Jeroen Boogmans en de prijs van minder doen: ‘Fysio’s moeten meer begeleiden en minder behandelen’

timer 8 min
Jeroen Boogmans (Foto: FysioRecept)

Jeroen Boogmans: ‘Bij een grote verzekeraar werd ik anderhalf uur kritisch overhoord en toen zeiden ze: “Zo, dit is wel sterk. Alleen: dan kunnen we straks tweederde van de fysio’s naar huis sturen.” (Foto: FysioRecept)

‘Als ik eerlijk ben, denk ik dat mensen vaak te snel naar de fysio gaan. Er wordt misschien wel te veel behandeld’, stelde fysiotherapeut Jeroen Boogmans vorig jaar in het radioprogramma Villa VdB. De uitspraken veroorzaakten nogal wat commotie in de fysiobranche. Boogmans ontwikkelde het zogeheten ‘6-sporenmodel’ dat het aantal behandelingen drastisch verminderde, koos ervoor contractloos te gaan werken en lanceerde zijn aanpak in 2024 als ‘FysioRecept’. ‘Intake en evaluatie kunnen live, de rest kan online.’ Gevolg: hij zag zijn omzet halveren en moest op zoek naar een verdienmodel dat wel rendabel is. Hoe blikt hij nu terug op zijn keuzes?

De gedrevenheid van Jeroen Boogmans begint bij mensen, niet zozeer bij de behandeltechniek, vertelt hij terugkijkend. ‘Ik ben een mensenmens, ga graag met mensen om en ik vind het menselijk lichaam interessant. Ik heb altijd veel gesport, had zelf ook de nodige blessures en ben geïnteresseerd in bewegen. Ik vind het gewoon leuk om mensen te helpen.’ Inmiddels ziet hij fysiotherapie eerder als een coachvak dan als een behandelvak. Die omslag kwam tijdens een coachopleiding, veertien jaar geleden. 

Jeroen Boogmans (54): ‘De opleiding tot coach heeft mijn kijk op fysiotherapie behoorlijk veranderd. Je bent als fysiotherapeut gewend om direct met oplossingen te komen als mensen zich melden. Bij die coachopleiding zat ik bijvoorbeeld altijd op het puntje van mijn stoel en dan wilde de docent mij alleen maar naar achteren duwen: “Ga eens achterover leunen, stel eens wat vragen.” De hoofdvraag bij coaching is altijd: wat is het kernprobleem, wat houdt het probleem in stand en wat is er nodig om het op te lossen? Dat zijn wel andere vragen dan in de fysiotherapie.’

‘Fysio’s liggen zelf nooit op de behandelbank’

Wie zo naar klachten kijkt, ziet meer dan een pijnlijke schouder of knie, stelt Boogmans. ‘Als mensen pijn hebben, hebben ze ook altijd participatieproblemen. Ze balen ervan dat ze niet kunnen fietsen of lopen. Als je problemen zo gaat ontleden, kom je op een ander verhaal uit dan iets doen op een behandelbank.’ Die behandelbank ging Boogmans steeds meer dwarszitten, want het viel hem op dat fysiotherapeuten er zelf nooit op liggen. 

‘Zelf ga ik nooit naar een fysiotherapeut, terwijl ik allerlei blessures heb gehad. Ik kan zo een collega uit de kamer hiernaast halen, maar ik doe dat nooit. Dat vind ik best een raar idee.’ Hij besloot het fenomeen uit te zoeken en interviewde in 2024 zestig collega’s met de vraag: als je zelf wat hebt, wat doe je dan? ‘Die zestig zeiden bijna allemaal hetzelfde als ik: ik ga nooit naar een fysiotherapeut.’

Het imago van het vak leunt intussen sterk op diezelfde behandelbank. ‘Als je honderd mensen op straat vraagt: teken eens een behandelkamer van een fysiotherapeut, dan tekenen ze allemaal een behandeltafel in het midden, als ons belangrijkste gereedschap. En dan komt er zo’n kereltje als ik, die zegt: “Die behandelbank is vaak helemaal niet nodig.” Dan zaag je wel aan de stoelpoten van de gevestigde orde.’

Vanuit dit soort observaties formuleerde Boogmans in 2024 zijn 6-sporenmodel. De kiem daarvoor lag in zijn eigen lage ‘behandelindex’. ‘Lang voordat zorgverzekeraars die term introduceerden, zat ik al zo’n 30 procent onder het landelijke behandelgemiddelde. Mensen zeiden steeds: jij doet het anders. Dat ben ik maar eens gaan onderzoeken. Telkens als ik iemand uit de wachtkamer haal, begin ik alle denkstappen al te maken: wat doe ik, wat zeg ik, hoe pak ik het aan? Ik ga uit van zes clusters, waarbinnen ik elke patiënt een plek kan geven. Als je het juiste spoor volgt, kan iedere fysiotherapeut bedenken waar dat naartoe moet leiden, welke tijd dat kost en wat reëel is om te verwachten bij het herstel van het lijf.’

Boogmans diagnoses wijken af van de gangbare. ‘In mijn model ga ik uit van schade of geen schade. Bij het merendeel van de klachten, bijvoorbeeld overbelastingsklachten, loopt het lichaam geen blijvende schade op. Daarmee leg je aan mensen uit: je hoeft niet bang te zijn dat er anatomisch iets kapot is. Zo kun je mensen dus al gerust stellen. Een geïrriteerdheid bij een pees of een spier mag nooit langer duren dan zes weken. Duurt het herstel langer, dan moet je het goed aanpakken.’

‘Bij acute pijn kan ik vaak alleen geruststellen’

Voor mensen met acute pijn is dat vaak een lastige boodschap, constateert Boogmans. ‘Eigenlijk heb ik mensen met acute pijn niet veel meer te bieden dan geruststellen en coachen. Mensen willen natuurlijk dat je iets doet aan die pijn. Vanuit mijn model zeg ik dan: die pijn is er niet voor niks. Als je snapt hoe je ermee omgaat en kunt inschatten hoe lang het duurt, komt het goed.’

Vanaf 2024 paste hij het model een jaar lang zonder concessies toe. Mensen met acute klachten kregen één consult en één advies. ‘Ik vroeg ze: “Kun je mij na twee, vier of zes weken terugkoppelen hoe het gaat?” Als ik niets hoorde, nam ik zelf contact op. Het is niet wetenschappelijk, maar mijn mailbox zat er vol mee. Per spoor en per categorie kan ik precies zeggen hoeveel behandelingen ik nodig heb, en dat is veel minder dan fysiotherapeuten doorgaans bieden. Dat bleek een enorme uitdaging, want mijn omzet holde achteruit.’ Weglopen deden zijn patiënten niet, benadrukt hij. ‘Als ik geen feedback krijg, bel ik altijd zelf met de vraag hoe het gaat. Als iemand denkt: “Die fysio doet helemaal niks, dan ik ga naar Piet op de hoek, want die behandelt me tenminste”, dan wil ik dat ook weten.’

‘Intake en evaluatie kunnen live, de rest kan online’

Zijn overtuiging dat begeleiding grotendeels op afstand kan, kreeg al vorm in de coronatijd. ‘Ik had mensen met een gescheurde achillespees die niet mochten langskomen. Vaak belden ze met hun klacht: ik heb pijn in mijn been. En dan zei ik: langskomen mag niet, maar ik kan je wel helpen. Zo ging ik ze op afstand begeleiden.’ De hele branche fysiotherapie maakte van de nood een deugd met het online consult, maar de meesten lieten het na de pandemie snel weer los. Boogmans hield het daarentegen vol en combineerde de online begeleiding met het 6-sporenmodel. Zo ontstond FysioRecept, een online platform naast zijn reguliere praktijk in Noordwijk. ‘De intake en de evaluatie kunnen live. Daarnaast kan een actieve patiënt met begeleiding op afstand heel goed uit de voeten.’

Onder ieder spoor hangt inmiddels een pakket. Het revalidatiepakket voor mensen die geopereerd zijn kost bijvoorbeeld 300 euro en omvat zes online evaluatiemomenten van een half uur. ‘De eerste keer zeg ik: als je de zaal ingaat, ga je die en die oefeningen doen. Je moet vooral snappen wat je met jouw heup wel en niet mag doen, welke pijnen wel mogen en welke niet. Zet daar tegenover dat je twee maanden lang twee keer per week aan de hand van de fysiotherapeut loopt. Dan zit je op zestien keer in twee maanden. In week drie zeg ik je waarschijnlijk niet veel anders dan in week twee.’

‘Mensen geloven niet dat fysiotherapie ook online kan’

Opvallend is nu dat veel klanten toch liever twee keer per week een consult in de praktijk hebben. Boogmans verklaart dat uit het imago dat de beroepsgroep zelf heeft gecreëerd. ‘Veel patiënten denken dat het nodig is, omdat we zelf hebben geroepen dat je heel intensief begeleid moet worden door een fysio. Die discussie wil ik graag aangaan, want dat is echt onzin.’ Hij noemt de begeleiding na een nieuwe heup als voorbeeld. ‘De meeste mensen kunnen na drie tot vijf maanden al behoorlijk lopen en fietsen. Je mag de eerste drie maanden niet veel krachttraining doen volgens de nieuwste inzichten. Wat is er dan wel nodig? Rustig lopen, fietsen en dat uitbouwen. Dat kunnen wij dus prima online begeleiden.’

De respons van klanten op zijn pakketten valt hem desondanks tegen. ‘Ik dacht: je wilt toch horen dat het in één of twee keer kan, in plaats van acht of twaalf keer een half uur naar een fysiotherapeut? Maar mensen kunnen eigenlijk niet geloven dat fysiotherapie online kan, zonder dat ze veel aangeraakt te worden, zoals ze dat gewend zijn. Ze vinden het blijkbaar ook fijn: je wordt serieus genomen en even aangeraakt door de professional.’

‘Je krijgt fysio’s niet warm voor een model dat hun omzet verlaagt’

Inhoudelijk kreeg Boogmans vooral bijval voor FysioRecept, zegt hij. ‘Mijn 6-sporenmodel is eigenlijk eerstejaars fysiotherapiestof: de acute fase, de subacute fase, de chronisch specifieke en aspecifieke fase. Ik had er cursus over kunnen geven bij het KNGF. Het hele model is nog niet één keer afgekeurd.’ Maar bijval ontvangen betekende nog niet dat hij navolging kreeg, merkte Boogmans. ‘Je krijgt fysiotherapeuten niet warm voor een model dat je omzet naar beneden brengt. Fysiotherapeuten zeiden tegen mij: “Mooi verhaal, dapper van je, maar ik ga daar niet aan meedoen.”’

Boogmans begrijpt die collega ook die na vijf minuten zegt: “Het klopt als een bus, maar ik blijf liever twaalf keer consult draaien.” ‘Er moet tenslotte wel wat verdiend worden. Dat is de perverse prikkel die ik zie. Fysio’s denken: “Ik kan iemand wel uitleggen hoe hij het zelf moet doen, maar dan mis ik zes keer het bedrag dat we daarvoor krijgen.” Het is een rare prikkel om bepaalde inzichten niet te vermelden en iemand toch zes keer te zien. Als je blijft zeggen: “Ik ga je twaalf keer behandelen” dan doe je gewoon mee aan het systeem.’

‘Dan kunnen we straks tweederde van de fysio’s naar huis sturen’

‘Best vreemd’ noemt Boogmans de driehoek van fysiotherapeut, zorgverzekeraar en patiënt. ‘Iedereen in die driehoek zegt te streven naar zo spoedig mogelijk herstel. De fysio werkt vanuit zijn of haar passie, de zorgverzekeraar streeft naar effectieve zorg en de klant wil zo snel mogelijk van de klachten af. Maar dan stuit je wel op rare dingen.’

Boogmans ging met zorgverzekeraars in gesprek over het 6-sporenmodel. ‘Bij een grote verzekeraar werd ik anderhalf uur kritisch overhoord en toen zeiden ze: “Zo, dit is wel sterk. Alleen: dan kunnen we straks tweederde van de fysio’s naar huis sturen.” Daarna vroegen ze: “Mogen we je model voorleggen aan onze businessafdeling?” Vervolgens hielden ze me maanden aan het lijntje. De conclusie van de inkopers was dat ze er moeilijk ‘business’ van konden maken. “Stel dat het behandelgemiddelde van acht naar vier behandelingen kan, wie zegt ons dat fysio’s dat ook gaan doen?”’ Maar je dit sterk vindt, ben je als zorgverzekeraar toch verplicht om er iets mee te doen? Toen zei die man: “Daar heb je me te pakken, Jeroen.” Zij spelen hun rol in het zorgsysteem en zijn aan handen en voeten gebonden aan de regels van de overheid. Bizar is dat.’

De financiële druk op het vak is intussen aan alle kanten gedocumenteerd. Het kostprijsonderzoek van Gupta Strategists liet in 2020 al zien dat het tarief per behandeling zo’n 7 à 8 euro per half uur onder de kostprijs ligt en blijkens onderzoeken stoppen elke dag tien fysiotherapeuten. (Zie ook: ‘Elke dag stoppen tien fysiotherapeuten, maar de politiek grijpt niet in’, 3 juli 2025). ‘We roepen al vijftien, twintig jaar om betere tarieven. Daarin komt geen beweging. En zolang die tarieven er niet zijn, is het voor de praktijkhouder ook lastig om conform de cao te betalen.’

‘In een trainingszaal laat je zoveel mogelijk mensen trainen’

Hoe kun je dan creatief ondernemen op het gebied van preventie en leefstijl? Dat begint bij een eigen trainingszaal, die fysiotherapeuten kunnen gebruiken zoals ze willen, ziet ook Boogmans. ‘De meeste sportscholen hebben een fysiotherapeut die er zijn praktijk runt. Ik zit zelf in een commercieel centrum waar ik de trainingszaal mag gebruiken, maar ik kan er niet zomaar tien mensen de zaal insturen. Als ondernemer begrijp ik dus goed dat je met de huidige fysiotarieven zoveel mogelijk mensen in de zaal wilt hebben.’

‘Maar iemand die vijf wedstrijden achter elkaar heeft getennist in de eerste zes weken daarna in een trainingszaal stoppen, vind ik onzin. Of stel dat iemand slecht slaapt en slecht eet. Ik heb diegene op maandag gezien en zeg dan: kom donderdag maar weer. Dan denk jij: wat gaan we dan bespreken? En wat kunnen we dan doen in de trainingszaal? ’ 

De ondernemers die het in de ogen van Boogmans goed proberen te doen, maken zich los van het zorgstelsel en bieden leefstijlpakketten aan. Zelf zette hij die stap ook: sinds vorig jaar tekent hij geen contracten meer. Inmiddels kijkt hij met gemengde gevoelens naar die beslissing, die zijn omzet bijna halveerde. ‘Ik heb geen spijt van contractloos werken, want ik wil niet meedoen in dit zorgsysteem. Alleen door de beeldvorming die mensen hebben van fysiotherapie, gaan ze veelal op hun aanvullende pakket naar gecontracteerde praktijken. Blijkbaar heb ik het te rigoureus omgegooid of ben ik te vroeg met ongecontracteerd werken. Dat heeft me wel veel gekost. Over vijf jaar gaat het wel die kant op, denk ik.’

Samenwerking met de fitnessbranche ziet hij nog als onontgonnen terrein. ‘Er is veel overlap tussen de fitness- en de fysiobranche. Als je elkaar wilt versterken in plaats van wegconcurreren, kun je samen een ongelooflijk goed product maken. Alleen dan blijft wel staan: de fysio die in de fitnessruimte huurt, wordt er niet blij van dat klanten in plaats van twintig keer in de zaal, ineens zes keer online begeleiding krijgen.’

‘Onze corebusiness is dat we verstand hebben van pijn’

Succesvol ondernemen in een stelsel dat onder druk staat, vraagt onderscheidend vermogen, concludeert Boogmans. ‘Onze corebusiness is dat we verstand hebben van pijn. Vrijwel iedereen komt bij ons binnen met pijn. Bijna niemand komt binnen met de vraag: help me sterker te worden. In de basis kan een personal trainer vooral functies opbouwen. Als wij betere tarieven willen dan die personal trainer, moeten we ons onderscheiden. En  dan mag daar ook een ander tarief tegenover staan.’

Zijn 6-sporenmodel bleek daarbij een zwakke plek te hebben: mensen met pijn kwamen er bekaaid vanaf, constateert Boogmans nu. ‘Hier in de buurt ging in de kleedkamers het verhaal rond: “Als je naar Boogmans gaat, krijg je te horen dat je twee weken niet mag voetballen.” Oude voetbalmaatjes kwamen daardoor niet meer naar me toe. Terwijl de behoefte van mensen is dat je wat aan die pijn doet.’ 

'Ik werk misschien aan mijn eigen faillissement'

De prijs van zijn nieuwe koers bleek hoog. Zijn praktijkomzet halveerde in tweeënhalf jaar. Hij nam een tweede hypotheek op zijn huis. ‘Collega’s zeggen: jij durft wel, maar ik ga dat echt niet doen, want dan kan ik straks mijn huis verkopen.’ Om financiële armslag te houden werkt hij inmiddels drie dagen in loondienst bij de TopzorgGroep. ‘Ik had de ambitie om fysiotherapeuten op te leiden met mijn model. Mensen zeggen: “Je bent je tijd vooruit, Jeroen, dat lukt pas over vier, vijf jaar.” Dat vind ik lastig om te accepteren. Zolang het klopt blijf ik eigenwijs, ook al is dat moeilijk.’ (Zie ook: ‘Ik werk misschien aan mijn eigen faillissement’, Leidsch Dagblad, 5 februari 2025)

Jeroen Boogmans heeft wel een volgende uitdaging: per 1 september start hij met lasertherapie voor pijnbestrijding. ‘Ik ben er bevlogen door geraakt. Mensen betalen graag voor pijndemping en ik kan het inpassen in mijn 6-sporenmodel op elk onderdeel waar het nut heeft. Mijn motto is altijd geweest: van de te verwachten hersteltijd valt niets af te halen, je moet je lichaam de tijd geven. Maar als iets het herstel toch met een week versnelt, heb je iets revolutionairs in handen.’


Het 6-sporenmodel van FysioRecept Jeroen Boogmans

Het 6-sporenmodel van FysioRecept

Jeroen Boogmans deelt iedere patiënt in een van zes sporen in, met per spoor een inschatting van de hersteltermijn en een bijpassende begeleidingsvorm. ‘De patiënt benoemt zijn of haar klacht, waaruit doorgaans eenvoudig te herleiden is of er schade is of niet. Is er vermoeden van schade heb je twee mogelijkheden: de chirurg gaat het repareren (spoor 1) of hij kan er niks mee en moet je het er mee doen (spoor 2). De andere kant van het model, geen schade, onderscheidt drie fases (spoor 3, 4 en 5 op basis van de te verwachten hersteltijd). Spoor 6 is de categorie chronisch specifiek. Onder de sporen staat wat ervoor nodig is om dat spoor zo spoedig mogelijk af te lopen. Voor spoor 6 is geen oplossing, dus kunnen we alleen proberen de kwaliteit van leven zo optimaal mogelijk te krijgen.’


Meer lezen? 


 

Reactie toevoegen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.

Meer artikelen met dit thema

Haal meer uit je oefenzaal: zo richt je jouw fysiotherapiepraktijk slim en toekomstgericht in

timer4 min

De wereld van de fysiotherapie verandert. De eisen van zorgverzekeraars nemen toe, terwijl vergoedingen onder…

Lees verder »
Nicky Hekster - Foto: Ewald Geerding
all_inclusiveAchtergrondartikel

Nicky Hekster (AICoalitie4NL): ‘AI is absoluut geen wondermiddel’

timer5 min

Personeelstekorten, vergrijzing en enorme administratieve verplichtingen zetten de zorg onder druk. Volgens…

Lees verder »

De zorg van binnenuit verbeteren: erken dat rouw echt bestaat

timer5 min

Fysiotherapeute Eveline Bosselaar roept zorgverleners op eerlijk in de spiegel te kijken en te erkennen dat ze…

Lees verder »
Poeya Mohtadili: 'Als je geen verhalen kunt vertellen, je niet kunt verbinden met de patiënt, dan verlies je het vertrouwen.' (Foto: Claudia Kamergorodski)
mic_external_onInterview

Praktijkhouder Poeya Mohtadili over ‘de stille revolutie’: ‘De tandarts van de toekomst is een verhalenverteller’

timer4 min

De tandartspraktijk ondergaat een stille revolutie, stelt tandarts-praktijkhouder Poeya Mohtadili. Waar…

Lees verder »
Radiotherapeut-oncoloog Leonard Bokhorst. Foto: Mauro Medisch Specialisten.
mic_external_onInterview

Mauro Medisch Specialisten: ‘Geen second opinion, maar gids en medisch vertrouwenspersoon’

timer5 min

Radiotherapeut-oncoloog Leonard Bokhorst en ondernemer Diederik Visser lanceerden ruim een jaar geleden Mauro…

Lees verder »
Geert Sulter: ‘Zonder afdwingbare interoperabiliteit tussen HIS en EPD blijft de huisarts-specialist-overdracht het zwakke punt waar de volgende hack opnieuw zal toeslaan.’ (Foto: Shutterstock)
flash_onNieuws

Neuroloog Geert Sulter: ‘Zorgbestuurders moeten na ChipSoft-hack zelf de regie pakken’

timer3 min

De ransomware-aanval op ChipSoft heeft blootgelegd hoe kwetsbaar de Nederlandse zorgsector…

Lees verder »
Nicky Hekster: ‘Ik kan me voorstellen dat de praktijkmanager samen met de praktijkhouder de aanjager en kartrekker is voor de toepassing van AI binnen die praktijk.’ (foto: TIAS School for Business and Society)
mic_external_onInterview

Nicky Hekster: 'Praktijkmanager en praktijkhouder zijn samen aanjager van de toepassing van AI'

timer5 min

Nicky Hekster, hoogleraar business analytics en artificial intelligence, geeft tijdens de Dag…

Lees verder »

De Operator: het regiecentrum van jouw werkdag

timer3 min

Met de Operator van Vcare start je jouw werkdag met overzicht en controle. Deze webbased…

Lees verder »