"Ik wil geloven in die utopie en zie het tegelijkertijd als mijn grootste uitdaging. Het doel van de specialist zou niet alleen moeten zijn om een ziekte te genezen, maar ook om die ziekte in de toekomst te voorkomen. Je moet als dokter onderdeel willen zijn van de oplossing van een probleem."
Het woord "uitbehandeld" komt dan ook niet in Aysel Erbudaks woordenboek voor."Het kan me vreselijk boos maken als een arts zegt: U bent uitbehandeld, we kunnen helaas niets meer voor u doen. Ik zou zeggen dat het werk van de zorgverlener dan pas begint. Dat is de mentaliteit die in dit ziekenhuis moet heersen. We zijn hier bijvoorbeeld sterk in geriatrie. In de ouderenzorg gaat het vaak om symptoombestrijding. Sommige kwalen zijn op die leeftijd nu eenmaal niet meer te genezen. Toch kun je als arts nog heel veel voor zulke patiënten doen en dan gaat het om veel meer dan alleen het bestrijden van symptomen. Onze valpoli is daar een goed voorbeeld van. We proberen te voorkomen dat ouderen vallen en botbreuken oplopen. Preventie is heel belangrijk, ook in de geriatrie."
Wat zijn de drie belangrijke peilers van het Slotervaartziekenhuis?
Patiëntenzorg Het Slotervaartziekenhuis is een groot algemeen ziekenhuis met als speerpunten geriatrie, Aids, neurochirurgie, reumatologie/reumachirurgie en verloskunde.
Wetenschappelijk onderzoek De wetenschappelijke poot van het ziekenhuis is sterk ontwikkeld met name in de vakgebieden apotheek, interne geneeskunde, medische psychologie/ klinische geriatrie en moleculaire biologie. In 2007 bedroeg de output 92 wetenschappelijke publicaties.
Opleidingen Het Slotervaartziekenhuis huisvest erkende opleidingen aan verpleegkundigen, paramedici en artsen. Tien medische vakgroepen bieden een opleiding tot medisch specialist.
Tevreden patiënten
In haar eerste twee jaar als bestuursvoorzitter is Erbudak tegen heel wat vooroordelen aangelopen. Ze is een buitenstaander in de zorgsector en bovendien vrouw, relatief jong en van allochtone afkomst. Daar komt bij dat het Slotervaartziekenhuis het eerste ziekenhuis in Nederland is dat in private handen is. Dat heeft ze geweten. Erbudak: "Mensen waren wantrouwend. Ze dachten dat het ons alleen om geld verdienen te doen was en vreesden dat de kwaliteit onder druk zou komen te staan. Ik vind dat een wonderlijke gedachte. Juist omdat we een commercieel ziekenhuis zijn, moeten we keihard werken aan kwaliteit. Alle ogen zijn op ons gericht. Als we nu een foutje maken, roept iedereen: “ Zie je wel! In feite zijn we het meest kwetsbare ziekenhuis van Nederland. We kunnen ons niet de geringste fout permitteren."
De werkwijze in het Slotervaartziekenhuis is sinds het aantreden van Erbudak veranderd. Om te beginnen heeft ze alle adviseurs naar huis gestuurd en werden een heleboel managementlagen geschrapt. Ze zegt: "Ik wil geen geld verspillen aan adviezen en dikke rapporten die toch weer in een bureaula verdwijnen. En al die tussenmanagers zijn ook niet nodig. Als bestuursvoorzitter zit ik nu zelf met de specialisten om de tafel en maak afspraken met hen. We hebben de verantwoordelijkheden zoveel mogelijk gescheiden. De specialist wordt niet meer lastig gevallen met allerlei beleidskwesties waar hij niks aan heeft en ik bemoei me niet met de inhoud van de patiëntenzorg. Dat is de expertise van de specialist en dat is zijn verantwoordelijkheid. "Ik vind het belangrijk om de specialist in zijn autonomie te respecteren."
Als het aan Erbudak ligt, komen er in de toekomst in Nederland meer commerciële ziekenhuizen bij. "Dat hoop ik in elk geval wel," zegt ze. "Dat wil niet zeggen dat ik vind dat alle ziekenhuizen in private handen moeten komen. Een succesformule kan overal ontstaan. Niet alleen ondernemers kunnen mooie dingen neerzetten. Er is in Nederland plek voor verschillende initiatieven en modellen. Ik geloof wel in marktwerking. Ik denk dat verdergaande marktwerking een deel van de problemen in de zorg kan oplossen. Die problemen hebben vooral te maken met het veel te ingewikkelde financierings- en verdeelmodel dat we in Nederland hebben. Ik weet zeker dat niemand gelukkig is met het model zoals het nu is: de patiënt niet, de verzekeraar niet, de overheid niet en ook de werkers in de zorg niet. Om tot verbetering te komen, zullen we naar de rol van alle betrokkenen moeten kijken. En misschien moeten we eens een stapje terug durven zetten en ons afvragen: ‘wat willen we nou precies’? Ik zou het gesprek daarover graag aangaan."