Mondzorgclubs naar de rechter vanwege NZa-tarieven
VBT-voorzitter Jan Willem Vaartjes: 'Een bestuursorgaan dat bezwaren afwijst zonder op de werkelijke argumenten in te gaan, heeft een motiveringsprobleem' (Foto: Shutterstock)
De KNMT gaat in beroep tegen het besluit van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over de tandheelkundige tarieven voor 2026. Na een bezwaartraject van ruim tien maanden blijven op de punten die voor praktijkhouders het zwaarst wegen nog veel vragen onbeantwoord. De KNMT legt die nu voor aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Ook de Vereniging Bevlogen Tandartsen (VBT) gaat bij dit college in beroep met vergelijkbare én specifieke argumenten.
De NZa voerde in 2024 en 2025 een kostprijsonderzoek in de mondzorg uit, waarmee de zorgautoriteit de gemiddelde kosten van mondzorgpraktijken wilde vaststellen. De uitkomsten van dit onderzoek vormen, samen met een onderzoek naar een geactualiseerd norminkomen van praktijkhouders, de basis voor de nieuwe maximumtarieven die tandartsen en orthodontisten sinds 1 januari 2026 mogen rekenen.
De KNMT maakte samen met ruim 4.600 praktijken bezwaar tegen de uitkomsten van het onderzoek en de tarieven die daaruit voortvloeien. Nu de NZa de bezwaren na bijna een jaar van de hand heeft gewezen, stapt de KNMT naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven voor een bodemprocedure. (Zie: KNMT, KNMT stapt naar de rechter om kostenonderzoek, 16 juni 2026.)
Belangrijkste bezwaren KNMT
De KNMT noemt de vier voornaamste bezwaren tegen het kostenonderzoek:
- Onredelijke eisen aan uren- en weekinzet. De NZa gaat er volgens de KNMT ten onrechte van uit dat tandartsen en orthodontisten in het tarief niet beloond moeten worden voor meer dan 36 uur per week werken, waarmee de zorgautoriteit de hele sector afstraft. Bovendien worden tandartsen die minder dan 46 weken per jaar werken maar gemiddeld wel op of boven een 36-urige werkweek uitkomen, door de NZa niet als fulltimer meegerekend. De rechter floot de NZa op dit punt al terug in een zaak over het kostprijsonderzoek van psychologen en psychotherapeuten. Ook in een door huisartsen aangespannen zaak werd de zorgautoriteit hierin gecorrigeerd.
- Kleinere praktijken worden benadeeld. De NZa telt in haar berekeningen de kosten van grotere praktijken zwaarder mee dan die van kleinere, terwijl grote praktijken dankzij schaalvoordelen minder last hebben van een tariefsdaling dan kleine praktijken. Een deel van die kleinere praktijken kan daardoor mogelijk niet langer kostendekkend werken en zal op termijn moeten sluiten, vreest de KNMT. Dat raakt de toegankelijkheid van de mondzorg in de regio direct, omdat kleinere praktijken vaak in landelijke gebieden gevestigd zijn. Dat zijn vaak de regio’s waar het tandartsentekort het meest nijpend is, waarschuwt de beroepsorganisatie.
- Overnamekosten ontbreken als kostenpost. Bij elke praktijkoverdracht betaalt de nieuwe eigenaar 'goodwill' aan de oude eigenaar voor het patiëntenbestand en de roerende en onroerende goederen, maar de NZa neemt deze kosten niet mee. Dit belemmert de overname van bestaande praktijken en vergroot de kans op sluiting.
- NZa heeft een onrealistische benadering van huisvestingskosten. De forse stijging van de huisvestingskosten wordt door de NZa niet meegenomen. Voor praktijken die hun pand al hebben afgeschreven rekent de NZa zelfs helemaal niets. Vooral de huisvesting van startende tandartsen, en daarmee het openen van nieuwe praktijken, wordt zo ernstig belemmerd.
De KNMT was ook kritisch over andere punten als: het rommelige verloop van de uitvoering van het onderzoek, de keuzes in de onderzoeksmethode, een te kleine steekproef, inconsequent gebruik van gewogen gemiddeldes en over de korte tijd die de NZa nam voor de afronding ervan.
VBT: ‘Inconsistenties in NZa-berekeningen’
Ook de Vereniging Bevlogen Tandartsen (VBT) gaat in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven en doet dat met deels vergelijkbare en deels specifieke argumenten. VBT-voorzitter Jan Willem Vaartjes wijst op een inconsistentie in de berekening van de zogeheten ‘normatieve arbeidskostencomponent’(NAC), het normbedrag dat de NZa inrekent als beloning voor de praktijkhoudend tandarts. (Zie: VBT, NZa wijst alle bezwaren tegen de mondzorgtarieven 2026 af, 12 juni 2026.)
Voor de omvang van de zogenoemde 'maatmens'-praktijk gaat de NZa uit van een ongewogen gemiddelde, terwijl bij de kostprijsberekening zelf een gewogen gemiddelde wordt gebruikt waarin grote praktijken zwaarder meetellen. Volgens de VBT zou consistente weging tot een grotere maatmens-praktijk en dus een hogere NAC leiden.
‘Vergoeding kapitaal en ondernemingsrisico ontbreken’
Daarnaast hekelt de VBT het ontbreken van een vergoeding voor kapitaal en ondernemersrisico bij ketenpraktijken, die inmiddels goed zijn voor circa 35 procent van de omzet in de mondzorg. Omdat deze praktijken zwaarder meetellen in het gewogen gemiddelde, drukken hun kunstmatig laag gehouden kosten volgens de VBT het tarief voor de hele sector. De vereniging pleit voor een kapitaalvergoeding volgens de WACC-methode, een rekenmodel dat ook bij gereguleerde sectoren als energienetbeheerders wordt gebruikt.
‘Zorgen worden niet beantwoord’
De KNMT stelt dat ze het hele traject intensief heeft meegedacht en concrete alternatieven aangedragen, onder meer over de waardering van praktijkovernames, huisvestingskosten en de manier waarop de arbeidsinzet van praktijkhouders wordt berekend. De beroepsorganisatie stelt dat ze hierop geen inhoudelijk weerwoord kreeg, maar alleen de mededeling: ‘onvoldoende onderbouwd.’ KNMT-voorzitter Hans de Vries constateert dat daarmee de zorgen uit de sector niet beantwoord worden. ‘Vragen over de toekomst en de toegankelijkheid van de mondzorg blijven liggen. Daarom leggen wij ze voor aan de rechter.’
'NZa heeft een motiveringsprobleem'
VBT-voorzitter Jan Willem Vaartjes stelt dat het NZa-besluit ‘een gemiste kans is om zelf verantwoordelijkheid te nemen’. ‘Tegelijk biedt het besluit ons precies wat wij nodig hebben voor de volgende stap: het zwart-op-wit bewijs dat de NZa op onze kernargumenten geen inhoudelijk antwoord heeft. Een bestuursorgaan dat bezwaren afwijst zonder op de werkelijke argumenten in te gaan, heeft een motiveringsprobleem - en dat is bij uitstek iets waar de rechter over gaat.’
Meer lezen?
- KNMT, KNMT stapt naar de rechter om kostenonderzoek, 16 juni 2026
- VBT, NZa wijst alle bezwaren tegen de mondzorgtarieven 2026 af, 12 juni 2026
Meer artikelen met dit thema
LHV pleit voor snellere toetsing van platforms als Moetiknaardedokter.nl
29 apr om 16:30 uur4 minUit onderzoek van de NOS blijkt dat online huisartsentool Moetiknaardedokter.nl jarenlang…
Vier tips voor een zorgeloze hr- en salarisadministratie
27 apr om 16:00 uur4 minEen correct salaris op het juiste moment. Voor werknemers is dat vanzelfsprekend. Maar in de…
NZa: Zorgaanbieders keerden in 2024 311 miljoen aan dividend uit
16 apr om 10:00 uur4 minDe Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft op basis van jaarverantwoordingen over 2024 inzicht…
Erik van Dam over de aanloop naar de Zelfstandigenwet: ‘Kijk de komende tijd goed hoe je samenwerkt’
2 apr om 10:30 uur5 minErik van Dam, senior adviseur Kennismanagement bij VvAA, schetst hoe twee wetstrajecten die ‘…
KNMT licht alternatieven voor cao toe in webinar: 'Praktijkhouders kunnen het zelf aangeven'
1 apr om 10:15 uur4 minDe KNMT heeft een verkenning naar een opvolger van de ingetrokken arbeidsvoorwaardenregeling (AVR) afgerond.…

Reactie toevoegen