“We kiezen uitdrukkelijk voor het hotelconcept. Een hotel is niet om in te wonen.” Dat zegt Constant van Schelven, die een belangrijke rol speelde bij de totstandkoming van een van de eerste zorghotels in Nederland.
Tekst: Corien van Zweden
“We kiezen uitdrukkelijk voor het hotelconcept. De nadruk ligt op het feit dat het om een tijdelijke oplossing gaat. Een hotel is niet om in te wonen.” Dat zegt Constant van Schelven, voorzitter van de Raad van Bestuur van zorgorganisatie De Stromen Opmaat Groep, die actief is in Rotterdam, de Drechtsteden en omgeving. Van Schelven speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van een van de eerste zorghotels in Nederland. “We zijn voorlopers. Dit concept bestond nog niet.”
Zo snel mogelijk weer weg
“Het is een echt hotel. Er is een receptie met een bord vol sleutels en de kamers zien eruit als gewone hotelkamers. Wat je niet ziet, is dat het luxe hotelbed als dat nodig is in een handomdraai veranderd kan worden in een echt ziekenhuisbed met zonodig een papegaai erboven.”
Constant van Schelven is een van de bedenkers van het nieuwe ZorgHotel in Rotterdam, dat op 16 mei 2008 officieel geopend werd. Als voorzitter van de Raad van Bestuur van de grote zorgorganisatie De Stromen Opmaat Groep, ontwikkelde Van Schelven het concept voor het ZorgHotel in nauwe samenwerking met het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam. Patiënten kunnen hier revalideren in een comfortabele hotelomgeving, maar met de zekerheid dat alle zorgfaciliteiten aanwezig zijn.
Het ZorgHotel is bedoeld als oplossing voor mensen die zoveel zorg nodig hebben dat ze tijdelijk niet thuis kunnen wonen. “Met de nadruk op tijdelijk,” zegt Van Schelven. “De sfeer is: hoe krijgen we u hier zo snel mogelijk weer weg? Voor patiënten die thuis kunnen blijven wonen, hebben we de thuiszorg en voor wie dat echt niet meer gaat, zijn er woonvoorzieningen. Maar voor de groep die slechts tijdelijk extra zorg nodig heeft, was er alleen de revalidatieafdeling van het verpleeghuis.
De praktijk leerde dat met name de oudere patiënten op zo’n afdeling al snel verlokt worden om er te willen blijven wonen. En dat was eigenlijk niet de bedoeling. In het ZorgHotel is het vanaf het allereerste moment duidelijk dat het niet om een woonvoorziening gaat. Daar is het hotelspel op gericht. De boodschap is: ‘U gaat hier weer weg. U moet zich niet hechten.”
Keten van zorg
Bij het ontwikkelen van het concept van het ZorgHotel hadden van Schelven en de zijnen een metafoor van een gast voor ogen, die ze meneer Vermeulen noemden. Meneer Vermeulen is 85 jaar en krijgt van de huisarts te horen dat hij een nieuwe heup nodig heeft. Er komt dan een heel proces op gang: Vermeulen gaat naar de fysiotherapie om zich voor te bereiden en moet naar de diëtist omdat hij te mager is, wat een risicofactor vormt voor de operatie. Dan volgt de preoperatieve screening en pas daarna vindt de ziekenhuisopname plaats en wordt Vermeulen geopereerd. Vervolgens verblijft hij nog een tijdje op de afdeling van het ziekenhuis, moet dan revalideren en kan uiteindelijk – als alles goed gaat - met hulp van de thuiszorg terug naar huis.
“Dat is een heel traject en daar is een keten van zorg voor nodig,” zegt Van Schelven. “De onderdelen die na elkaar komen, hebben we aardig in de vingers, maar er zijn ook gelijktijdige processen en daar is weinig aandacht voor. Meneer Vermeulen bijvoorbeeld heeft een licht dementerende vrouw met wie hij al 60 jaar getrouwd is. Met z”n tweeën gaat het nog net, maar het is onduidelijk hoe zijn vrouw zich moet redden, als hij een tijdje uit de running is. Bovendien houdt Vermeulen duiven en hij is er erg bezorgd over hoe het met die beesten moet tijdens zijn afwezigheid.
Om al die zaken goed te regelen, zou Vermeulen naar wel zes verschillende loketten toe moeten en dat kan hij niet meer. Hij overziet dat niet. Daarom hebben we de functie van zorgadviseur in het leven geroepen. Zij spreken het “Haags” van de instanties, maar ook gewone mensentaal. Zij zijn de verbinders.” In die hele keten van zorg kan het ZorgHotel voor Vermeulen een passende oplossing zijn tijdens de revalidatiefase. De zorgadviseur zal hem daarop wijzen.
Van Schelven: “Revalideren kost tijd, zeker op die leeftijd. Anesthesie kan hard aankomen als je 85 jaar oud bent. Binnen onze organisatie zijn we helemaal ingesteld op het verlenen van dit soort zorg. Wij kunnen beter omgaan met het tempo van mensen op hoge leeftijd dan bijvoorbeeld een ziekenhuis. Een aantal jaren geleden heb ik daarover al gesproken met de directie van het Sint Franciscus Gasthuis. Dat leidde destijds tot het opzetten van een transferafdeling in het ziekenhuis die door ons gerund werd. Uit dat concept is uiteindelijk het ZorgHotel voortgekomen. In het ZorgHotel kan meneer Vermeulen in zijn eigen tempo bijkomen en revalideren.”
De bezorging van de post
In het concept van het ZorgHotel zijn de zorgfuncties en de hotelfuncties zoveel mogelijk gescheiden. Om het hotel te runnen, zijn mensen uit de horecawereld aangetrokken en de zorg wordt verleend door zorgprofessionals. Van Schelven: “Er zijn grote verschillen tussen de zorgwereld en de hotelbranche. De zorg komt in actie als de dokter dat zegt, terwijl de hotelwereld tot actie overgaat, als de gast daarom vraagt. Die twee competenties vind je zelden in een persoon. Daarom hebben we gezegd: ga niet elkaars werk lopen doen en houd het gescheiden.
In de zorg zijn de medewerkers gewend aan een zekere professionele dominantie – zij hebben immers kennis waarover de patiënt niet beschikt. Zorgverleners hebben vaak de neiging om plaatsvervangend te denken. Zij weten als geen ander wat het beste is voor de patiënt. Die mentaliteit kom je in de horeca veel minder tegen. Hotelmedewerker en gast zijn gelijkwaardig aan elkaar. In de hotelbranche geldt: je moet doen wat de gast wenst, anders heb je straks geen gast meer.”
Van Schelven merkt dat die twee werelden – zorg en hotellerie – aan elkaar moeten wennen. Hij zegt: “De hotelmensen blijken sneller door te hebben hoe de zorg in elkaar zit, dan andersom. Wij denken erover om al onze zorgmedewerkers een weekje op hotelstage te sturen, zodat ze die wereld beter leren begrijpen.” Soms botst het, zegt Van Schelven, maar dat zijn volgens hem mooie leermomenten.
“Neem het voorbeeld van de post. Hoe gaan we daarmee om in het ZorgHotel? In een gewoon hotel ligt de post voor de gasten bij de receptie. Maar het zorgteam zei: “We brengen de post naar de hotelgasten toe. Als iemand niet op zijn kamer is, schuiven we het onder de deur door.” Toen ze bedachten dat dat niet handig is voor een gast die net aan zijn heup is geopereerd, kwam het volgende plan: “Dan maken we postsleuven in de deur.” Uiteindelijk hebben we de hotelgewoonte aangehouden: de post ligt bij de receptie en dat gaat prima. Hotels met postsleuven in de deur dat heb je toch nergens? Dat is veel te omslachtig en te duur. Elke dag is het weer opletten dat we niet in oude zorggewoonten vervallen.”