|
||
'Laagdrempeligheid voorkomt medische missers' |
|
Het heeft zijn sterke voorkeur als de verslaggever hem tutoyeert. Kno-arts Eize Wielinga houdt het contact met zijn gesprekspartners graag zo laagdrempelig mogelijk. Als artsen hetzelfde zouden doen met hun patiënten, zou dat de kans op medische missers aanzienlijk verkleinen, denkt hij. Waar begint een medische misser? Wielinga beschrijft zijn zoektocht naar het antwoord op die vraag als een meerjarig proces. "Eerst dacht ik: In de spreekkamer, als arts en patiënt te veel langs elkaar heen praten. Inmiddels weet ik beter: het begint al thuis, als de patiënt zich voorbereidt op zijn bezoek aan de arts.” Hoe overleef je de dokterJarenlang verzorgde Wielinga wekelijks een medische column voor Business News Radio. Voor de AVRO treedt hij op in het artsenpanel dat voor het programma ”Missers” fouten van artsen becommentarieert. "Ik leefde al een tijdje met het plan mijn ervaringen op te schrijven, maar had nog niet helemaal helder bij welk soort boek de patiënt het meest was gebaat.” Arts en patiënt moeten het samen doen"Artsen moeten tijdens het zorgproces tal van afwegingen maken. Ze moeten klachten en symptomen wegen om tot een diagnose te komen en bepalen of een patiënt een behandeling of ingreep nodig heeft, en zo ja welke. Patiënten die zich gedragen als het domme blondje geven hun arts carte blanche. Dat betekent dat deze de volle verantwoordelijkheid voor het zorgproces naar zich toegeschoven krijgt. Alle informatie die hij nodig heeft, moet hij in korte tijd uit de patiënt zien te trekken omdat deze uit zichzelf nauwelijks met iets komt. Artsen moeten dat beeld laten kantelen, patiënten voorhouden: Natuurlijk ben ik de dokter, maar om u goed te kunnen begeleiden, heb ik uw hulp nodig. We moeten het samen doen.” Vraag arts altijd om zijn mail-adresIn zijn boek voorziet Wielinga hen van talloze tips en suggesties. De belangrijkste: "Vraag de arts altijd om zijn mailadres. Dan heb je altijd gelegenheid later nog op het consult terug te komen, mochten er nog vragen of onduidelijkheden zijn.” Artsen kunnen het aantal mails dat ze vervolgens ontvangen, zien als graadmeter, betoogt Wielinga. "Zijn het er veel, dan zouden ze zich eens achter de oren kunnen krabben over hun communicatieve vaardigheden, of over het aantal patiënten dat ze dagelijks op hun spreekuur willen zien. Kennelijk is er dan toch iets mis.” Bron: Reformatorisch Dagblad
Commentaar (0)
![]() |













