menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
24 juli 2019

Ronde Tafel Huisartsen 2019: ‘Er is genoeg geld voor vernieuwing’

Op de Ronde Tafel Huisartsen van ABN AMRO kwamen zo’n 150 huisartsen en deskundigen af. Deelnemers aan tafel en in de zaal reageerden op stellingen over actuele trends in de huisartsenzorg. Daarbij tekende zich bij veel thema’s een kloof tussen jongere en oudere huisartsen af. Deel 2 van een tweeluik.
Ronde Tafel Huisartsen 2019: ‘Er is genoeg geld voor vernieuwing’

De Ronde Tafel Huisartsen in het hoofdkantoor van ABN AMRO  op 6 juni stond onder leiding van sectorspecialisten Maarten den Heijer en Rob Boelens (zie kader 'Ronde Tafels ABN AMRO'). Aan tafel zaten zowel huisartsen als vertegenwoordigers van brancheorganisaties, zorgverzekeraars en de Nederlandse Zorgautoriteit. De huisartsen Rick van den Doel (Landelijke Organisatie Aspirant Huisartsen), Wilma Bergmans (zelfstandig huisarts in Friesland) en Isar Wulffaert (Huisartsenactiegroep) vertegenwoordigden de jongere generatie.

 

Vanuit brancheorganisaties van huisartsen namen Irma van der Pluijm (InEen) en Swanet Wolthuis (NHG) deel. Aan de ronde tafel mengen zich ook in de discussie ook Wouter Hobbelink (Nederlandse Zorgautoriteit), Gerard Olde Olthof (VCare), Nathalie van Schoonhoven (Zorginkoper Huisartsenzorg CZ) en Ton Schoen (Patiëntenfederatie Nederland).

 

Ronde Tafels ABN AMRO

De Ronde Tafel Huisartsen is een van de bijeenkomsten rond huisartsenzorg die het Brancheteam Huisartsen van ABN AMRO jaarlijks organiseert. De stellingen kwamen tot stand in samenwerking met Landelijke Organisatie Van Aspirant Huisartsen (LOVAH).   Het brancheteam bestaat uit sectorspecialisten Els Hogenbirk, Winston Texel, Maarten den Heijer en Rob Boelens. Meer informatie over  de sectorspecialisten van ABN AMRO vindt u hier


Stelling  4. Digitalisering, zorgvraag én personeelstekorten zorgen ervoor dat de huisarts in de huidige vorm over 10 jaar niet meer bestaat.


Isar Wulffaert (Huisartsenactiegroep) zegt dat hij overal veranderingen ziet, behalve in de huisartsenzorg. ‘Op een zeker moment gaan bedrijven van buiten dan taken overnemen. De vraag is wat er van huisartsenzorg behouden kan blijven. Bij een te groot personeelstekort wordt de dienstverlening vanzelf digitaal.’ Ook voor Swanet Wolthuis (NHG) is dit een belangrijk thema. ‘Thuisarts.nl trekt 140.000 bezoekers per dag, wat de behoefte aan informatie bij patiënten wel aangeeft.’

 

Rick van den Doel (Landelijke Organisatie Aspirant Huisartsen) ziet de digitalisering juist als een kans om naar nieuwe rollen toe te groeien. ‘We worden meer en meer een coach van de patiënt. De komende tien jaar gaan steeds meer functies naar de eerste lijn, zoals de controlezorg voor prostaatkanker. Als je vasthoudt aan de huidige kernwaarden word je overbodig, daarom is er een nieuwe Woudschoten-conferentie nodig om tot nieuwe kernwaarden te komen.’

 

Rob Boelens schetst dat 40% van de hypotheekadviezen van de bank via videoconsulten verlopen, waarom zou dat bij huisartsenconsulten niet kunnen? Videoconsulten zijn onvermijdelijk, betoogt Gerard Olde Olthof (VCare), die een enorme toename signaleert aan gespreksverkeer en een groeiende onheuse bejegening van medisch personeel. ‘Om de grote patiëntenstroom te kanaliseren heb je gewoon digitale triage nodig. Dan moet u als huisarts wel weten welke rol u straks wilt spelen. Tegelijk zie ik een enorme stroom aan online informatie op de patiënt afkomen. Daar is dus infrastructuur voor nodig, medisch inhoudelijk en geïntegreerd in het systeem. Wat wilt u dan als huisarts zijn?’

 

Michiel van der Beek (Huisartsenplatform): ‘Door de digitalisering kunnen we teruggaan naar de essentie van de zorg. Zorg is hulp bij wat de patiënt niet meer zelf kan. Zet de technologie in om de patiënt in staat te stellen dingen zelf op te lossen.’ 70 procent van de zorg is geruststellingszorg, stelt verwacht Irma van der Pluijm (InEen). ‘De ontwikkeling van het e-consult neemt steeds grotere vormen aan’. Ook Gerard Olde Olthof ziet allerlei vormen van e-care snel toenemen. ‘Daardoor hebben ouderen die liever gewoon op consult gaan, de kans om telefonisch een afspraak te maken.’

 

Stelling  5. De introductie van OPEN (Online Patiëntinzage Eerstelijnszorg Nederland) in 2020 leidt niet tot het gewenste resultaat.


Een deel van de aanwezigen heeft nog niet zo’n beeld wat het programma OPEN voor de huisartspraktijk zal betekenen. Irma van der Pluijm (InEen) legt uit: ‘OPEN zorgt ervoor dat het huisartsinformatiesysteem zo ingericht is dat de patiënt inzage krijgt in zijn dossier.’

 

Rob Boelens signaleert dat er bij huisartsen onrust bestaat over de gevolgen van OPEN: ‘Het hele dossier moet op orde. De patiënten kunnen straks zien of de huisarts zijn dossiers op orde heeft.’ Isar Wulffaert (Huisartsenactiegroep) betwijfelt of OPEN wel tot openheid leidt. ‘OPEN is een eerste stap, maar het vergt integratie alle systemen om alle data leidend te laten zijn voor de goede zorg.’

 

Stelling  6. Huisartsen zijn slecht georganiseerd en geen sterke partij in de onderhandelingen met de zorgverzekeraars.


Nathalie van Schoonhoven (Zorginkoper Huisartsenzorg CZ) denkt dat de onderhandeling tussen huisartsen en zorgverzekeraars vooral zit in de zorgvernieuwingsgelden (S3-gelden). ‘Daarvoor moet je wel goed georganiseerd zijn om te kijken wat er in een regio speelt. Per regio verschilt wat er moet gebeuren om de zorg te verbeteren.’ Nynke van der Zijl, huisarts in Haarlem, vertelt wat haar ervaringen zijn met zorgverzekeraar Zilveren Kruis. ‘We zijn goed georganiseerd in een zorggroep, maar we werden gewoon genegeerd. Nu zijn we al sinds januari aan het onderhandelen voor volgend jaar. Het hele Hoofdlijnenakkoord werd niet gevolgd.’


Van Schoonhoven zegt dat ze vanuit CZ samenwerking zoekt met het werkveld. ‘We willen het niet over indexatiecijfers hebben, want dat schiet niet op.’ Wouter Hobbelink (NZa) pleit voor een betere organisatie in de eerste lijn. ‘Dan ben je in staat met slagkracht betere afspraken te maken met verzekeraars, ziekenhuis, gemeente. Bij alle noodzakelijke veranderingen in een regio kan een kleine huisartspraktijk niet veel betekenen.’

 

Stelling 7. Huisartsinformatiesystemen en videoconsulten zijn duurzame instrumenten om te innoveren.


Volgens Isar Wulffaert gaat duurzaamheid niet samen met de bestaande huisartsinformatiesystemen. ‘Om big data te vergaren, moeten de systemen worden verbonden. De bestaande HIS-leveranciers werken niet samen en zijn dus een remmende factor. De huisarts scheidt nog eerder van zijn vrouw dan van zijn HIS, daar kom je niet vanaf.’  Wouter Hobbelink (NZa) zegt desgevraagd de zorgautoriteit geen mening hoeft te hebben over het grote aantal HIS-systemen. Rob Boelens vraagt zich af of de oudere garde onder de huisartsen de vernieuwing tegenhoudt. ‘Is dat een kwestie van niet willen investeren of willen vasthouden aan het oude?’ Gerard Olde Olthof (VCare) is verbaasd dat huisartsen landelijk niet tot afstemming komen over de mogelijkheid van één systeem. ‘In Scandinavische landen werken huisartsen met een systeem. Welk systeem wilt u? Is dat een HIS of een persoonlijke gezondheidsomgeving, of een combinatie daarvan?’

 

Swanet Wolthuis (NHG) vindt dat de systemen met elkaar moeten kunnen communiceren. ‘Of er nu gekozen wordt voor een HIS of meerdere: het gaat erom dat je de informatie goed toegankelijk maakt. We gaan niet over de markt.’ Rick van den Doel (Landelijke Organisatie Aspirant Huisartsen):  ‘Het merendeel van de systemen werkt nog niet eens met Windows. Sommige HIS-sen werken anno 2019 nog met MS DOS, waardoor je niet kunt switchen tussen dossiers.’

 

Irma van der Pluijm (InEen) vindt dat de overheid een meer sturende rol kan spelen. ‘Het werkt niet meer als we de markt volledig vrijlaten.’ Michiel van der Beek pleit voor wat hij noemt ‘interoperabiliteit’, systemen die met elkaar kunnen praten. ‘Dat kunt u als huisartsen zelf afdwingen in de markt. In de wereld zijn hier organisaties mee bezig, om informatie door miljoenen mensen te laten delen. Dat hoeven we in Nederland niet opnieuw uit te vinden.’ Isar Wulffaert denkt het grote aantal bestaande HIS-systemen de innovatie tegenhoudt. ‘Een paar jaar geleden heb ik met een orthopeed en internist een manifest geschreven en gepleit voor één systeem. Iedereen vindt het fantastisch, maar de regie ontbreekt in Nederland, want de markt moet het regelen.’

 

De aanwezige ambassadeur van het programma ’Juiste zorg op de juist plek’ wijst op de mogelijkheid om nog met vernieuwende initiatieven deel te nemen aan de ‘Proeftuin huisartsen’. ‘Er is genoeg geld voor vernieuwing. We hebben € 7 miljoen voor de proeftuinen, maar slechts veertig huisartsen hebben subsidie aangevraagd. Er zijn goede initiatieven: ga kijken wat je leuk vindt en kijk op de website.


Dit is het tweede deel van het verslag over de Ronde Tafel Huisartsen.  Het twitter-verslag over de avond is gemaakt door Winston Texel en vindt u hier. Het eerste deel verscheen 17 juli:  Ronde Tafel Huisartsen 2019: ‘We worden meer en meer een coach van de patiënt’


Interesse in andere Ronde Tafels? Later dit jaar volgen de Ronde Tafel Mondzorg op 8 oktober, de Ronde Tafel Fysiotherapie op 7 november en de Ronde Tafel Apotheken op 14 november.  Meer informatie.  

Geplaatst door: Martin Zuithof Martin Zuithof
Hoofdredacteur
Betrokken partijen: ABN - AMRO Desk Medische Beroepen
Gerelateerde artikelen
Open modal