Banner
| Afdrukken |

Fysieke problemen bij tandartsen - Werkhouding van de tandarts en assistent (deel 2)

MO

Vrijwel elke tandarts weet dat het aannemen van een gezonde werkhouding belangrijk is. Maar op het moment dat hij in de mond van de patiënt kijkt, is dit snel vergeten. Immers, goed zicht in de mond bepaalt zijn werkhouding.

Aangeboden door BosBedrijfsOefentherapie

 

Het werken vanuit een gezonde werkhouding vergt wat training. Allereerst speelt de bewustwording van de eigen houding een belangrijke rol. Regelmatig aandacht hebben voor de houding en signaleren hoe de houding is opgebouwd, is de eerst stap naar verbetering. Vervolgens zijn kennis, vaardigheden en kracht van het spierkorset nodig om de houding te corrigeren. De belangrijkste aspecten van de werkhouding worden hieronder toegelicht.

In de vorige nieuwsbrief is beschreven hoe de patiënt geplaatst moet worden om een gezonde werkwijze te bevorderen. Aansluitend hierop wordt de volgende maatregel beschreven: de werkhouding van de tandarts en assistent (beschreven in NEN-ISO Norm 11226 Ergonomie-Evaluatie van statische werkhoudingen).

In de reeks tandheelkundige ergonomie wordt een aantal maatregelen beschreven waarmee de werkwijze geëvalueerd en verbeterd kan worden. Deze maatregelen komen uit de door BosBedrijfsOefentherapie (BBO) ontwikkelde training ‘Gezond bewegen voor tandartsen’. Komende nieuwsbrieven zal steeds één maatregel beschreven worden.

De reeds verschenen publicaties zijn ook terug te vinden op www.bosbedrijfsoefentherapie.nl

Tandheelkundige ergonomie - deel 2

1.    Plaatsing patiënt (vorige aflevering)
2.    De werkhouding (klik op de afbeeldingen voor een vegroting)

C-kromming van de rug

De optimale werkhouding kenmerkt door een S-kromming van de wervelkolom (en-profile). Dit betekent een lichte lordose (holling) in de onderrug, een lichte kyfose (bolling) in de borstwervelkolom en een lichte lordose in de nekwervelkolom. Bij deze opbouw is de belasting optimaal verdeeld over de wervelkolom. Een C-vorm van de rug, dus een kromming naar achteren, is schadelijk.

De nek mag maximaal 25º ten opzichte van de romp naar voren buigen. Dit is alleen mogelijk indien de werkplek optimaal ingericht is en de patiënt goed geplaatst wordt.

De romp mag maximaal 10º naar voren buigen. Deze beweging moet gebeuren door vanuit de heupgewrichten als één geheel naar voren te kantelen. De wervelkolom behoudt zijn natuurlijke S-kromming. Indien het werkveld niet goed geplaatst is, compenseert de tandarts dit door teveel met de romp naar voren te buigen.

De benen zijn matig gespreid, maximaal 45º. Een verdere spreiding van de benen veroorzaakt een vooroverkanteling van het bekken: de holling in de onderrug neemt toe en dit heeft tevens gevolgen voor de opbouw van de borst- en nekwervelkolom.

Optimale zithouding

De optimale werkhouding

De hoek tussen onder- en bovenbenen zijn 110º of meer. Veel tandartsen werken met een beenhoek van 90º. In deze houding kantelt het bekken door de inwerking van de zwaartekracht gemakkelijk achterover wat een C-kromming van de rug tot gevolg heeft. De grotere hoek maakt het gemakkelijker het bekken in de middenstand te plaatsen waarbij er een lichte holling van de onderrug is. Voorwaarde is wel goed contact van de voeten op de vloer, zodat verrijden met de stoel gemakkelijk mogelijk is. De voeten moeten vlak op de vloer staan onder de knieën.

De houding moet symmetrisch opgebouwd zijn. Bij een symmetrische houding lopen er evenwijdige lijnen door ogen, oren, schouders, ellebogen, heupen, knieën en enkels, nodig voor een ontspannen zitwijze.

Het spierkorset heeft voldoende uithoudingsvermogen nodig om het werken vanuit een gezonde werkhouding vol te kunnen houden. De spieren die hiervoor getraind moeten worden zijn de buikspieren, de brede rugspier (m. latissimus dorsi) en de rugspieren. Zij ondersteunen de optimale werkhouding.

Het werken vanuit een optimale zithouding bevordert het four-handed werken. Doordat de tandarts rechtop zit, krijgt de assistente beter zicht in de mond van de patiënt. De beenhoek van 110º of meer heeft tot gevolg dat de bovenbenen niet recht naar voren wijzen, zoals bij een beenhoek van 90º, maar schuin naar beneden geplaatst zijn. Hierdoor botst men minder snel tegen de benen van de assistent of de zitting van de assistentenstoel.


Vond u dit ook een interessant artikel?
Volg  anderen en ontvang gratis email updates!



Commentaar (0)Add Comment
Schrijf commentaar
 
  kleiner | groter
 

busy
 


Lees ook: