ZN wil meer tandartsen en mondhygiënisten |
|
Het Capaciteitsorgaan adviseert om instroom van tandartsen en mondhygiënisten te verhogen. ZN juicht dit toe en ziet liever een licht overschot dan het gevaar op tekorten of onvoldoende keuze voor de consument.
Het Capaciteitsorgaan adviseert om instroom van tandartsen en mondhygiënisten te verhogen. Dit adviesrapport wijkt af van het advies dat Commissie Innovatie Mondzorg in 2006 uitbracht. Namelijk om de instroom in de opleiding tandheelkunde te verlagen van 300 naar 240. Dit advies van de commissie is nu achterhaald, volgens Alies Zandbergen en Henk Leliefeld van het Bureau Capaciteitsorgaan. Zorgvraag in de toekomstHet Adviesrapport van het Capaciteitsorgaan over de opleidingscapaciteit voor eerste en tweedelijns mondzorg is recent in december 2009 afgerond. Het advies betreft een integraal Capaciteitsplan en gaat over de instroom in opleidingen van tandarts, mondhygiënist, kaakchirurg en orthodontist. Voor de opleiding tandarts is het richtinggevend advies van de huidige 240 naar 314 tot 466 opleidingsplaatsen op te hogen. Voor de mondhygiënisten van de huidige 300 naar 333 tot 416 plaatsen. Voor zowel de kaakchirurgen als de orthodontisten blijft het advies uit 2008 van een jaarlijkse instroom van dertien en negen gehandhaafd. Na onderzoek op basis van drie deelnemende partijen: de beroepsgroepen, de opleidingsinstellingen en de zorgverzekeraars is dit laatste advies van het Capaciteitsorgaan tot stand gekomen. Eerdergenoemde partijen zijn van mening dat deze maatregelen genomen moeten worden om aan de zorgvraag in de toekomst te kunnen voldoen. TaakherschikkingDe Commissie Innovatie Mondzorg baseerde destijds haar advies op de toenmalige trends dat er grote instroom van buitenlandse tandartsen verwacht werd. En er zou een flinke taakherschikking plaatsvinden van tandarts naar mondhygiënist en de preventieassistent. Reden om in 2006 de instroom van de opleiding tandheelkunde te verlagen van 300 naar 240. Na onderzoek blijkt dat de taakherschikking van tandarts naar preventieassistent wel heeft plaatsgevonden, maar naar mondhygiënist minder dan verwacht. Dat gebeurt wel nu er meer afgestudeerden op de arbeidsmarkt treden. Bovendien speelt mee dat de consument nog niet veel ervaring met de mondhygiënist heeft en eerder naar de tandarts gaat. De verwachting is dan ook dat de komende tien jaar vijftien procent van de taakherschikking door de mondhygiënist en preventieassistent wordt uitgevoerd. Bron: Zorgverzekeraars Nederland
Commentaar (6)
![]()
...
ZN wilt een overschot aan tandartsen.
...
tandartsen hebben destijds massaal besloten dergelijke contracten met verzekeraars niet te tekenen.Ze hebben een behandelovereenkomst met de patient en niet met de verzekeraar.
...
"het risico te lopen niet aan de zorgvraag te kunnen voldoen of dat er onvoldoende keuze voor de consument zou zijn" is het tegenwoordig niet zo dat de zorgverzekeraar grotendeels bepaald waar de consument naar toe moet voor zorg(voor vrije keuze moet je meer premie betalen) en dat ze ook nog het liefst bepalen welke behandelingen wel en niet worden uitgevoerd door de behandelaar.
...
menig tandarts zou een mondhygiene-instructie willen delegeren naar de preventie-assistent of de mondhygienist. Pas daarna is er meer contact en vertrouwen van patienten in de nieuwe behandelaar en wordt het minder druk bij de tandarts. Een instructie kan echter niet gedeclareerd worden, er bestaat nog steeds geen code voor. Daarom geen taakherschikking en wel een tandartstekort!
|








