Ergonomie voor huisartsen – de visites (deel 3) |
|
Tijdens het uitvoeren van de visites is niet elke situatie ergonomisch te optimaliseren. Welke aspecten kunnen wel verbeterd worden?
Aangeboden door BosBedrijfsOefentherapie In de vorige afleveringen is beschreven hoe het bureauwerk en het onderzoeken en behandelen van patiënten optimaal uitgevoerd kan worden. Deze aflevering beschrijft welke aspecten tijdens het doen van de visites verbeterd kunnen worden. In de reeks ergonomie voor huisartsen wordt een aantal maatregelen beschreven waarmee de werkwijze geëvalueerd en verbeterd kan worden. Deze maatregelen komen uit de door BosBedrijfsOefentherapie (BBO) ontwikkelde training ‘Gezond bewegen voor huisartsen’. Komende afleveringen zal steeds één aspect beschreven worden. De reeds verschenen publicaties zijn ook terug te vinden op www.bosbedrijfsoefentherapie.nl De fysieke belasting van de huisarts: Visites1. Het bureauwerk (vorige aflevering)
• De dokterstas vertegenwoordigt vaak een behoorlijk gewicht. Dikwijls wordt de tas aan één arm gedragen waardoor een scheve houding ontstaat. Indien het tillen kort duurt en niet vaak voorkomt hoeft dit geen probleem te zijn. Wanneer u gaat ervaren dat de tas (te) zwaar is, is verbetering gewenst; Respecteer uw eigen grenzen
• Wanneer u een patiënt op bed moet onderzoeken of behandelen, is de hoogte veelal niet instelbaar. Vaak wordt er gewerkt met een voorovergebogen rug. Wat wel verbeterd kan worden is de horizontale afstand van de arts tot het werkveld. Vraag daarom de patiënt zoveel mogelijk richting de zijkant van het bed te komen liggen. Hoe dichter bij uw eigen romp u werkt, hoe lager de fysieke belasting. En voorkom een combinatie van een voorovergebogen houding met rotatie van de romp. Dit geeft een ongunstige belasting op de disci.
• Respecteer uw eigen grenzen bij het uitvoeren van het werk. Deze kunnen van dag tot dag verschillen: aan het einde van een intensieve werkdag op de praktijk is de belastbaarheid van uw lichaam niet optimaal: een ongunstige werkhouding of tilhandeling kan dan onverwacht nare gevolgen hebben. Extra aandacht voor optimalisering is dan preventief van groot belang. De zitting van de werkstoel moet horizontaal zijn onder het zitvlak, het achterste gedeelte van de zitting. De zitting loopt bij voorkeur niet schuin af naar voren. Indien het zitvlak schuin afloopt geeft dit afschuiving naar voren van het bekken. Dit heeft tot gevolg een C-kromming van de wervelkolom, wat ongunstig is.Indien het zitvlak toch schuin afloopt mag dit maximaal 6º zijn zodat afglijden naar voren niet mogelijk is.
Commentaar (0)
![]()
|










