|
||
Fysieke problemen bij tandartsen - De werkhoogte (deel 4) |
|
De optimale werkhoogte is die hoogte waarbij de tandarts op een gezonde wijze het werk kan uitvoeren. Over de optimale hoogte lopen de meningen uiteen. Is hij te laag, dan ontstaat een ongunstige werkhouding. Is hij te hoog dan wordt de schouderbelasting te hoog. Hoe kom je nu tot een goede werkhoogte? Aangeboden door BosBedrijfsOefentherapie Nb: Door een technische mankement vielen er in aflevering 3 van de serie enkele alinea's weg. De volledige aflevering bekijkt u hier alsnog.Veel tandartsen denken dat een optimale werkhoogte bereikt wordt bij een hoek van 90º tussen de boven- en onderarmen. In werkelijkheid is deze werkhoogte te laag waardoor elke tandarts te ver naar voren moet buigen om goed zicht te verkrijgen. Voor de optimale werkhoogte gaan we uit van de boekleesstand. In dit artikel wordt de wijze waarop de optimale werkhoogte ingesteld kan worden beschreven. De reeds verschenen publicaties zijn ook terug te vinden op www.bosbedrijfsoefentherapie.nl Tandheelkundige ergonomie - deel 41. Plaatsing patiënt (vorige aflevering) Nb: Klik op de afbeelding voor een vergroting De ideale werkhoogte
Bij het bepalen van de werkhoogte is het noodzakelijk dat de voorgaande stappen goed genomen zijn: de patiënt is horizontaal geplaatst, de werkhouding is optimaal opgebouwd en de werkstoel dusdanig ingesteld zodat de houding goed ondersteund wordt. De onderarmen zijn, uitgaande van een horizontale lijn (hoek 90º tussen boven- en onderarmen), tijdens het werk minimaal 10º en maximaal 25º omhoog geheven. Voor het bepalen van de werkhoogte zijn de onderarmen ca. 10-15º omhoog t.o.v. de horizontaal. De boekleesstand
De plaats waar de handen zich nu bevinden is de optimale werkhoogte. Dit wordt ook wel de boekleesstand genoemd. De kijkafstand is comfortabel en het is mogelijk vanuit een optimale lichaamshouding het boek te lezen c.q. zicht te verkrijgen op het werkveld. De zitting van de werkstoel moet horizontaal zijn onder het zitvlak, het achterste gedeelte van de zitting. De zitting loopt bij voorkeur niet schuin af naar voren. Indien het zitvlak schuin afloopt geeft dit afschuiving naar voren van het bekken. Dit heeft tot gevolg een C-kromming van de wervelkolom, wat ongunstig is.Indien het zitvlak toch schuin afloopt mag dit maximaal 6º zijn zodat afglijden naar voren niet mogelijk is.
Commentaar (0)
![]() |







