Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft haar leden gemeld dat huisartsen niet zelf mogen bepalen hoe de POH-S wordt ingezet en hoe deze inzet wordt gefinancierd. Dit standpunt is onjuist, stelt de LHV.
De LHV heeft ZN om rectificatie verzocht, om te voorkomen dat huisartsen hier last van hebben in overleg met zorgverzekeraars.
Veel huisartsen zijn zelfstandig ondernemer. Zij kunnen zelf bepalen welke werknemers zij in dienst nemen, voor hoeveel uren zij deze werknemers inzetten en waarvoor zij hen inzetten. Voor de daarmee gepaard gaande kosten dienen ze zelf dekking te zoeken. Deze vrijheid hebben huisartsen ook voor de inzet van de praktijkondersteuner somatiek (de POH-S).
Financieringsbronnen POH-S
Huisartsen met een POH-S kunnen kiezen uit drie financieringsbronnen:
1. Tarieven van de zorggroep; 2. Het nieuwe POH-moduletarief (M&I-14.xxx-code); 3. Consulttarieven en M&I-verrichtingen die buiten de overeenkomsten met de zorggroep en de zorgverzekeraar vallen.
Volgens ZN zou de derde bron dus niet zijn toegestaan. Omdat dat standpunt niet juist is, heeft de LHV om rectificatie verzocht.