Banner
| Afdrukken |

'Laagdrempeligheid voorkomt medische missers'

'Laagdrempeligheid voorkomt medische missers'

Het heeft zijn sterke voorkeur als de verslaggever hem tutoyeert. Kno-arts Eize Wielinga houdt het contact met zijn gesprekspartners graag zo laagdrempelig mogelijk. Als artsen hetzelfde zouden doen met hun patiënten, zou dat de kans op medische missers aanzienlijk verkleinen, denkt hij.

Waar begint een medische misser? Wielinga beschrijft zijn zoektocht naar het antwoord op die vraag als een meerjarig proces. "Eerst dacht ik: In de spreekkamer, als arts en patiënt te veel langs elkaar heen praten. Inmiddels weet ik beter: het begint al thuis, als de patiënt zich voorbereidt op zijn bezoek aan de arts.”

Hoe overleef je de dokter

Jarenlang verzorgde Wielinga wekelijks een medische column voor Business News Radio. Voor de AVRO treedt hij op in het artsenpanel dat voor het programma ”Missers” fouten van artsen becommentarieert. "Ik leefde al een tijdje met het plan mijn ervaringen op te schrijven, maar had nog niet helemaal helder bij welk soort boek de patiënt het meest was gebaat.”

Samen met zijn uitgever bedacht hij het concept voor zijn deze maand verschenen boek, ”Hoe overleef je de dokter”. Een verzameling tips waarmee patiënten zich kunnen voorbereiden op het doktersbezoek en de regie kunnen houden over het behandelingsproces.

De insteek suggereert dat de patiënt die regie momenteel niet of te weinig heeft. Wielinga: "Dat klopt. Ik heb de tijd nog meegemaakt dat kinderen hun vader als hij naar de dokter moest in zijn beste pak hesen. Op het spreekuur werd dan ademloos geluisterd naar wat ”meneer dokter” zei. Dat ontzag voor de dokter is minder, maar de neiging van patiënten om zich met hun hele hebben en houden kritiekloos aan hem toe te vertrouwen, is onverminderd groot. Ik vergelijk de patiënt wel eens met het domme blondje dat een auto gaat kopen en op de vraag van de verkoper ”Welke wilt u hebben?”, antwoordt: Doe maar een rode. Als de verkoper begint over cilinders en pk’s staat de wagen stil. Als patiënten met een vergelijkbare instelling het zorgproces ingaan, is dat zonder meer slecht.”

Arts en patiënt moeten het samen doen

"Artsen moeten tijdens het zorgproces tal van afwegingen maken. Ze moeten klachten en symptomen wegen om tot een diagnose te komen en bepalen of een patiënt een behandeling of ingreep nodig heeft, en zo ja welke. Patiënten die zich gedragen als het domme blondje geven hun arts carte blanche. Dat betekent dat deze de volle verantwoordelijkheid voor het zorgproces naar zich toegeschoven krijgt. Alle informatie die hij nodig heeft, moet hij in korte tijd uit de patiënt zien te trekken omdat deze uit zichzelf nauwelijks met iets komt. Artsen moeten dat beeld laten kantelen, patiënten voorhouden: Natuurlijk ben ik de dokter, maar om u goed te kunnen begeleiden, heb ik uw hulp nodig. We moeten het samen doen.”

Over de kans dat artsen gehoor zullen geven aan zijn pleidooi is Wielinga somber. "Het zit niet in hun opleiding en niet in hun genen. Jammer genoeg staat ook hun ego hen nogal eens in de weg.”

Toch is zijn oproep niet helemaal aan dovemansoren gericht, denkt de kno-arts. "De patiënt is er ook nog, nietwaar?”

Vraag arts altijd om zijn mail-adres

In zijn boek voorziet Wielinga hen van talloze tips en suggesties. De belangrijkste: "Vraag de arts altijd om zijn mailadres. Dan heb je altijd gelegenheid later nog op het consult terug te komen, mochten er nog vragen of onduidelijkheden zijn.”

Artsen kunnen het aantal mails dat ze vervolgens ontvangen, zien als graadmeter, betoogt Wielinga. "Zijn het er veel, dan zouden ze zich eens achter de oren kunnen krabben over hun communicatieve vaardigheden, of over het aantal patiënten dat ze dagelijks op hun spreekuur willen zien. Kennelijk is er dan toch iets mis.”

Wielinga adviseert patiënten verder om hun artsen standaard om een nadere uitleg te vragen bij de voorlopige diagnose. "Patiënten kunnen dan meedenken en meezoeken, over de aandoening en de behandelmogelijkheden, bijvoorbeeld via internet. Ik weet dat daar bepaalde minpunten aan kleven. Maar artsen kunnen dat proces begeleiden door patiënten te attenderen op goede, betrouwbare sites. Die zijn er volop. Denk maar aan de sites van de maag-darm-leverartsen, mdl.nl, of die van mijn eigen specialistenvereniging, kno.nl.”

Op wie doet Wielinga het grootste appel, op artsen of patiënten? "Uiteindelijk toch op artsen, denk ik. Ik wil hun niet het geromantiseerde ideaalbeeld van de ouderwetse dorpsdokter voorhouden, wel het signaal afgeven dat patiënten anno 2010 nog steeds behoefte hebben aan een arts die echt in patiënten is geïnteresseerd.”

Bron: Reformatorisch Dagblad


Vond u dit ook een interessant artikel?
Volg  anderen en ontvang gratis email updates!



Commentaar (0)Add Comment
Schrijf commentaar
 
  kleiner | groter
 

busy
 


Lees ook: