KNGF-bestuurder Rik Kranenburg: ‘Juist maatschap maakt runnen van een praktijk ontzettend leuk’

timer 5 min
Foto Fysiopraktijk Hooiweg

Rik Kranenburg: ‘Als ondernemer probeer ik alle ontwikkelingen te volgen. Het lokaal contact met huisartsen, sportartsen, consultatiebureau, logopedisten, diëtisten, psychologen maakt het boeiend.’ (Foto: Fysiopraktijk Hooiweg)

Jonge fysiotherapeuten zijn voorzichtig met de stap naar het praktijkhouderschap, maar is dat erg? Praktijkhouder en KNGF-bestuurder Rik Kranenburg staat er dubbel in. Hij weet hoe leuk ondernemen is, maar vraagt zich af of de vele kleine eenmanspraktijken nog passen bij de richting die vak en het stelsel op gaan. Dit interview is deel 3 uit de serie 'Een eigen praktijk starten in de fysiotherapie’.

Rik Kranenburg is manueel therapeut en ziet twee dagen per week patiënten in Zuidhorn, waar hij samen met drie maten de Fysiopraktijk Hooiweg leidt met tien fysiotherapeuten. Verder is hij docent-onderzoeker aan de Hanze en vicevoorzitter van het KNGF. ‘Als mensen vragen wat voor werk ik doe, zeg ik: ik ben fysiotherapeut. Toevallig doe ik ook onderzoek, geef ik les en zit ik in het bestuur van het KNGF.’


Rik Kranenburg voorgedragen als nieuwe voorzitter

Onlangs werd bekend dat Rik Kranenburg op 18 november wordt voorgedragen als nieuwe voorzitter van de fusie-organisatie van KNGF en SKF. Daarover verschijnt binnenkort een afzonderlijk interview met hem. Lees over die fusie ook: 


Kranenburg heeft wel eens twijfels over de toekomstbestendigheid van solopraktijken. ‘Ik ben zelf praktijkeigenaar en weet hoe leuk het is. Tegelijk zien we in Nederland meer dan zevenduizend kleine eenmanspraktijken. Als je kijkt waar het vak en de gezondheidszorg naartoe gaan, is de vraag: is zo’n eenmanspraktijk nog haalbaar en schaalbaar, gezien de ontwikkelingen? Ik kan me geen huisartsenpraktijk meer voorstellen met nog maar één huisarts en misschien één assistente. Huisartsen hebben zich de afgelopen twintig jaar anders ontwikkeld.’ 

Tegelijk ziet hij ook dat die kleinere praktijken nodig blijven in landelijke gebieden. ‘In de dichtbevolkte regio’s zit altijd wel een praktijk in de buurt. In de dunner bevolkte streken, aan de randen van het land, zijn die kleinere praktijken of vestigingen onmisbaar. Vaak zijn eenmanspraktijken ook specialistische praktijken en daar blijft zeker behoefte aan.’

‘Sportschool runnen is geen fysiotherapie’

Volgens Kranenburg is de fysiotherapiebranche nog altijd op zoek naar een goede plek in een zorgstelsel dat maar blijft veranderen. ‘Praktijken worden vaker zorgondernemingen in plaats van puur fysiopraktijken. Ook uit brancherapporten van bijvoorbeeld de ABN AMRO blijkt dat verstandig is om diverse geldstromen in je onderneming op te nemen. De vraag is wel hoe wenselijk dat is. Met een fitness- of oefenzaal kun je mensen laagdrempelig uit de zorg verder helpen. Ze kunnen blijven sporten of trainen, terwijl de stap terug naar zorg kort blijft. Tegelijk besteden collega’s daar meer tijd aan. Haal je daarmee menskracht uit de zorg weg, terwijl we zoveel mogelijk mensen aan de behandelbank willen houden? Dat blijft een spanningsveld.’

Ook de praktijk van Kranenburg beschikt over een fitness. ‘Maar mijn sportschoolhouderschap zie ik niet als fysiotherapie, en ook niet als een verbreding van het beroepsprofiel. We moeten voorkomen dat de fysiotherapeut straks als synoniem van een sportschool wordt gezien. Een fysiotherapeut is in de basis een zorgverlener. Het stelsel maakt ons ook ondernemer, waardoor er activiteiten ontstaan waarmee je je onderneming uitbreidt of stabieler maakt, risico’s spreidt of andere inkomsten binnenhaalt. Dat is niet per se fysiotherapie. De fysiotherapeut kan veel, maar is alles wat hij doet ook fysiotherapie?’ Kranenburg is ambivalent over die verbreding. ‘Starters krijgen er wel kansen door om het werk breder in te vullen. Fysiotherapeutisch weet ik niet of het een voordeel is. Als je als ondernemer kijkt, kun je wel meer mogelijkheden zien.’

‘Maatschap maakt runnen van de praktijk ontzettend leuk’

Zelf ervaart hij hoe pittig een grotere praktijk is. ‘Er verandert zoveel en je wilt ook vernieuwen. Dat kost tijd en energie. Tegelijk is het ontzettend leuk. Het helpt dan dat ik het niet alleen hoef te doen. We hebben alle vier andere kwaliteiten. Juist de maatschap maakt het runnen van een grote praktijk ontzettend leuk. Daardoor kan ik op vakantie, les geven of iets voor het KNGF doen, zonder te denken dat ik de hele dag op de praktijk moet zijn.’

Het plezier zit voor hem in de verbinding met de omgeving. ‘Als ondernemer probeer ik alle ontwikkelingen te volgen, binnen de fysiotherapie en gezondheidszorg. Dat betekent lokaal contact met huisartsen, sportartsen, maar ook met het consultatiebureau. Onze kinderfysiotherapeut maakt met hen afspraken. Ook het contact met logopedisten, diëtisten, gedragswetenschappers en psychologenpraktijken maakt het boeiend.’

‘Het vak vraagt veel meer’

De opleiding fysiotherapie valt in de portefeuille van Kranenburg als KNGF-bestuurder en hij bezocht ze onlangs allemaal. Hij is lovend over hoe ze studenten op het werkveld voorbereiden. De kritiek van studenten dat ze minder ‘handvaardigheid’ opdoen, nuanceert hij. ‘Vergeleken met dertig, veertig jaar geleden is de tijd aan de behandelbank zeker afgenomen. Maar toen had het vak een puur biomedische inslag, net als de ouderwetse medisch specialist die zei: zo gaan we het doen. In de fysiotherapie werken we al lang met een biopsychosociaal model, waarin je kijkt naar de mens in zijn omgeving. Daarvoor heb je andere vaardigheden nodig, ook gespreksvaardigheden. Niet iedereen hoeft op de behandelbank te gaan liggen.’

Ondernemerschap krijgt in de opleiding beperkt aandacht, weet ook Kranenburg. ‘Het zit in alle opleidingen in beperkte mate, maar wie zich wil verdiepen, kan dat doen via de vrije keuzeruimte. Het hangt dus van de student af welke kant die op wil.’ Het KNGF richt zich als beroepsorganisatie niet specifiek alleen op de ondersteuning van praktijkhouders. ‘We zijn een beroepsorganisatie, geen brancheorganisatie. Dat maakt wel verschil.’

‘Doe eerst werkervaring op’

Het KNGF wil evengoed wel blijven bijdragen aan Startersdagen, waar aankomende praktijkhouders horen wat erbij komt kijken en wie ze waarin kan ondersteunen, vindt Kranenburg. ‘Er komt nogal wat kijken bij het starten van een praktijk. Als je net van de opleiding komt, moet je je nog vakinhoudelijk ontwikkelen én dan zou je ook een hele bedrijfsstructuur moeten opzetten. Dat is best veel werk en onzekerheid. Ik raad fysiotherapeuten dan ook aan om eerst werkervaring op te doen zodat je weet: wat is mijn visie, wat wil ik en waarom wil ik dat?’

Wat moeten aankomende praktijkhouders vooral kunnen? ‘Je moet goed weten wat je wél en níét wilt. Durf te kiezen, je hoeft niet alles te doen. Wees nieuwsgierig naar wat anderen om je heen doen en hoe je elkaar kunt versterken, zonder meteen te proberen het lekkerste van elkaars bord te snoepen. Met de maatschappelijke ontwikkelingen van de komende decennia hoeven we ons over het aantal patiënten geen zorgen te maken. Laten we dan kijken hoe we het maatschappelijk waardevol houden en tegelijkertijd leuk kunnen maken.’


Meer lezen? 

Dit interview is deel 3 uit de serie 'Een eigen praktijk starten in de fysiotherapie’. Lees ook:


 

Reactie toevoegen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.

Meer artikelen met dit thema

Korenmolen De Kievit (1899), Grijpskerk. Foto: Shutterstock
mic_external_onInterview

Grijpskerk verliest zijn tandarts: ‘Hoe kun je een fulltime praktijk met parttimers runnen?’

timer4 min

Tandarts Johannes Boetje uit het Groningse Grijpskerk wil er eigenlijk geen woorden meer aan…

Lees verder »

Voortvarend leiding geven – ook als je geen natuurlijke leider bent

timer4 min

Effectief leiderschap in de tandartspraktijk draait minder om charisma of natuurlijk…

Lees verder »
(Foto: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
flash_onNieuws

LHV, InEen en NVZ: ‘AZWA biedt professionals ruimte en houdt zorg toegankelijk’

timer5 min

Brancheorganisaties LHV, InEen en NVZ omarmen het AZWA. Het akkoord moet de toenemende druk…

Lees verder »
Maarten Jansen, Yvonne van Wijk en Wiyanti Nieuweweme - Foto Martine Sprangers
all_inclusiveAchtergrondartikel

Hengelo wil huisartsentekort voorkomen met strategische agenda

timer6 min

In het Twentse Hengelo dreigt een huisartsentekort dat binnen enkele jaren kan oplopen tot…

Lees verder »
Ivo van Loo (Foto:TopzorgGroep)
mic_external_onInterview

Ivo van Loo (TopzorgGroep) over de groeiende zorgkosten: ‘Kijk naar de hele mens en denk multidisciplinair’

timer7 min

‘Mensen blijven rondshoppen in de zorg.’ Dat zegt Ivo van Loo, CEO van TopzorgGroep, als…

Lees verder »
Quickscan Duurzame Huisartsenpraktijk (Foto: Shutterstock)
all_inclusiveAchtergrondartikel

Actueel-webinar: ‘RegiozorgNU en Zilveren Kruis werken samen aan duurzame eerste lijn’

timer5 min
Tijdens het Actueel-webinar 'Quickscan Duurzame Huisartsenpraktijk' op 10 september presenteerden Diana Lucassen (…
Lees verder »
Roel de Maat en Jelly van der Brugge, tandartsen en eigenaren van Tandpark (Foto: Han Hermkens (Image and Motion))
all_inclusiveAchtergrondartikel

Een Goed Gesprek met Roel de Maat en Kim Koster (Tandpark): ‘Als team ontwikkelen we ons verder’

timer5 min
Tandpark is een grote algemene en specialistische tandartspraktijk in Arnhem, met als motto ‘In de stoel en in het…
Lees verder »
Kostenonderzoek - Foto: Shutterstock
flash_onNieuws

KNMT vecht kostenonderzoek NZa aan bij de rechter

timer3 min

De KNMT is naar de rechter gestapt om de uitkomsten van het recente kostenonderzoek van de…

Lees verder »