menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
28 mei 2019

Die ene patiënt… vergeet je nooit

Thieu Heijltjes is oud-huisarts en was na zijn pensioen nog zes jaar actief als SCEN-arts. Hij is bestuurslid van het Toon Hermans Huis in Weert, een inloophuis voor mensen die met kanker worden geconfronteerd. Ook is hij actief als coach en teambegeleider. Heijltjes leest het boek ‘Die ene patiënt’, over patiënten die een onuitwisbare indruk achterlaten. En hij moet terugdenken aan een van zijn eerste patiënten met kanker.
Die ene patiënt… vergeet je nooit

Ik lees het boek ‘Die ene patiënt’ van Ellen de Visser en toevallig komt Sjra, een bevriende boekverkoper, op bezoek. ‘Het vliegt de deur uit, vaak als een cadeautje, een echte bestseller’. Veel interviews heb ik als trouw Volkskrant-lezer al eens gelezen. Leuk om voor mij bekende namen tegen te komen; zoals een oud-klasgenoot of iemand die ik ooit op nascholing ontmoette. In ieder verhaal spelen weer andere emoties een rol. Het zijn mooie korte vertelsels met een duidelijke pointe. Knap geredigeerd. Makkelijk leesbaar. De hulpverleners blijken helemaal mens te zijn en reageren met verbazing, woede, teleurstelling, verdriet, opluchting en vooral medeleven. Ik merk als ik nu weer aan het lezen ben, dat ik niet door kan blijven gaan. Na een aantal ‘patiënten’ moet ik even op adem komen. De emoties komen echt binnen, ik raak er vol van.

 

Ik was 28 jaar oud en een beginnend huisarts. Ik realiseerde me dat ik het gevoel van eindeloos lang te mogen leven en het gevoel van onkwetsbaarheid zoals mijn leeftijdsgenoten dat nog hadden, was kwijtgeraakt. Achteraf gezien was het melancholiek zelfmedelijden. Toen begon het. Een jonge vrouw van 27, ik weet nog hoe ze heette, kwam met rugpijn op het spreekuur. Een tijdje ervoor had ze haar tweede kind gekregen, waarna ze in de kraamtijd borstkanker bleek te hebben. Geopereerd en door de internist na behandeld. 

 

De röntgenfoto die ik liet maken, was niet goed. De internist startte zijn behandeling op. Het oncologieteam besprak de situatie. Er volgde bestraling. Maar ondertussen kreeg ze meer klachten, een schouder, het bekken, de onderarm. Er ontwikkelden zich razendsnel veel uitzaaiingen van de borstkanker. Pijnlijke uitzaaiingen in vooral de botten. Ruim 40 jaar geleden waren er nauwelijks andere behandelingen mogelijk dan radiotherapie. De begeleidend internist was zeer met haar begaan en toen ze niet meer kon lopen, kwam hij aan huis.

 

Ik besprak met hem de pijnstilling. Als mijn en hun kinderen in bed lagen, bezocht ik het echtpaar. Tijd om rustig te praten. Ze wilde niet meer naar het ziekenhuis terug. Liever thuis sterven. Ik voelde dat het voor mij heel veel werd. Hoe moest dit aflopen? Kon ik dat allemaal wel? Ik had hier niets over geleerd of gelezen. Ik was bang het niet aan te kunnen, het was te groot voor mij. De mensen, die het overkwam, gingen toen nog naar het ziekenhuis om dood te gaan. 

 

Echt moeilijke zaken besprak ik met mijn collega Hans. Hij kwam uit een dynastie van huisartsen en was toen 45 jaar. Hij had direct in de gaten, hoe moeilijk het voor mij was. De volgende avond gingen we samen naar het echtpaar. Hans stelde voor om het traject samen te doen. Een hele opluchting voor mij. Terwijl we Caballero’s rookten, bespraken we de situatie. Hans: ‘De voornaamste taak voor ons huisartsen is het om het lijden menselijk te houden. Tegelijkertijd grijp je als huisarts niet in als de mensen het lijden niet als ondraaglijk ervaren.’ Daar kon ik wat mee, het werd en bleef mijn houvast.

 

In de weken die volgden, werd haar situatie langzaam zwaarder. Een geweldige wijkverpleegster was er altijd voor haar. De internist nam afscheid. ‘Ik laat u over aan uw huisarts, op wie u kan vertrouwen.’ Dagelijks bezocht ik haar. Aanvankelijk ging het nog op tabletten, maar al snel werkte dat onvoldoende. Ik gaf ’s morgens voor het spreekuur, tussen de middag en ’s avonds laat een injectie.

 

Die ene patiënt Hans en ik betrokken de apotheker in ons overleg, een uitgekiend pijnbeleid. De doseringen moesten steeds maar weer omhoog. Voor de nacht spoot ik een zwaar slaapmiddel, en dan spraken nog wat met elkaar. Overdag spoot ik steeds meer morfine. Ze had desondanks veel pijn. Het leek alsof haar kinderen haar in leven hielden. Op een morgen had ze een extreem pijnlijke linker arm waar ze ook niets meer mee kon. De hand en de onderarm bungelden los, de arm was spontaan gebroken. Nu was het ondraaglijk geworden. Het woord  terminale sedatie bestond nog niet. Ik heb de arm nog gespalkt, voordat ik haar in een coma heb gespoten, waaruit ze niet meer wakker is geworden.

 

Publicatie: Ellen de Visser, Die ene patiënt. Artsen over de patiënt die
hun leven voor altijd veranderde
. Uitgeverij Ambo-Anthos, 2019

Geschreven door Thieu Heijltjes, oud-huisarts
Geplaatst door: Redactie MedischOndernemen Redactie MedischOndernemen
Redactie

Lees meer over:
Huisarts Patiënt Recensie
Gerelateerde artikelen
Open modal