Bijna nergens is het ziekteverzuim zo hoog als onder dierenartsen. De serie ergonomische maatregelen voor dierenartsen geeft tips om de fysieke belasting te verminderen. Deze week in deel 3: tillen.
Aangeboden door BosBedrijfsOefentherapie
In de veterinaire praktijk wordt er veel en zwaar getild. Om het tillen te beoordelen wordt wereldwijd de NIOSH-methode gehanteerd. Het maximaal toelaatbaar tilgewicht is bepaald op 23 kilo in de meest optimale situatie. Deze meest optimale situatie is meestal niet van toepassing in de veterinaire praktijk.
In de vorige afleveringen is geschreven over de belastbaarheid van de dierenarts en het voorovergebogen werken. In deze aflevering leest u hoe het tillen te beoordelen en te verbeteren.
De reeks veterinaire ergonomie beschrijft een aantal maatregelen waarmee de werkwijze geëvalueerd en verbeterd kan worden. Deze maatregelen komen uit de door BosBedrijfsOefentherapie (BBO) ontwikkelde training ‘Gezond bewegen voor dierenartsen’.
In de komende nieuwsbrieven leest u steeds één maatregel. De reeds verschenen publicaties zijn ook terug te vinden op www.bosbedrijfsoefentherapie.nl
Het belangrijkste advies voor een dierenarts is om niet te tillen wanneer dit niet nodig is. Laat de eigenaar het dier zelf tillen. Indien er toch getild moet worden doe dit dan met iemand samen. Zorg dan wel voor een goede instructie zodat beide personen op hetzelfde moment gaan tillen.
Een last van 23 kilo kan zonder grote gezondheidsrisico's door 75% van de vrouwen en 99% van de mannen worden getild (NIOSH-formule, Gezondheidsraad 1995) als de last:
- dichtbij het lichaam wordt getild - zich op een hoogte van 75 cm bevindt - zonder draaibewegingen van de romp wordt getild - niet vaker dan eenmaal per 5 minuten wordt getild - niet langer dan 1 uur continu wordt getild - de last goed is vast te pakken
In de praktijk betekent dit dat de werkwijze enigszins verandert, en dat er - daar waar mogelijk - hulpmiddelen gebruikt worden. Een veel voorkomend voorbeeld uit de praktijk is het tillen en dragen van een grote hond van de spreekkamer naar de operatiekamer na toediening van de anesthesie. Doe dit niet alleen uit tijdsoogpunt.
Leg vooraf een tildeken op de grond. De tildeken is een hulpmiddel om samen met een collega dieren te kunnen verplaatsen, en is voorzien van handvatten. Hierop krijgt het dier de anesthesie. Plaats de verrijdbare behandeltafel op de laagst mogelijke stand, zo dicht mogelijk naast het dier. Verplaats nu met twee personen het dier zijwaarts op de behandeltafel. Breng de behandeltafel op heuphoogte van de arts of assistent en rijd hem tot naast de operatietafel.
Met twee personen kan de hond zijwaarts verschoven worden naar de operatietafel. De tildeken blijft onder de hond zodat ook verplaatsing na de operatie met dit hulpmiddel gedaan kan worden. Deze nieuwe werkwijze kost aanvankelijk meer tijd, maar naarmate de routine verbetert is dit verwaarloosbaar. De winst is voelbaar aan het einde van de werkdag.
Als er getild moet worden, bescherm dan de rug. Wordt de rug goed gestrekt, dan is er sprake van een S-kromming: een lichte holling van de lumbale wervelkolom, een lichte bolling van de thoracale wervelkolom en een lichte holling van de cervicale wervelkolom. In deze natuurlijke fysiologische vorm is de belasting optimaal over de wervelkolom verdeeld. Ook de stabiliserende spieren zijn aangespannen: de buikspieren, de brede rugspier (m. latissimus dorsi) en de rugspieren beschermen de rug.
Maak voorspanning voordat er getild wordt. Controleer de S-kromming van de rug en zorg voor een goede basisspanning van de buik en rugspieren vóórdat de last getild wordt.
Beweeg mee in de tilrichting. Zet de voeten in een stap of in een spreidstand. Verplaats het eigen gewicht van het ene naar het andere been en gebruik deze beweging om het dier te verplaatsen. Het voordeel is verder dat het steunvlak groter wordt waardoor men stabieler staat.
De zitting van de werkstoel moet horizontaal zijn onder het zitvlak, het achterste gedeelte van de zitting. De zitting loopt bij voorkeur niet schuin af naar voren. Indien het zitvlak schuin afloopt geeft dit afschuiving naar voren van het bekken. Dit heeft tot gevolg een C-kromming van de wervelkolom, wat ongunstig is.Indien het zitvlak toch schuin afloopt mag dit maximaal 6º zijn zodat afglijden naar voren niet mogelijk is.