menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
22 mei 2019

Preventief beweegadvies gebeurt onvoldoende

De eerstelijnszorg biedt een geschikte setting om bewegen te stimuleren, maar huisartsen doen dit nog onvoldoende. Zij verwijzen vooral door wanneer bewegen de klacht van de patiënt kan verhelpen als ze op het spreekuur komen. Maar beweegadvies om klachten te voorkomen, blijft vaak nog achterwege.
Preventief beweegadvies gebeurt onvoldoende

Uit het RIVM-rapport blijkt dat beweegadvies ter preventie nog te weinig wordt gegeven. Het RIVM voerde het onderzoek op verzoek van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) uit om het doorverwijzingsproces van eerstelijnszorgverleners naar bewegen als interventie in kaart te brengen. Minister Bruins (Medische Zorg en Sport) stuurde het rapport naar de Tweede Kamer.

 

Lokale beweegaanbod

Dat bewegen positieve gezondheidseffecten heeft op de gezondheid is ruimschoots bewezen. Huis- en jeugdartsen kunnen op verschillende manieren doorverwijzen, zoals het voorschrijven van wandelen, of verwijzen naar de sportschool, fysiotherapeut, bewegen op recept en  naar ‘een beweegmakelaar’, die patiënten ondersteunt en begeleidt naar een passend beweegaanbod. Sinds dit jaar kunnen huis- en jeugdartsen ook verwijzen naar een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI), gericht op leefstijl, voeding en gedrag (link MO). Ook zijn er veel lokale initiatieven. Het is belangrijk dat zorgverleners op de hoogte zijn van de lokale mogelijkheden tot doorverwijzing. Meer dan de helft van de deelnemende huisartsen geeft aan dat hun huisartsenpraktijk slechts 1-20 procent van de inactieve patiënten daadwerkelijk verwijst naar het lokale beweegaanbod. Daarnaast geeft 20 procent van de bevraagde huisartsen aan niet door te verwijzen, omdat zij onvoldoende op de hoogte zijn van het lokale aanbod.

 

Redenen om niet door te verwijzen

De belangrijkste redenen waarom eerstelijnszorgverleners niet doorverwijzen zijn onder andere een beperkte motivatie van patiënten om meer te bewegen, de financiële situatie van de patiënt, gebrek aan tijd tijdens het consult en grotere of belangrijkere problemen die voorrang hebben. Huisartsen en praktijkondersteuners noemen verschillende factoren die het doorverwijzen naar bewegen zouden kunnen bevorderen, waaronder beweegvoorzieningen waar mensen met een beperking of aandoening onder begeleiding en tegen een kleine vergoeding kunnen bewegen. Ook geven een aantal huisartsen en praktijkondersteuners aan dat er meer nodig is dan een verwijzing van de huisarts om mensen gezonder te laten leven. Zo gaf een huisarts aan dat er patiënten na voorlichting over gezond gedrag in de supermarkt geconfronteerd worden met sigaretten en drank en kinderen met snoep. Daar ligt volgens hem een overheidstaak.

 

Kerntaken huisarts

Dat huisartsen zelden preventief advies geven om meer te bewegen is in lijn met de kerntaken van de huisarts, waar primaire preventie geen onderdeel van uitmaakt. Preventieve zorg voor patiënten met beginnende gezondheidsklachten is wel onderdeel van deze kerntaken. Dat blijkt ook uit dit RIVM-rapport: huisartsen geven vooral beweegadvies als het gerelateerd is aan gezondheidsklachten.

 

Bron: Zorgenz, Eerste lijn geschikte setting om bewegen te stimuleren

Geplaatst door: Lisanne Blitterswijk Lisanne Blitterswijk
Redacteur
Gerelateerde artikelen
Meest gelezen