menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
13 november 2019

Alexander Tolmeijer: ‘Als tandarts kun je van de opkomst van ketens veel leren’

Tandarts Alexander Tolmeijer is oud-KNMT-bestuurder, oprichter van het vakblad MedischOndernemen en directeur van adviesbureau Dentiva. Hij geeft tijdens Mondzorg Praktijk Anno Nu een inleiding over wat praktijkhouders van de opkomst van ketens kunnen leren. ‘Kennisuitwisseling is een van de allergrootste voordelen van een keten.’
Alexander Tolmeijer: ‘Als tandarts kun je van de opkomst van ketens veel leren’

Alexander Tolmeijer maakte een analyse van het marktaandeel van ketens. ‘Ik ga tijdens congres in op de verschillen tussen ketens, bedrijfsvoering, implementatie van regels marketing, inkoop, personeel en de vraag wat nu eigenlijk een keten is. Er zijn bijvoorbeeld groepen praktijken die samenwerken en samen inkopen. Dat is niet een juridische structuur, maar ze werken toch samen om de voordelen van een keten te behalen.’

 

320 praktijken bij een keten

Nederland telt op dit moment zo’n 4800 tandartspraktijken, zo blijkt uit cijfers van brancheorganisatie KNMT, waarvan er zo’n 320 praktijken aangesloten zijn bij een keten. Tolmeijer: ‘Dat is bijna zeven (6,6) procent. Tegelijk is er nu zo’n tekort aan tandartsen, dat de meeste praktijken genoeg patiënten hebben. Individuele tandartsen, die al langer praktijk voeren, zullen dus niet snel last hebben van ketens.’

 

Van de opkomst van ketens kan je veel leren, stelt Tolmeijer. ‘Een goede keten maakt een diepere analyse van de markt en denkt gestructureerd na over wat in de praktijk gebeurt. De ene praktijk van de keten leert van de andere praktijk, ze wisselen veel informatie uit. Dat kan over kosten gaan door gezamenlijke inkoop, maar ook over efficiënte implementatie van regels en protocollen.’

 

Meer kennisuitwisseling

‘Kennisuitwisseling en het gemak bij het invoeren van richtlijnen zijn dus de allergrootste voordelen van een keten. Ketens zijn vaak wat feller op het naleven van regels, richtlijnen en dossiers. Daar wordt meer op gestuurd.’ De insteek van verschillende ketens bij de praktijkvoering varieert sterk, constateert Tolmeijer. Sommige ketens zijn heel strak op de uniformiteit van werken. Anderen richten zich uitsluitend op schaalvoordelen. Ook zijn er ketens die de tandarts helpen met verdere groei. Ketens sturen ook meer op financiën, aldus Tolmeijer. ‘Een keten kan ook op tandtechniek verdienen. Zo kunnen zij met een eigen laboratorium ook aan de techniekkosten van kronen en bruggen verdienen. Een gewone tandarts mag geen marge op de techniek zetten.’

 

Meer marketing

Ketens doen vanuit hun groeibehoefte vaker aan marketing. ‘ Uit onderzoek van MedischOndernemen en Dentiva blijkt dat de helft van de praktijken niets aan marketing doet. De andere helft doet wel iets, maar dat beperkt zich vaak tot de eigen website en Facebook-pagina’s. Ketens zijn vaker actief met marketing via Facebook en Instagram. Ik betwijfel of dat voor de gemiddelde praktijk relevant is. Ketens willen groeien, hebben meer patiënten nodig en doen dus meer aan marketing. Maar landelijk gezien groeien de meeste praktijken ook al zonder veel marketing.’


Minder vaste behandelaars

'Van ketens zijn ook dingen te leren over hoe het niet moet. Zo bieden ze patiënten niet altijd een vaste eigen behandelaar. Een voordeel van ketens dat je als tandarts niet makkelijk kan evenaren is dat ze actief werven op universiteiten en in het buitenland. Hun belang om nieuwe tandartsen operationeel te krijgen is kortom groter.'

 

Links: Medisch Ondernemen, Resultaten onderzoek Ondernemen in de Mondzorg: meer patiënten, minder marketing en Dentiva.

 

Lees ook de interviews met  Charlotte van den Wall Bake ,  Jasper ter Bogt , Cor van der Sluis , Timo Berlijn over hun inleidingen en workshops tijdens Mondzorgpraktijk Anno Nu. Meer informatie over het programma vindt u hier: Mondzorgpraktijkannonu.nl

Foto: Alexander Tolmeijer
Geplaatst door: Martin Zuithof Martin Zuithof
Hoofdredacteur
Gerelateerde artikelen