Huisarts Bernard Kral: ‘Er zijn bijna geen huisartsen meer die een praktijk runnen leuk vinden'

vrijdag 2 april 2021
timer 4 min

Foto: Lenneke Lingmont

Huisarts Bernard Kral (62) besloot vorig jaar zijn praktijk vervroegd over te dragen, omdat hij als huisarts aan de slag wil op het Franse platteland. Lange tijd leek de praktijkoverdracht niet te lukken, maar begin maart kwam Kral er toch uit met zijn opvolger. 'In Almelo staat het spreekwoordelijke stoplicht altijd op rood.’

Bernard Kral begon op zijn 40e als huisarts in Almelo, na tien jaar in Afrika te hebben gewerkt als tropenarts. ‘Destijds was er ook een tekort aan huisartsen: ik kon als enige kandidaat zo kiezen uit twintig praktijken. Eigenlijk wilde ik juist in loondienst, maar ik kwam erachter dat dat ten koste ging van mijn autonomie als huisarts.’   

‘Dat ik in Almelo een praktijk kon overnemen en uitbouwen, was hartstikke leuk. Ik werd daardoor eigen baas en wilde op een laagdrempelige manier de patiëntenzorg vormgeven. In mijn visie moet een praktijk goed toegankelijk zijn. Maar patiënten zijn wel zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid.’   

Organisatie van de zorg  

Een huisarts moet zich in de ogen van Kral ook bezig houden met de organisatie van de zorg. 'Vanuit Afrika wist ik: je kunt nog zo’n goede klinische arts zijn, als de organisatie niet goed is, kun je niets. In mijn bestuurlijke visie wilde ik dat alle diagnostiek naar de huisarts zou gaan. Daarbij wilde ik ook dat er meer personeel in de praktijk zou moeten komen om ze via taakdelegatie voor meer handelingen in te zetten. Waarom zou een huisarts mensen moeten wegen of de bloeddruk moeten opnemen? Ik ben juist voorstander van grotere praktijken, met meer delegatie naar praktijkverpleegkundigen en -ondersteuners.’  

Huisarts als ondernemer  

Een groot probleem voor de huisartsen is de trend in Nederland om parttime te werken, signaleert Kral. ‘Ik ben nog van de generatie “Als je fulltime werkt, dan doe je dat. Ook voor jezelf”. Ik was 5 jaar betrokken bij de huisartsenopleiding in Nijmegen en Amsterdam. Daar merkte ik dat er bijna geen mensen meer zijn zoals ik: huisartsen die het runnen van een eigen praktijk leuk vinden. Er werken vooral mensen die zijn gestopt met hun praktijk en die parttime willen werken. Het is niet zo dat er tijdens de opleiding niet over ondernemerschap wordt gesproken. Ik liet de groep eens een dag lang nagaan hoe ze maximale winst kunnen halen uit de praktijk. Een substantieel deel van hen vond dat ze niet alleen maar met geld bezig wilden zijn. Ik zei: “Je kunt geen huisarts zijn als je geen winst maakt”. De winst biedt je de autonomie om keuzes te maken.’  

Inkomen blijft achter  

Vanaf de jaren zeventig is het inkomen van de huisarts alleen maar gedaald, constateert Kral: ‘Zo rond eind jaren 1990 tot 2010 steeg het inkomen van de huisarts weer. Men dacht door inzet van de huisarts dat de kosten voor de zorg lager zouden worden. In 2005, bij de invoering van de Zorgverzekeringswet, is besloten dat de huisarts goed de chronische zorg kan begeleiden. Sindsdien is er meer inkomen naar de huisarts gegaan.’ Kral schetst hoe na 2012 de verschillende typen zorg minder opleveren: voor de basiszorg, voor de ketenzorg en projectfinanciering. ‘Er blijft dus geld op de plank liggen. De financiering wordt niet geïndexeerd, terwijl de kosten zoals voor personeel blijven stijgen. Sinds 2012 is de winst per patiënt hierdoor gedaald met zo'n tien procent. Omdat de inkomensontwikkeling in de hele maatschappij achteruit ging, accepteren huisartsen dit blijkbaar.’  

Imagoprobleem  

Kral verklaart de tegenzin van startende huisartsen om zich in regio’s als Twente -en daarbinnen in steden als Almelo- te vestigen uit imago. ‘Het huisartsentekort in Nederland is relatief, want het speelt  vooral in regio’s als in Zeeland, Friesland en Twente. Verder is er onder startende huisartsen een weerzin tegen het praktijkhouderschap. Binnen een regio als Twente hebben huisartsen vaak ook nog minder zin om zich in steden te vestigen, zoals Almelo en Enschede. In Almelo staat het spreekwoordelijke stoplicht altijd op rood.’   

Voorbereiding op overdracht  

Ook Kral heeft zich tijdig op een mogelijke praktijkoverdracht voorbereid. Zijn praktijk werd in 2011 onderdeel van een centrum van ‘huisartsen onder een dak’. ‘De samenwerking ging goed, we gingen meer personeel delen. Alleen het hielp niet om meer huisartsen te trekken. Dat merkte ik toen ik huisartsenopleider was in Nijmegen en Amsterdam en regelmatig een vervanger nodig had in de praktijk. Ik moest telkens een nieuwe vervanger vinden en dat lukte niet. Sollicitanten trokken zich op het laatste moment weer terug omdat ze niet naar Almelo wilde komen. Ik raakte er zo door gestrest dat ik met het werk voor de opleiding ben gestopt.’ 

Vervolgens zocht Kral een partner voor zijn maatschap met in totaal 3.400 patiënten. ‘Daar was ik jaren mee bezig, totdat we op 1 januari 2020 een maatschap begonnen. Daarmee had ik een praktijk in de aanbieding voor de helft, wat voor mensen die parttime willen werken veel aantrekkelijker is. Dus door samen te werken in een HOED en me te associëren, heb ik de praktijk steeds aantrekkelijker willen maken voor opvolgers. Vorig jaar heb ik echter ook besloten om in 2021 een baan in Frankrijk te accepteren. Dat was sneller dan de vier jaar die ik oorspronkelijk nog wilde werken in de praktijk.’  

Dit artikel verschijnt in het kader van het maandthema ‘Starten en stoppen’. Het is een voorpublicatie van een interview dat in MedischOndernemen 2021-1 verschijnt. Wilt u meer weten over dit thema, meldt u zich dan aan voor: Online Dag van de Praktijkhouder ‘Starten & Stoppen’ 

Sluit u aan 

Als lid van MedischOndernemen staat u er niet alleen voor. U heeft toegang tot kennis via de website, de wekelijkse nieuwsbrief en MedischOndernemen Magazine. Verder krijgt u korting op onze evenementen zoals Mondzorg praktijk Anno Nu en Fysiopraktijk Anno Nu, en profiteert u van korting op onze geaccrediteerde PatiëntenEnquête voor het meten van klanttevredenheid van tandartspraktijken. 

Meer artikelen met dit thema

THOON voert actief campagne tegen huisartsentekort
flash_onNieuws

Thoon wil met actieve campagne huisartsen in Twente werven: ‘Nog meer proactief en inzetten op persoonlijk contact’

12 mei om 11:30 uurtimer4 min

Wiyanti Nieuweweme is projectleider praktijkdienstverlening bij de Twentse Huisartsen Onderneming Oost…

Lees verder »

Meer grip op het overnameproces: de vier fases van praktijkovername

26 apr om 17:00 uurtimer5 min
Droom je ook wel eens van een eigen praktijk? Maar waar begin je? En wat komt er allemaal bij kijken? In dit…
Lees verder »
all_inclusiveAchtergrondartikel

Vijf redenen waarom huisartsen eerder stoppen: ‘We zijn de spin in het web van een disfunctioneel systeem’

14 apr om 10:25 uurtimer4 min
Waarom verlaten jonge huisartsen voortijdig het vak? In een analyse in de Volkskrant worden vijf redenen genoemd,…
Lees verder »
person_outlineBlog

Stoppen is lastig – helemaal als er geen opvolgers zijn

13 apr om 12:08 uurtimer3 min
Als je iets vele jaren doet is stoppen niet altijd gemakkelijk. Ik durf zelfs te beweren dat stoppen vaak…
Lees verder »
mic_external_onInterview

Startende praktijkhouder Dorothea Gilow: ‘Er moet veel en als je alles geregeld hebt, komt de volgende golf’

1 apr om 09:00 uurtimer5 min
Dorothea Gilow is sinds anderhalf jaar praktijkhouder-huisarts in Loosduinen, een snelgroeiende stadswijk aan de…
Lees verder »
person_outlineBlog

Stoppen met de praktijk - plan het op tijd!

24 mrt om 14:30 uurtimer2 min
Goed nadenken over de invulling van je laatste jaren in de praktijk is enorm belangrijk. Met het huidige aantal…
Lees verder »
all_inclusiveAchtergrondartikel

Arjan Roest over de Zeeuwse aanpak van het huisartsentekort: ‘Onze kleinschaligheid is een voordeel’

16 mrt om 10:36 uur
Nieuwe waarnemers voelen zich in Zeeland hartelijk welkom en krijgen volop de kans om met deze provincie en hun…
Lees verder »

Een praktijk overnemen - lukt dat nog wel? Acht vragen die bij overname relevant zijn

15 dec 2021 timer4 min
Vroeger was alles beter, hoor je oudere collega’s wel eens verzuchten. Lange tijd gold dat in ieder geval voor het…
Lees verder »