Banner
| Afdrukken |

De fysieke belasting van de dierenarts: lang staan

MO

Bijna nergens is het ziekteverzuim zo hoog als onder dierenartsen. De serie ergonomische maatregelen voor dierenartsen geeft tips om de fysieke belasting te verminderen. Deze week in deel 4: lang staan.


Aangeboden door BosBedrijfsOefentherapie

In de veterinaire praktijk worden de meeste werkzaamheden staand uitgevoerd. Hierdoor ontstaat statische belasting: de doorbloeding van het lichaam wordt belemmerd en daarmee het transport van voedings- en afvalstoffen in het lichaam. De benen en de voeten dragen het lichaamsgewich en in tegenstelling tot zitten is er geen sprake van een klein lichaamsondersteuningsvlak, zoals bijvoorbeeld een rugleuning.

Om het lichaamsgewicht te dragen moeten de beenspieren aanhoudend gespannen zijn, dit geeft lokale spiervermoeidheid. Ook ontstaat er door stuwing een verhoogde druk in de benen wat op lange termijn kan resulteren in spataderen.

Naast de belasting van de benen worden vaak ook de rug, nek en schouders tijdens het staan zwaar belast. Voorovergebogen staand werk veroorzaakt een toename van deze belasting omdat de rugspieren extra moeten aanspannen om de romp in balans te houden. Op termijn kan dit chronische aandoeningen van de rug veroorzaken.

In de vorige afleveringen is er geschreven over de belastbaarheid van de dierenarts, het voorovergebogen werken en het tillen. Deze aflevering beschrijft hoe om te gaan met lang staan.

In deze reeks veterinaire ergonomie wordt een aantal maatregelen beschreven waarmee de werkwijze geëvalueerd en verbeterd kan worden. Deze maatregelen komen uit de door BosBedrijfsOefentherapie (BBO) ontwikkelde training ‘Gezond bewegen voor dierenartsen’.

In de komende nieuwsbrieven leest u steeds één maatregel. De reeds verschenen publicaties zijn ook terug te vinden op www.bosbedrijfsoefentherapie.nl

Veterinaire ergonomie (deel 4)

1. De belastbaarheid van de dierenarts (zie vorige aflevering)
2. Voorovergebogen werken (zie vorige aflevering)
3. Tillen (zie vorige aflevering)
4. Lang staan

Nb: Klik op de afbeelding voor een vergroting

Spreekuur staand

Het regelmatig veranderen van houding bevordert de doorbloeding: afvalstoffen worden afgevoerd en de voor de spieren benodigde zuurstof aangevoerd. Door tussendoor regelmatig te lopen of te zitten treedt er minder vermoeidheid op. In de spreekkamer kan dit bijvoorbeeld gerealiseerd worden door het gebruik van een sta-steun. Een sta-steun is een goed alternatief voor het staand hangen tegen het keukenblok. Er zijn sta-steunen op de markt die verrijdbaar zijn en waarvan de wielen blokkeren op het moment dat men erop gaat zitten. Zodoende zijn deze goed bruikbaar voor - bijvoorbeeld - het werken aan de onderzoekstafel.

Er zijn situaties in de praktijk waarbij het mogelijk is om het werk zittend te uit te voeren. Dit vereist soms wat aanpassingen van de werkplek. Een voorbeeld hiervan is het werken op OK. Indien het opereren zittend gebeurt, stelt dit wel specifieke eisen aan de operatietafel. Deze moet op de juiste werkhoogte geplaatst kunnen worden en er moet voldoende beenruimte zijn om onder de tafel de benen en de voeten te plaatsen. Bij veel operatietafels en behandeltafels biedt het frame onder de tafel onvoldoende beenruimte waardoor zittend werken niet mogelijk is.

Bij het zittend werken is een goede werkhouding essentieel. Zittend werk vermindert de belasting van de benen maar geeft een hogere belasting van de lumbale wervelkolom. De optimale stand van de wervelkolom is een lichte holling van de lumbale wervelkolom, een lichte bolling van de thoracale wervelkolom en een lichte holling van de cervicale wervelkolom. En profile is een lichte S-kromming waarneembaar. Bij deze fysiologische krommingen is de belasting optimaal over de wervelkolom verdeeld. Een C-kromming van de rug, een kromming naar achteren, is schadelijk.

Ook stelt het zittend werken specifieke eisen aan de werkstoel van de dierenarts. Er zijn diverse werkstoelen op de markt. Een goede werkstoel geeft optimale ondersteuning bij het handhaven van de S-kromming van de wervelkolom, het kost de dierenarts relatief weinig kracht om de optimale houding te handhaven. Bij de beoordeling van de stoel zijn een aantal factoren belangrijk:

Spreekuur zittend op kruk

De zitting van de werkstoel moet horizontaal zijn onder het zitvlak en bij voorkeur niet schuin aflopen naar voren. Indien het zitvlak schuin afloopt geeft dit afschuiving naar voren van het bekken. Dit heeft tot gevolg een ongunstige C-kromming van de wervelkolom. Indien het zitvlak toch schuin afloopt mag dit maximaal 6º zijn zodat afglijden naar voren niet mogelijk is.

• Het gedeelte onder de bovenbenen loopt schuin af naar voren. Hierdoor is er de mogelijkheid de benen onder de tafel te plaatsen.

• De zitting van de stoel in de vorm van een zadel is ongunstig. Door de brede spreidzit (> 45º) kantelt het bekken voorover wat een hyperlordose tot gevolg heeft. Het voorwaarts gekantelde bekken hangt passief in de buikspieren en geeft continue druk op de zachte weefsels van de buik. De druk onder de zitbeenknobbels verschuift naar voren tot onder het zenuwrijke en vaatrijke perineum en de genitaliën. Door het ontbreken van een rugleuning ontstaat tijdens het werk een ongunstige C-kromming van de rug.

• De dierenarts moet zover mogelijk naar achteren op de zitting van de stoel gaan zitten. Dit maakt het mogelijk de rugleuning goed te gebruiken.

• De gasveer van de stoel moet lang genoeg zijn om de zitting op goede werkhoogte aan de tafel te kunnen plaatsen, dit betekent dat veelal de stoel een lange gasveer moet hebben.

• De rugleuning moet geplaatst worden ter hoogte van de boven-achterzijde van het bekken. Wanneer de goede zithouding wordt aangenomen moet direct een optimale ondersteuning voelbaar zijn voor het handhaven van de lichte lordose in de onderrug. Hiervoor moet de rugleuning de vorm van de lumbale lordose ondersteunen. Veel rugleuningen van werkstoelen bezitten deze vorm niet.
De rugleuning moet verstelbaar zijn in hoogte en in voor-achterwaartse richting (horizontaal). Zodoende kan de rugleuning exact op de goede positie ingesteld worden.

• De bekleding van de stoel mag niet te glad zijn. Een gladde bekleding veroorzaakt het naar voren glijden van het bekken, waardoor het bekken geen contact meer heeft met de rugleuning en ondersteuning van de werkhouding ontbreekt.

• De polstering van de stoel mag niet te zacht zijn. Een zachte zitting veroorzaakt wegzakken, het bekken kantelt achterover waardoor de natuurlijke lordose verdwijnt en een C-kromming van de wervelkolom onstaat.

Voor de veearts die veel onderweg is, is het essentieel te zorgen voor een goede stoel in de auto. Indien de stoel een optimale ondersteuning biedt aan de S-kromming van de wervelkolom is het reizen tussen de bezoeken door een effectief rustmoment voor het bewegingsapparaat.


De zitting van de werkstoel moet horizontaal zijn onder het zitvlak, het achterste gedeelte van de zitting. De zitting loopt bij voorkeur niet schuin af naar voren. Indien het zitvlak schuin afloopt geeft dit afschuiving naar voren van het bekken. Dit heeft tot gevolg een C-kromming van de wervelkolom, wat ongunstig is.Indien het zitvlak toch schuin afloopt mag dit maximaal 6º zijn zodat afglijden naar voren niet mogelijk is.


Vond u dit ook een interessant artikel?
Volg  anderen en ontvang gratis email updates!



Commentaar (0)Add Comment
Schrijf commentaar
 
  kleiner | groter
 

busy
 


Lees ook: