dan met mijn lichaam?’

Is het zo eenvoudig?

‘Het lijkt simpel, maar dat is niet zo. Als je jezelf geleerd hebt om een behoefte te ontzeggen, heb je daar al jaren naar geleefd en is het moeilijk dat zomaar te veranderen. Daarvoor zul je eerst moeten leren omgaan met emoties, weten waar ze vandaan komen en accepteren dat je ze hebt. Pas als mensen weten waar hun emoties vandaan komen, kunnen ze weer opkrabbelen.’

Waarin verschilt uw aanpak van de cognitieve gedragstherapie?

‘Het idee achter cognitieve- en gedragstherapie is dat je met je verstand negatieve emoties leert verwerken. Maar het is erg lastig om je gezonde verstand te gebruiken als emoties hoog oplopen. Emoties verwerkt je bovendien niet door erover na te denken. Emoties verwerk je door ze te beleven. Door ze te uiten of in een fantasie, zodat je anderen er niet mee in het harnas jaagt.’

Is uw aanpak gebaseerd op wetenschappelijke theorieën?

‘Ja en nee. Een aantal onderdelen is geen nieuwe kennis, alleen anders gerangschikt. Ik heb er tien jaar over nagedacht en mijn theorie en aanpak getest bij zo’n driehonderd patiënten. Tien procent kan er niets mee, negentig procent heeft er baat bij.’

Hoe merkt u dat?

‘Als mensen naar een psycholoog gaan en ze blijven weg, is het voor hulpverleners lastig te bepalen waarom. Als huisarts zie ik mensen altijd weer terug in de praktijk. Dan kan ik zien of ze van hun psychische klachten af zijn. Overigens werkt mijn aanpak niet bij iedereen. En zeker niet bij mensen met psychosen. Zij moeten geholpen worden met medicatie.’

Is uw aanpak een alternatief voor antidepressiva?

‘Nee. Mensen met ernstige stemmingsstoornissen zijn erg gespannen en constant aan het malen. Antidepressiva verminderen die spanning en zorgen ervoor dat gedachtestromen afnemen. Dan krijgen mensen ruimte om iets te leren. Gemiddeld zijn daar drie tot vier gesprekken voor nodig in een tijdsbestek van twee tot vier maanden. Mijn ervaring is wel dat negentig procent van de patiënten die ik zo heb behandeld, kon stoppen met medicatie.’

Is dat succes niet voornamelijk te danken aan de aandacht die u aan ze besteedt?

‘Als patiënten hun verhaal kwijt kunnen, voelen ze zich gekoesterd. Dat is uiteraard belangrijk. Maar van koestering alleen leren ze niet hoe ze het voortaan zelf moeten doen. Dat leren ze pas als ik uitleg hoe ze met emoties omgaan, hoe belangrijk aangeboren behoeften zijn en hoe ze die via andere mensen kunnen vervullen.’

 


Vond u dit ook een interessant artikel?
Volg  anderen en ontvang gratis email updates!



Commentaar (0)Add Comment
Schrijf commentaar
 
  kleiner | groter
 

busy
 


Lees ook: