Fysiotherapie draait recordomzet én ziet marges afnemen: ‘Ruim helft praktijkhouders overweegt verkoop’
De innovatieverwachting staat in de fysiotherapie met -29 op een historisch laag niveau: ondernemers zien geen ruimte om weer te investeren. (Foto: Shutterstock)
Terwijl de omzetindex steeg naar 96 procent en het ondernemersvertrouwen voor het eerst in jaren positief was, bereikte de winstmarge in de fysiotherapiebranche een nieuw dieptepunt. Liefst 26 procent van de eigenaren gaf aan de praktijk te willen verkopen, terwijl nog eens 31 procent dit zou overwegen. Deze voornemens stranden wel vaak op een gebrek aan kennis over de praktijkverkoop en het ontbreken van mogelijke opvolgers, zo blijkt uit de zesde Kleinbedrijf Index Fysiotherapie.
Geen investeringsruimte
Uit het onderzoek van Rutger IJntema en Lex Van Teeffelen, van Hogeschool Utrecht, uitgevoerd onder 154 praktijkeigenaren, blijkt dat de fysiotherapie zowel te maken heeft met macro-economisch herstel als voortdurend oplopende kosten. De betalingsindex verbeterde fors van 77 naar 84, en het percentage ondernemers dat rekeningen op tijd betaalt, steeg eveneens. Ook de werkgelegenheid trok aan. Tegelijkertijd voelde de gemiddelde praktijkhouder zich allerminst gerust over de toekomst.
De nettomarge – de winst na aftrek van alle kosten, maar vóór afdracht van het ondernemersloon – daalde in de eerste helft van 2025 naar 14 procent. Daarmee scoorde de fysiotherapie aanzienlijk lager dan het overige midden- en kleinbedrijf, waar 32 procent van de ondernemers een marge boven de 20 procent behaalden. Bij 38 procent van de praktijken is de marge de afgelopen drie jaar gedaald, bij 45 procent bleef deze gelijk. De innovatieverwachting staat met -29 op een historisch laag niveau: ondernemers zien geen ruimte om weer te investeren.
Meer managementfee
Het ondernemersloon laat een lichte stijging zien. Van de praktijkeigenaren keert 85 procent zichzelf meer uit dan het minimumloon, tegenover 52 procent in het mkb. In 66 procent van de gevallen valt dit loon tussen modaal en twee keer modaal. Vijf procent van de praktijkhouders betaalt zichzelf een bedrag uit dat op of onder het bijstandsniveau ligt.
Bedrijfseigenaren in de fysiotherapie werken gemiddeld 40 tot 48 uur per week, vergelijkbaar met het overig MKB, en scoren 59 op een stressschaal van 100, fors meer dan het gemiddelde in het mkb van 46. In 79 procent van de praktijken is de bedrijfsvoering sterk afhankelijk van de praktijkhouder zelf, wat het risico verhoogt op langdurige stress, verminderde kwaliteit van besluitvorming en uitval.
Overnames dreigen te stranden
Een van de opvallende uitkomsten betreft de praktijkopvolging. Binnen vijf jaar wil 26 procent van de eigenaren de praktijk verkopen, terwijl 31 procent dit mogelijk overweegt. Van de groep die verkoop overweegt, heeft 47 procent dit eerder meegemaakt. Slechts 16 procent heeft al een concrete opvolger in beeld. De belangrijkste drijfveren om te stoppen zijn persoonlijk van aard: te veel uren moeten maken (76 procent), gebrek aan energie (67 procent) en belemmeringen door nieuwe regelgeving (65 procent). Financiële motieven spelen een kleinere rol, al noemt 46 procent een aantrekkelijke verkoopprijs als mogelijke reden.
Geen opvolging in beeld
Tegelijkertijd zijn de barrières voor overdracht groot. Bijna tweederde van de ondernemers heeft onvoldoende zicht op de fiscale en financiële gevolgen van verkoop. Een vergelijkbare groep (64 procent) weet niet wie de opvolger zou kunnen zijn. Het bepalen van een realistische verkoopprijs vormt voor 55 procent een probleem en bijna de helft vindt het moeilijk de praktijk los te laten. Deze cijfers liggen structureel hoger dan in het overige mkb, wat wijst op sectorspecifieke knelpunten.
Bij overdrachtsconstructies valt het grote aantal antwoorden 'weet niet' op, variërend van 33 tot 62 procent. Slechts 36 procent heeft een uitgesproken voorkeur voor geleidelijke overdracht in meerdere transacties. De onderzoekers concluderen dat de sector dringend behoefte heeft aan een structurele ondersteuning bij praktijkopvolging, met duidelijke richtlijnen voor waardering en begeleiding.
‘Wrong-pocketprobleem’
De onderzoekers signaleren een fundamenteel probleem in de bekostiging. Praktijken worden steeds vaker gevraagd bij te dragen aan preventie, leefstijlbegeleiding en wijkgerichte interventies. Deze inspanningen leveren op lange termijn gezondheidswinst en kostenbesparing op, maar de financiële baten komen vaak terecht bij andere partijen, zoals zorgverzekeraars, gemeenten of werkgevers. Het risico is dat praktijken dan wel de kosten dragen, maar niet de vruchten plukken.
Dit 'wrong-pocketprobleem' belemmert innovatie en houdt praktijken gevangen in een afhankelijkheid van traditionele contracten met de zorgverzekering. In het tweede kwartaal van 2025 werd 82% van de omzet gehaald uit zorgverzekeringscontracten, een percentage dat al jaren stabiel is. Die eenzijdige afhankelijkheid maakt praktijken kwetsbaar voor tariefdruk en stijgende kosten, zonder dat er ruimte ontstaat voor nieuwe verdienmodellen.
Samenwerking als uitweg
Om uit de vicieuze cirkel van hoge omzet, lage marges en toenemende concurrentie te komen, moeten praktijken hun bedrijfsmodel verbreden, concluderen de onderzoekers. Ze pleiten voor een omslag van een competitief naar een collaboratief model. Dat betekent: samenwerking zoeken met gemeenten, werkgevers en andere zorgverleners, en inzetten op preventie, leefstijl en wijkgerichte interventies.
Door deel te nemen aan regionale programma's en nieuwe bekostigingsvormen zoals bundelbekostiging, populatiebekostiging of private financiering, kunnen praktijken hun inkomsten spreiden en het wrong-pocketprobleem omzeilen. Dit vergroot niet alleen de financiële veerkracht, maar komt ook de kwaliteit van zorg en preventie ten goede.
Voor de overnameproblematiek bepleiten de onderzoekers een sectorbreed ondersteuningsprogramma. Richtlijnen voor waardebepaling, gespecialiseerde adviseurs en aandacht voor emotionele aspecten van ‘het loslaten van de praktijk’ moeten de bedrijfscontinuïteit versterken. Ook interne talentontwikkeling verdient daarbij aandacht, zodat medewerkers kunnen doorgroeien tot opvolger.
Representativiteit
Opvallend is wel de beperkte basis van deze zesde Kleinbedrijf Index Fysiotherapie. De respondenten werden geworven via de netwerken van SKF, KNGF, WVF en VvAA. Het panel van de fysiotherapie bestaat uit 10.000 praktijken, schrijven de onderzoekers. 378 fysiotherapiepraktijken reageerden op de vragenlijst, waarvan er 158 volledig waren ingevuld en 154 voldeden aan het urencriterium van de Belastingdienst.
Of de groep van 154 deelnemers representatief is voor alle Nederlandse fysiotherapiepraktijken, kunnen de onderzoekers niet vaststellen. Ze benadrukken dat de beperkte steekproefomvang, voorzichtigheid vereist bij generalisatie. Conclusies zijn daarom indicatief. De trends zijn evenwel in lijn met eerder edities van de Bedrijfsindex, wat wijst op structurele ontwikkelingen in de sector.
Meer weten?
- Kleinbedrijf Index Fysiotherapie, 6e editie, Q2 2025, Fysiotherapie tussen overnamegolf en toekomstkeuze, VvAA/HU, februari 2026
- 4e Kleinbedrijf Index Fysiotherapie: ‘54 procent van de praktijkhouders denkt aan stoppen – een schokkend aantal’, 15 januari 2025
- Kleinbedrijf Index Fysiotherapie: ‘Te hoge werkdruk en geen geld voor innovatie’, 5 juli 2023
- Rutger IJntema: ‘Innovatie in de fysiotherapie moet maatschappelijke vraagstukken helpen oplossen’, 28 november 2019
Meer artikelen met dit thema
Geert van Baggem (Fys’Optima) over de inzet op leefstijl: ‘We moeten iets doen aan de voorkant van de zorg’
12 mrt om 10:30 uur6 minDe kracht van beeld: Waarom Video Connect onmisbaar is in jouw praktijkvoering
4 mrt om 13:00 uur4 minHoogste tijd voor effectonderzoek naar AI in de eerste lijn
12 feb om 14:00 uur5 minVisser & Visser bij de Dental Expo: Ben jij klaar voor de volgende stap in jouw praktijk?
12 feb om 12:00 uur4 minHadoks, Juvoly en Vcare werken samen aan nieuwe AI-triagetool
11 feb om 14:53 uur5 minPraktijkmanagement software: kostenpost of waardedrijver?
11 feb om 12:00 uur5 minBij Nader Inzien zoekt gepensioneerde tandartsen voor Amsterdamse vestiging
10 feb om 14:15 uur4 minJos de Blok: ‘Vereenvoudiging en autonomie leveren 25 procent besparing op in zorg’
21 jan om 14:30 uur5 minBuurtzorg-directeur Jos de Blok stelt dat het Nederlandse zorgstelsel aanzienlijk efficiënter…

Reactie toevoegen