menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
6 juni 2017

Huisarts: speelbal of spelverdeler?

Hoe kan de financiering van de huisartsenzorg beter? Die vraag kwam telkens terug tijdens een discussie met huisartsen en stakeholders over de toekomst van de huisartsenzorg. Uit een grote regionale pot of per ‘lijn’? Per consult of op abonnementsbasis? En vooral: is de huisarts overgeleverd aan de grillen van zorgverzekeraar en politiek of kan hij ook het heft in handen nemen?
Huisarts: speelbal of spelverdeler?

ABN AMRO vindt het belangrijk kennis te verzamelen en vooral ook te delen. Daarom organiseert de bank regelmatig rondetafeldiscussies voor de verschillende eerstelijnsberoepsgroepen. Na de apothekers, de mondzorg en de fysiotherapie waren op 11 mei de huisartsen aan de beurt.Rob Boelens en Thera Evers, beiden sectorspecialist medische beroepen bij ABN AMRO, zaten rond de tafel met 8 belangrijke stakeholders uit de huisartsenzorg. Daarnaast waren 40 praktijkhouders uitgenodigd om de discussie te volgen en eraan bij te dragen. 


Deelnemers aan tafel:

  • Pita van Arkel, algemeen directeur Promedico  
  • Joost Leferink, huisarts en betrokken bijNHG Kaderopleiding Beleid en Beheer voor Huisartsen  
  • Jeroen Crasborn, senioradviseur Zorgstrategie Zilveren Kruis  
  • Yuri Fisscher, huisarts en organisator LHV Startersbeurs  
  • Ingrid Gerrits, praktijkeigenaar Huisartsenpraktijk Woldendorp  
  • Paulus Lips, bestuurslid Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV)  
  • Nynke Posthuma, internist BovenIJ Ziekenhuis  
  • Jannes Sipkens, bestuurslid Landelijk Organisatie voor Aspirant Huisartsen (LOVAH) 

Bespaart substitutie geld? 

Het verplaatsen van zorg van de tweede naar de eerste lijn wordt gezien als een manier om de zorgkosten in de hand te houden. Maar bespaart substitutie echt geld?Posthuma denkt van niet omdat de tweede lijn de zorg die het aan de ene kant verliest er aan de anderekant weer bij organiseert. De vaste kosten van een ziekenhuis zijn immers hoog en moeten gedekt worden. Crasborn vindt daarom dat er zorgvuldig met substitutie moet worden omgegaan; het is niet de bedoeling dat het ziekenhuis failliet gaat. Volgens Van Arkel moeten de politiek en de zorgverzekeraars bijdragen aan een oplossing. 

 

Fisscher heeft wat minder compassie met de tweede lijn: ziekenhuizen zijn toch ook gewoon ondernemers? Waarom moet hen de hand boven het hoofd worden gehouden? Een ondernemer moet zich nou eenmaal kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden.

 

Voor de patiënt is substitutie een prettige ontwikkeling, vinden alle deelnemers. Het is prettig als zoveel mogelijk zorg zo dicht mogelijk bij huis geleverd kan worden. Sipkens: “Ik doe bijvoorbeeld sterilisaties, de patiënt vindt het fijn dat dat in de huisartspraktijk kan.” Voor succesvolle substitutie is het volgens de deelnemers nodig dat zowel de huisarts als de patiënt zich veilig voelt. Het kan bijvoorbeeld helpen als er telefonisch altijd een specialist geraadpleegd kan worden. Maar misschien wil dan weer elke patiënt dat een specialist gebeld wordt 

 

Verschillende potjes 

Niet alleen de barrières tussen huisarts en specialist moeten geslecht, ook huisarts en sociaal domein moeten steeds meer samenwerken.Maar volgens Lips is het moeilijk om samenwerking met het sociaal domein gefinancierd te krijgen. Door gescheiden financieringsstromen, wmo en zorgverzekeringswet, stranden goede initiatieven. Gerrits merkt in de praktijk dat het niet altijd makkelijk te bepalen is uit welke potje het geld voor een specifieke patiënt zou moeten komen. De verschillende potjes in één grote regionale pot stoppen, is Leferinks advies aan de zorgverzekeraar. 


Alle huisartsen overbodig 

De stelling dat eHealth de huisarts in 2025 overbodig zal maken, wordt unaniem weggestemd. “Als huisarts moet je de patiënt horen, zien en ruiken”, vindt Gerrits.Dat neemt niet weg dat eHealth wel heel handig kan zijn, als aanvulling op de zorg en als service aan de patiënt. Leferink noemt Thuisarts.nl en de app ‘Moetiknaarde dokter?’. Uit de zaal komt de opmerking dat beeldbellen bij een huisartsenpost heel goed werkt en dat de POH GGZ heel succesvol is met eHealth. De zorgverzekeraar is ook hard op zoek naar een manier om eHealth te financieren en te versnellen. “De regering wil immers dat iedereen in 2020 zijn eigen gezondheidsdossier kan inzien”, zegt Crasborn. 


Vergelijken en verbeteren 

Bij het onderwerp transparantie laait de discussie op. De afgelopen jaren was de transparantie die de zorgverzekeraar van de huisarts eistimmers een groot pijnpunt van de huisartsen. Maar moeten wij dan gewoon maar betalen?”, vraagt Crasborn zich af, “dat is toch ook niet meer van deze tijd. De uitdaging waar we voorstaan is om de verschillen zichtbaar en bespreek te maken en in te zetten als instrument voor kwaliteitsverbetering.” 

 

Gerrits heeft niet zo’n probleem met transparantie. Ze vertelt bijvoorbeeld hoe zij, tegen haar verwachting in, van Menzis vijf dagen praktijkondersteuning gefinancierd kreeg waarvoor in ruil zijlaat zien welke kosten dit bespaart in de tweede lijn. Volgens Lips wordt transparantie pas een probleem als de informatie wordt gebruikt om de praktijk, op een veel te simplistische manier, te beoordelen. Spiegelinformatie is wel heel nuttig. Leferink: “Een moderne arts moet zich willen vergelijken en constant willen verbeteren.” 


Perverse prikkel 

Ongeveer de helft van de zaal is het eens met de stelling: ‘Betaling per medische verrichting is voor de huisarts een perverse prikkel. Maar hoe moet het dan wel?Een puur abonnementstarief werkt niet, volgens Lips. “DSW heeft dat geprobeerd en miste toch een tool om gas te geven.Leferink zou willen dat de huisarts niet alleen financieel gedreven is om projecten te doen. “We hoeven niet altijd te wachten op geld om een innovatie te doen.” “We zijn geen liefdadigheidsinstelling”, is de repliek uit de zaal.  

 

Speelbal of spelverdeler? 

Uit de discussie blijkt dat sommige huisartsen zich een speelbal voelen van de grillen van zorgverzekeraars en politiek. Leferink en Fisscher zijn het daar totaal niet mee eens. “Er is als huisarts juist ruimte om dingen naar je hand te zetten.” “We moeten geneeskundestudenten tijdens de opleiding meer voorbereiden op hun rol van spelverdeler. Medisch leiderschap moet deel van de opleiding worden”, sluit Sipkens af.  

Geplaatst door: Maaike Heijltjes Maaike Heijltjes
hoofdredacteur
Betrokken partijen: ABN AMRO Medische Beroepen
Gerelateerde artikelen
Open modal