Banner
| Afdrukken |

‘Gesprek arts-verzekeraar komt doelmatigheid ten goede’

‘Gesprek arts-verzekeraar komt doelmatigheid ten goede’Het preferentiebeleid is succesvol gebleken, maar een volgende stap naar therapeutische substitutie moet er niet komen. Met die stellingen stemden de meeste aanwezige verzekeraars, farmaceuten, artsen en apothekers in bij Nefarma’s Glazen Zaal Debat.

Zie de Nefarma website voor een videoverslag van de bijeenkomst

Discussieleider Jeroen Smit vatte vooraf de kernvraag van het debat als volgt samen: hoe ver mag de verzekeraar het domein van de arts binnendringen? Op de stoel van de voorschrijver (of apotheker) gaan zitten is zonder discussie een brug te ver, constateerden alle sprekers.

Ook UVIT-bestuurder Martin Bontje bezwoer dat dat absoluut niet zijn ambitie was. “Wat wij doen, is afwijkend gedrag van artsen registreren en bespreekbaar maken. Als iemand alleen maar dure middelen voorschrijft terwijl collega’s aantonen dat het ook anders kan, kan het toch geen kwaad om hem daarop aan te spreken?”

Meer discussie over doelmatig voorschrijven

Cardioloog Marcel Daniëls van de Orde van Medisch Specialisten had daar geen enkel bezwaar tegen. “Tussen artsen en verzekeraars mag wat mij betreft best vaker discussie zijn over doelmatig voorschrijven”, vond hij.

De prijsverlagingen en kostenbesparingen die dankzij het preferentiebeleid zijn gerealiseerd, maken het onmiskenbaar tot een succes, erkende hij. “Maar het heeft ook een hoop ellende veroorzaakt.”

Uit zijn eigen praktijk noemde hij voorbeelden die aantoonden dat de medicatieveiligheid niet altijd gediend is bij voortdurende wisselingen in doosjes en capsules. “Er heerst veel verwarring bij patiënten; ik merk dat ik tegenwoordig veel meer discussies voer over hun medicijngebruik, terwijl voor een consult nog altijd gewoon dezelfde tien minuten beschikbaar zijn: ‘klopt dit wel’, ‘mijn medicijnen zien er ineens heel anders uit’, en ‘er staat iets anders op het recept dan op het doosje’. Herkenbaarheid en consistentie is voor veel mensen nu eenmaal ontzettend belangrijk.”

Consequenties voor patienten

Dat laatste kon patiëntenvertegenwoordiger Ton Tempels van de Epilepsie Vereniging Nederland alleen maar onderstrepen. Hij toonde zich van alle sprekers nog het meest kritisch over de consequenties van het beleid voor patiënten.

“Toepassing van dit beleid op anti-epileptica is ziekmakend en kostenverhogend”, luidde dan ook zijn stelling. Hij duidde de patiëntengroep die hij vertegenwoordigt aan als ‘therapiehondstrouw’, maar gaf aan dat het voortdurende geswitch met geneesmiddelen voor deze patiënten funest kan zijn.

Onderzoek onder zijn achterban heeft aangetoond dat daardoor meer en andere bijwerkingen zijn opgetreden en dat zelfs voorbeelden bekend zijn van mensen die na vele jaren zonder aanval plotseling weer nieuwe aanvallen hebben gekregen. “Continuïteit is bij onze patiënten het toverwoord. Inherent aan het preferentiebeleid is dat je regelmatig wisselt van leverancier. Dat staat haaks op continuïteit en levert dus veel kommer en kwel op.”

Overigens erkende Tempels dat de problemen ook al bestonden voordat verzekeraars met het preferentiebeleid begonnen. Voor die tijd waren het de apothekers die ‘substitueerden bij het leven’ om bonussen en kortingen te bewerkstelligen. Volgens Martin Bontje (UVIT) heeft het preferentiebeleid daarin juist verbetering gebracht. “Er wordt nu eerder minder dan meer geswitcht, omdat een middel voor ten minste een jaar preferent is. Bovendien geldt bij ons voor patiënten met aandoeningen als Parkinson of epilepsie dat alleen nieuw gediagnosticeerden met het preferentiebeleid te maken krijgen. Bestaande patiënten houden gewoon het middel dat ze kennen.”


Bontje gaf ook aan dat het preferentiebeleid geen doel op zich is, maar een middel. “Zolang wij het gevoel hebben dat er lucht in de markt zit, blijven we het ten faveure van onze premiebetalers inzetten. Als de lucht eruit is, stoppen we ermee. Dan zetten we het in de kast, met de deur op een kiertje.”

Meningsverschillen kleiner dan gedacht

René van Ierschot (Brabers Corporate Counsel) trok aan het eind van de middag de opmerkelijke conclusie dat de meningsverschillen tussen verzekeraars, farmaceutische bedrijven, medische beroepsbeoefenaren en patiënten feitelijk helemaal niet zo groot zijn als soms wel wordt gedacht.

“Al die partijen kunnen elkaar vinden in het uitgangspunt dat patiënten op het juiste moment het juiste middel in de juiste dosering moeten krijgen. Dat belang deelt iedereen; niemand heeft er iets aan wanneer een patiënt een verkeerd middel krijgt, te lang of te kort doorgaat met gebruiken ervan of in de war raakt en daardoor een behandeling niet afmaakt. Laat partijen het wantrouwen opzij zetten, dan kunnen we grote stappen maken. Patiëntenverenigingen kunnen daarin een belangrijke rol vervullen.”

Bron: Nefarma


Vond u dit ook een interessant artikel?
Volg  anderen en ontvang gratis email updates!



Commentaar (0)Add Comment
Schrijf commentaar
 
  kleiner | groter
 

busy
 


Lees ook: