|
||
Vermoedens kindermishandeling kloppen meestal |
|
Uit het onderzoek blijkt verder dat de meeste mensen die kindermishandeling vermoeden, actie ondernemen. Zes procent van de mensen met een vermoeden van kindermishandeling doet niets. Bijna alle respondenten wisten de lichamelijke kenmerken (blauwe plekken, onlogisch letsel) en gedragssignalen (teruggetrokken en angstig zijn) te noemen. Mensen met een vermoeden van kindermishandeling praten met name met professionals zoals de huisarts. Ruim 37 procent van de respondenten gaat met hun vermoeden naar een AMK. Ook gaan veel mensen met hun vermoedens naar vrienden of familie, 31 procent. Minister Rouvoet van Jeugd en Gezin benadrukt het belang om ook als mensen twijfelen contact op te nemen met een plaatselijk AMK. Ziekenhuizen en huisartsen melden sinds de Meldcode Kindermishandeling uit 2008 vaker verdenkingen dan daarvoor. In 2009 deden ziekenhuizen 1300 meldingen van kindermishandeling, dat is 6 procent van de meldingen. In Nederland worden jaarlijks naar schatting 107.000 kinderen mishandeld. Via een speciale campagne wil het ministerie mensen wijzen op het belang van het melden van vermoedens van mishandeling.
Commentaar (1)
![]() |











