Decaan Fedde Scheele (ACTA) als minister van VWS: ‘Vrijheid is fijn, maar je wordt vaak wel genegeerd’
Prof. dr. Fedde Scheele: 'De huidige studie zit ongelooflijk vol. Als je het programma ziet, krijg je een beetje buikpijn.' (Foto: Kirsten van Santen/ACTA)
Fedde Scheele omschrijft het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) als een bijzondere opleiding. Met een jaarlijkse instroom van ongeveer 140 studenten en een uitstroom van zo’n 130 tandartsen per jaar is het rendement opvallend hoog. ‘We doen heel veel moeite om iedereen af te laten studeren,’ zegt Scheele. Tegelijkertijd wijst hij op de uitstekende reputatie van het instituut als het gaat om onderzoek: ACTA staat derde in de wereldranglijst voor mondzorgkundig onderzoek, na Michigan en Singapore. ‘Er zit hier een hele krachtige onderzoeksgroep met briljante onderzoekers.’
Grote ogen en oren
Prof. dr. Fedde Scheele is sinds 2024 decaan bij ACTA. Daarvoor werkte hij als gynaecoloog en bestuurder in allerlei rollen. Zo was hij als decaan van het Leerhuis bij het OLVG, interim-directeur bij de opleiding Geneeskunde aan het VUmc en hoogleraar Health Systems Innovations and Education. Verder was hij onder andere voorzitter van het College Geneeskundige Specialismen van artsenfederatie KNMG en de Nederlandse Vereniging Medisch Onderwijs.
Zijn huidige rol als decaan omschrijft hij zelf als die van kritisch luisteraar en verbinder. ‘Mijn rol is vooral hele grote oren hebben. Ik zoek altijd de redelijkheid, ook waar emoties spelen. Bij discussies heb ik een rol als verbinder en soms als knopen doorhakker.’ Die oren legt hij ook buiten de muren van ACTA te luisteren: bij collega’s en bij de ministeries van OCW en VWS. Die brede blik is nodig, want in de ogen van Scheele staat tandheelkunde voor grote keuzes.
Autonomieparadox
De mondzorg kenmerkt zich door vrijgevochten professionals, die van oudsher sterk aan hun autonomie hangen, constateert Scheele. ‘Dat heeft voordelen zoals vrijheid, maar ook nadelen, namelijk het risico dat je te ver van de rest van de geneeskunde verwijderd raakt. Dan speel je geen rol meer in de discussie over hoe de zorg ingericht moet worden. De overheid lijkt soms geen behoefte te hebben aan een volledig autonome mondzorgclub naast de rest van de geneeskunde, die wél strak is ingekaderd in bijvoorbeeld kwaliteitsregels. Als je als beroepsgroep te ver afdwaalt, moet je voorzichtig zijn en wijs beleid voeren. Anders kun je verwachten dat zich dat op een dag tegen je keert.’
Scheele zinspeelt met zoveel woorden op wat wel de ‘autonomieparadox’ wordt genoemd. ‘Als observator zeg ik: het is prima om discussies vanuit de autonomiegedachte te voeren. Doe het dan ook slim, zodat je binnen de zorg niet zo ver van de anderen af komt te staan en je geen gesprekspartner meer bent. Het kan dan ook gebeuren dat de overheid die autonomie weer gaat inperken. Mijn stelling is: kijk heel goed naar wat de geneeskunde doet, hoe ver je daarin mee wilt gaan en welke dingen je echt een nadeel vindt.’
‘Ik zou de tandheelkunde beschouwen als deel van de normale geneeskunde’
Wat zou u doen voor de mondzorg als minister?
‘Als minister zou ik mijn ogen en oren ook goed openhouden en zeer goed geïnformeerd proberen te zijn. Voor mij is dat de basis, in dialoog met de betrokken groepen. Ik zou de tandheelkunde beschouwen als deel van de normale geneeskunde. Ik snap de neiging tot autonomie, want die heb ik ook, maar ik weet ook dat je je hand kunt overspelen. Dan denkt de overheid: als jullie vinden dat het zo moet, dan leggen wij nog een keer uit wat volgens ons de normen zijn en gaan het desnoods dwingend opleggen. Als de overheid niet hoeft in te grijpen, blijft zij vaak ook op afstand. Daarmee doe je jezelf en de overheid een plezier.’
‘Als je het programma van tandheelkunde ziet, krijg je een beetje buikpijn’
Gaat de overheid slordig om met opleidingen?
‘Waar ik moeite mee heb, is dat als je oogarts wilt worden, je eerst zes jaar geneeskunde doet en daarna nog vijf jaar specialistische opleiding. Dan kun je functioneren op ongeveer hetzelfde technische niveau waarop een tandarts nu functioneert. Een oogarts verricht vergelijkbaar met een tandarts ook uiterst precieze handelingen. Dat maakt de vergelijking tussen oogarts en tandarts ook zo bijzonder. Alleen: de tandarts studeert zes jaar, de oogarts elf.’
‘Een beroepsgroep maak je sterk door sterke opleidingen. De huidige zes jaar zitten ongelooflijk vol. Als je dat programma ziet, krijg je een beetje buikpijn. Het is een extreem drukke studie. Het betekent ook dat sommige onderwerpen minder aandacht krijgen. Binnen medisch-specialistische opleidingen van elf of twaalf jaar is er veel ruimte voor teamdynamiek, omgaan met acute zorgvragen, kwaliteitszorg en leiderschap. Die onderwerpen komen binnen de tandheelkunde slechts beperkt aan bod.’
De opleiding komt niet toe aan onderdelen als praktijkvoering en leiderschap?
‘Inderdaad, dat is een klein onderdeel van het curriculum. Het zou fantastisch zijn om daar meer tijd in te stoppen, maar waar haal je die tijd vandaan? De afgelopen jaren is ook gesproken over het verder verkorten van de opleiding, dat vond ik een naar plan. Mondzorg verdient ontwikkeling en dat stijgt uit boven een louter technisch vak. Mijn pleidooi is: beweeg meer richting de geneeskunde, creëer een basisstandaard en geef daarna ruimte om verder te ontwikkelen en te specialiseren.’
De differentiaties die nu postdoctoraal plaatsvinden, kunnen dan in de academische fase?
‘Ja, die kun je zien als specialistische opleidingen. In de geneeskunde stopt het ook niet na de basisopleiding. De huisartsenopleiding duurt drie jaar na de basisopleiding geneeskunde. Je kunt zeggen dat het geweldig is dat tandartsen het in zes jaar doen, maar voor wie is dat geweldig? Als mensen zich daarna onder supervisie verder kunnen ontwikkelen in bijvoorbeeld implantologie of endodontologie, kan dat de kwaliteit enorm verhogen. Nu moeten mensen vaak zelf betalen voor verdere scholing. Terwijl een oogarts vijf jaar extra wordt opgeleid, met daarbij een redelijk inkomen.’
‘Het is opmerkelijk dat er te weinig tandartsen worden opgeleid’
Speelt de overheid ook zelf een rol door het aantal opleidingsplaatsen te beperken?
‘Het is opmerkelijk dat er te weinig tandartsen worden opgeleid. Als het Capaciteitsorgaan bij gynaecologen aangeeft dat er meer of minder nodig zijn, volgt de overheid dat. Bij tandartsen gebeurt dat niet. Dat vind ik spectaculair. Voor mij is tandheelkunde gewoon een onderdeel van de geneeskunde. De tandheelkunde heeft zich bewust losgemaakt. Dat is begrijpelijk en soms mooi, maar het heeft dus bijwerkingen.’
Hoe zou u als minister het tandartstekort oplossen?
‘Ten eerste: ik zou luisteren naar het Capaciteitsorgaan. Kijk daarbij wel naar het samenspel van tandartsen, mondhygiënisten, preventiemedewerkers en andere vitale collega’s in de mondzorg. Ten tweede: Ik zou de zorg zo inrichten dat we optimaal gebruikmaken van alle professionals. Dat gebeurt in veel praktijken al heel goed. Preventieassistenten, mondhygiënisten en tandartsen hebben daar hun taken scherp verdeeld. Die functiedifferentiatie is een succes.’
Dit is een ingekorte voorpublicatie van het artikel dat binnenkort in MedischOndernemen verschijnt.
Meer artikelen met dit thema
Armoede uitgelegd: armoedestress leidt tot onnodig ziek zijn en jong sterven
19 aug 2024 5 minKernwaarden huisartsenzorg onder druk: Het zal je dokter maar wezen
4 jul 2024 4 minStel je woont in een dorp waar een huisarts met pensioen gaat. Aardige man, fijne dokter. Er…
Co-Med deels failliet - wanneer gaat het grote samenklonteren in de huisartsenzorg beginnen?
3 mei 2024 6 minDe angst voor de tandarts én de onvoorspelbare rekening: Kerkratten en Baligangers
5 feb 2024 4 minMet De Lieve Tandarts proberen we drempels weg te nemen waardoor mensen niet meer naar de tandarts gaan.…
Tweede Kamer verwerpt moties voor mondzorg in de basisverzekering
1 feb 2024 3 minDe Tweede Kamer heeft een motie van de SP en Denk om mondzorg op te nemen in het basispakket…
Nieuw leven voor gezondheidscentra
31 jan 2024 4 minStop met het eigen risico
12 jan 2024 4 minHoogleraar Guus van Montfort over ‘beeld en werkelijkheid’ in de zorg: ‘Stuur op vertrouwen in de werkvloer’
9 jan 2024 8 minOverheid en verzekeraars zouden niet op microniveau moeten sturen, maar vanuit vertrouwen in de werkvloer. Dat…

Reactie toevoegen