menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
30 september 2020

Tandarts Richard Suy: 'Je moet continu blijven investeren in en luisteren naar je medewerkers'

Tandarts en ANT-bestuurder Richard Suy bouwde de afgelopen twee jaar zijn praktijk Mondzorg Oost flink uit. De praktijk is onderdeel van Medisch Centrum Nijmegen-Oost, waarvan Suy ook voorzitter is. Juist toen de verbouwing zou worden afgerond, brak de coronapandemie uit. Een gesprek met een ondernemende tandarts die steeds weer nieuwe projecten oppakt. 'Je moet continu blijven investeren in en luisteren naar de mensen die bij je werken. Alleen dan floreert het.’
Tandarts Richard Suy: 'Je moet continu blijven investeren in en luisteren naar je medewerkers'
Richard Suy begon twaalf jaar geleden met zijn praktijk aan de Berg en Dalseweg in Nijmegen Oost. Van een solopraktijk groeide het sindsdien uit tot een team van 34 mondzorgmedewerkers. Suy betrok drie negentiende-eeuwse herenhuizen samen met huisartsen en een apotheker.
 
Richard Suy: ‘Ik had mijn naam niet eens op de gevel, we waren niet echt zichtbaar als praktijk. Pas toen wij voor collega-tandartspraktijken gingen werken, kwamen we in beeld. We kregen meer differentiaties in huis en boden anderen onze steun aan. Als een tandarts een expertise niet heeft, kon deze altijd op ons leunen. Zo hebben we steeds meer samenwerkingspartners gekregen. Het is fantastisch dat je geen concurrentiebeleid hebt, maar elkaar versterkt.’
 
Het aantal tandartsen bij Mondzorg Oost groeide de afgelopen tien jaar snel. Suy bedacht dat hij zijn praktijk kon doorontwikkelen rond drie afdelingen: preventie, interventie en curatie. Daarvoor heeft hij het achterliggende pand, een voormalig kantoor van ingenieursbureau Haskoning, bij de praktijk getrokken. ‘Ik wilde de algemene praktijk met zijn preventieve functie aan de voorkant houden. Patiënten beseffen dan beter dat interventie en curatief handelen niet zonder meer normaal is, ze worden dan op separate praktijkafdelingen gezien. Daarnaast hebben we een eigen tandtechnisch laboratorium.’
 
Tandartsen hebben vaak ondernemersbloed, waar komt dat vandaan?
’Het is enthousiasme en perfectionisme. Dingen creëren. Vanuit de ANT hebben we bijvoorbeeld een portal voor richtlijnen en protocollen gemaakt. In de praktijk zie je welke behoeften zorgverleners hebben. Je kunt zelf die architectuur voor de ICT uitdenken. Vervolgens is de vraag wie die software kan schrijven en kan testen. En zo is weer iets nieuws geboren.’
 
Ondernemerschap stimuleert innovatie. Tegelijk zijn zorgverleners vaak bang om als een geldbeluste ondernemer te worden afgeschilderd.
‘Daar lopen we hier tegenaan. De vraag is: mag je als zorgverlener ondernemen in dezelfde keten als waar je zorg levert? Daar gaat het nu mis. Kijk naar de uitspraken van Marjan Kaljouw (bestuursvoorzitter van de NZa). De NZa wil niet dat er geld verdiend wordt aan zorg, zo lijkt het. Dat strookt niet helemaal. Ze gaan eraan voorbij dat ik als eigenaar veel banen faciliteer. Met een gezond bedrijfsresultaat, door groei en bloei, komen er ook meer mogelijkheden voor patiënten.’
 
Ondernemerschap wordt ontmoedigd, terwijl het de zorg ten goede komt?
‘Het probleem nu is dat de basiszorg en de aanvullende schadeverzekering aan elkaar gekoppeld zijn. Je wilt de collectieve portemonnee, de basiszorg, beheersen. Maar omdat die gekoppeld is aan de aanvullende verzekering, het vrije segment, loopt alles door elkaar. Als een soort koopkrachttaart wordt dat neergezet. De zorgvraag en zorgmogelijkheden stijgen hier bovenuit. Iedereen die iets meer van de taart wil, vecht indirect met zijn collega’s. Je kunt die ruimte alleen nemen ten koste van een ander. Daar gaat het nu mis in tandheelkundelandschap.’

‘Ik denk dat we moeten durven kiezen door te zeggen: ‘We hebben een basisverzekering en dat moeten we met elkaar goed beheersen’. Het is een sociaal vangnet en stimulans voor de jeugdgezondheid. Geef daarnaast het vertrouwen aan de zorgverlener om te kunnen excelleren, wat volume te kunnen draaien, afspraken te maken met de patiënt. Dat is shared decision making. Nog meer begrenzen en meer regeltjes gaat niet.’
 
Intussen groeien Mondzorg Oost en Medisch Centrum Nijmegen-Oost door? Hoe doet u dat?
‘Ik heb nooit reclame gemaakt. Elke patiënt moet je ambassadeur zijn. Groei is geen doel op zich. Het ontstaat door plezier te hebben. Ik vraag regelmatig aan nieuwe collega’s: “Waarom ben je hier?” Je hebt maar één reden en dat is: leuk je dag doorkomen als zorgprofessional en zorgen dat die patiënten tevreden naar buiten gaan.’

Uw praktijk is heel breed. Hoe krijgt u het allemaal gepland en georganiseerd?
‘We hebben bij de uitbreiding nieuwe software laten bouwen en daarvoor input van het hele team gevraagd. Op elke afdeling is iemand die het coördineert: voor de administratie, de balie, de specialismen, de algemene praktijk en de mondhygiëne. Ik doe ook wat met de gemaakte afspraken. Het mag niet zo zijn dat als je grieven hoort en mensen ideeën aandragen, je als praktijkeigenaar zegt: “Laat maar, ik heb geen zin om hierin te investeren”. Je moet continu blijven investeren en luisteren naar je medewerkers.’
 
Nauwe afstemming met het personeel hoort dus ook bij het ondernemerschap?
‘Ja. En wij houden via de administratie in de gaten of het bedrijf gezond is. Elke maand wil ik de bedrijfsresultaten. Wij werken met een boekhoudprogramma, real time, alle cijfers worden daaruit gehaald. Anders ga je een jaar na dato terugkijken: “Wat heb ik gedaan?” Wij ontwerpen ons jaar vooraf. We kijken waar we nu staan en waar we heen willen. Intelly helpt ons om meer inzichten te krijgen in de data.’

‘Als je weet vanuit de benchmark hoeveel verrichtingen er in Nederland gemiddeld worden gedaan – tweevlaksvullingen, drievlaksvullingen, tandsteen verwijderen enzovoort – dan kun je dat extrapoleren naar het aantal patiënten dat je hebt. Je kunt je eigen spiegelinformatie opbouwen en daarmee inzicht krijgen in je indicatiestelling.’
 
Is dat wat anders dan per tandarts op omzet sturen?
‘Money is never an issue. Het gaat mij om inzage in de cijfers zodat ik weet: is ons bedrijf gezond? Bedienen we onze patiëntenpopulatie goed? Als ik als een keten ga sturen op geëiste dagomzet, dan demotiveert dat. En ben je dan nog een eerlijke zorgverlener? Blijf zuiver diagnosticeren en indiceren. Het moet in balans zijn. Groei komt voort uit tevreden patiënten. Als ik overcapaciteit heb en ik krijg een patiënt met een pijnklacht, dan kan die hier over twee uur terecht. Als ik alles strak heb staan en hij kan pas over drie dagen terecht, sta je al tien punten achter.’
 
U hebt een hele gedifferentieerde praktijk met drie hoofdonderdelen: preventie, interventie en curatie. Wat is de toekomst?
‘Het is van belang dat die regiefunctie van de algemeen practicus behouden blijft en tandartsen niet alleen in specifieke differentiaties terechtkomen. Je algemene vakkennis en referentiekader is zo belangrijk om een patiënt te kunnen lezen in al zijn facetten. De dynamiek binnen het mondzorgteam en met andere gebieden in de gezondheidszorg is belangrijk. Dat laatste mis ik nog. In de opleiding wordt het wel verzorgd, en daarna zit iedereen op zijn eilandje. Ook de veelheid aan tandartsen die geen eigen praktijk meer ambiëren en daarbij investeerders en ketenvorming in de kaart spelen. Gevolg is dat er geen zorgverlener meer aan het hoofd van een praktijk staat. Daar maak ik me zorgen over.’
 

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Intelly.

 
Dankzij Intelly:
- Heb ik op dagelijkse basis beter inzicht in mijn financiële gegevens
- Ontvang ik mijn geld snel en direct op mijn rekening
- Ontvangt de patiënt de nota uit naam van de praktijk
Richard Suy: 'Groei is geen doel op zich'
Geplaatst door: Martin Zuithof Martin Zuithof
Hoofdredacteur
Betrokken partijen: Intelly
Gerelateerde artikelen