Fysieke problemen bij tandartsen - Plaatsing van de patiënt (deel 1) |
|
Beter nu tijd vrijmaken voor een gezonde werkwijze dan later voor ziekte. Vrijwel elke tandarts is hiervan op de hoogte maar heeft moeite de werkwijze zelfstandig te verbeteren. In de reeks tandheelkundige ergonomie wordt een aantal maatregelen beschreven waarmee de werkwijze geëvalueerd en verbeterd kan worden.
Deze maatregelen komen uit de door BosBedrijfsOefentherapie (BBO) ontwikkelde training ‘Gezond bewegen voor tandartsen’. Komende nieuwsbrieven zal steeds één maatregel beschreven worden. 1. Plaatsing patiënt:
Het lichaam van de patiënt moet vlak c.q. nagenoeg horizontaal geplaatst worden, aangepast aan de werkhoogte van de tandarts. Indien dit niet het geval is, ligt het hoofd meestal te hoog en zijn de mond en het werkveld teveel naar voren gericht. De tandarts loopt hierdoor met de benen vast tegen de schuin geplaatste rugleuning. De houding van de tandarts wordt op deze wijze gefixeerd. Door de te hoog geplaatste en naar voren gerichte mond van de patiënt moet de tandarts voorover buigen en de armen en schouders optillen om in de mond te kunnen werken.
Het comfort van de patiënt mag niet uit het oog verloren worden. Wanneer de patiënt niet comfortabel ligt gaat dit ten koste van de mondopening. Een goede uitleg van de tandarts én een goede ondersteuning van de nek bevordert de acceptatie door de patiënt. Er is een groep patiënten voor wie het horizontaal plaatsen gecontraïndiceerd is. Uit ervaring van BBO blijkt dat dit niet meer dan maximaal 10% betreft van de patiëntenpopulatie van een tandartspraktijk.
De patiëntenstoel moet de mogelijkheid bieden om de patiënt horizontaal te plaatsen zonder dat de patiënt onder de comfortgrens komt te liggen. Dit gebeurt als de neus onder het horizontale vlak komt dat over de knieën van de patiënt loopt. Er ontstaat dan stuwing van het bloed in het hoofd van de patiënt wat niet comfortabel is. Om te vermijden dat dit gebeurt moet er geen uitgesproken knik bestaan tussen de zitting en de benensteun van de stoel. Daardoor komen de knieën te hoog te liggen waardoor het bovenlichaam niet meer voldoende vlak geplaatst kan worden. De horizontaal geplaatste patiënt beïnvloedt op positieve wijze het four-handed werken. De tandarts komt in een meer comfortabele werkhouding te zitten waardoor de assistente beter zicht krijgt op het werkveld.
Commentaar (1)
![]()
...
Behandelstoelen zijn gemaakt voor behandelaars van 1.80 m. Voor een behandelaar van 1.67m met korte armen en een lang lijf, die nauwkeurig wil zien, ook linguaal van de onder/ boventanden, is er maar een oplossing: de patient moet zijn hoofd afschroeven. Zolang dat niet kan blijft het schipperen. regelmatig gymmen en zwemmen en ontspanningsoefeningen doen.
|











