menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
26 juni 2020

Erik van Dam (VvAA) over Opdrachtgeversverklaring: ‘De zorg is geen koekjesfabriek met een resultaatverplichting’

Minister Koolmees (SZW) maakte vorige week bekend dat hij de Wet Minimumbeloning Zelfstandigen (Wmz) en de Wet Zelfstandigenverklaring (Wzv) niet wil invoeren. De zogeheten Opdrachtgeversverklaring, waarmee moet worden vastgesteld of iemand zelfstandig werkt, wordt wel als pilot ingevoerd door de Belastingdienst. Erik van Dam, senior adviseur kennismanagement bij de VvAA, pleit echter voor handhaving van de modelovereenkomsten in de zorg.
Erik van Dam (VvAA) over Opdrachtgeversverklaring: ‘De zorg is geen koekjesfabriek met  een resultaatverplichting’

Het kabinet wil de verschillen tussen werknemers en zzp’ers verkleinen, onder meer door de zelfstandigenaftrek te verlagen, zelfstandigen onder het nieuwe pensioenakkoord te laten vallen en door invoering van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Tegelijk moesten Wet Minimumbeloning Zelfstandigen (Wmz) en de Wet Zelfstandigenverklaring (Wzv) de positie van zelfstandigen versterken.

 

‘Wetsvoorstellen in prullenbak’

Vorige week werd echter bekend dat Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de wetsontwerpen hiervoor niet bij de Tweede Kamer zal indienen (VvAA, Wetsonderdelen voorgenomen zzp-regime in de prullenbak ). De zogeheten Opdrachtgeversverklaring, waarmee moet worden vastgesteld of iemand daadwerkelijk zelfstandig is, wordt wél ingevoerd. Dat wil zeggen: het instrument wordt als ‘webmodule’ vanaf september in een pilot van een half jaar getest.  

 

‘Administratief circus’

Erik van Dam , senior adviseur kennismanagement bij de VvAA, voorspelde eerder dat de Wet Minimumbeloning zelfstandigen en de Wet Zelfstandigenverklaring behandeling in het parlement waarschijnlijk niet zouden halen. Van Dam: ‘Minister Koolmees erkent nu dat er te weinig draagvlak is, dat deze wetten te complex zijn, te veel administratieve belasting met zich meebrengen. Dat was steeds onze stelling: die administratieve belasting is zonder die wetten al veel te groot. De Wet Minimumbeloning zou voor onze leden niet zo’n punt zijn. En de bescherming van de onderkant van de arbeidsmarkt is natuurlijk een groot goed. Alleen: iedereen moest uitgebreid voorrekenen  dat hij boven dat minimum zat, al zit je er automatisch ver boven. Dat werd een enorm en overbodig administratief circus.’

 

De Wet Zelfstandigenverklaring leverde ook administratieve rompslomp op?

‘Ja, om vergelijkbare redenen. Ook zou zo’n verklaring dan maar een jaar gelden. Voor de zorg is dat lastig. Als een dokter wordt vervangen, zou het betekenen dat die vervangende zorgverlener na een jaar ook weer vervangen moet worden om fiscale redenen. Dat kan voor de patiënt natuurlijk heel vervelend uitpakken.’

 

‘De wet bepaalde ook dat zzp’ers boven een uurprijs van € 75 automatisch als zelfstandigen zouden kunnen werken. Daar komt veel bij kijken: wat zijn directe en indirecte uren? Hoe reken je een percentage van de omzet terug naar uren? Daarbij komt dat zzp’ers volledig inzicht moeten geven in hun kostenstructuur. Ondernemers willen dat vaak niet.’

 

‘Daarbij had dat minimum van € 75 een tarief opdrijvend effect. Als die grens lager zou liggen, op € 50 of 60, dan zou die discussie niet ontstaan. Dan zou een groter deel van de  zorgprofessionals er voor kunnen opteren. Professionals die boven zo’n tarief zitten, hebben immers wel ruimte voor pensioenopbouw en een arbeidsongeschiktheidsverzekering. We hadden dus niet zoveel bezwaren tegen het principe van beide wetten (‘bescherming van de onderkant en ruimte voor de bovenkant’), maar wel tegen de uitwerking, die complex en disproportioneel was.’

 

Geldt die administratieve belasting ook voor de Opdrachtgeversverklaring ?

‘De vraag is of het instrument wel voldoet aan het beoogde doel, zeker voor de zorg. Je moet een aantal vragen beantwoorden, alleen is het een generiek instrument, zonder enige differentiatie naar de sectoren. De nuances die er vanuit zorgwetgeving in zouden moeten zitten, ontbreken. Zo wordt bij zelfstandigheid bijvoorbeeld uitgegaan van een resultaatsverplichting, alleen in de zorg geldt een inspanningsverplichting vanuit de WGBO . We maken geen koekjes, dus dat past gewoon niet. Op basis van dergelijke vragen wordt dan al snel een dienstbetrekking aangenomen, vaak ten onrechte.'

 

‘In de brief van Koolmees staat ook dat de Opdrachtgeversverklaring mogelijk niet voor alle branches past en dat er dan alternatieven nodig zijn. Wij hebben eerder voor specifieke beroepsgroepen modelovereenkomsten gemaakt. Op basis van deze overeenkomsten kan een zzp’er binnen het huidige DBA-regime met de zegen van de Belastingdienst zelfstandig werken en hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen in te houden. De zorgspecifieke nuances  in de modelovereenkomsten ontbreken in de Opdrachtgeversverklaring. Dat hebben we ook gesignaleerd in de overleggen met SZW. Ze snapten het, maar wisten niet wat ze ermee moesten.’

 

Kan de Belastingdienst de modelovereenkomsten voor de zorg dan niet gewoon verlengen?

‘Inderdaad, wij pleiten daar ook voor. Staatssecretaris Vijlbrief (Belasting) voelt daar ook wel voor. De vraag is alleen of hij dit niet wil beperken tot de pilotfase en daarop volgende evaluatie  van de opdrachtgeversverklaring. De geldigheid van de eerste modelovereenkomsten loopt na een periode van vijf jaar binnenkort af. Na de zomer moet de discussie hierover dus wel gestart zijn.'

 

Van Dam pleit ervoor om  de modelovereenkomsten weer voor een periode van vijf jaar goed te keuren: ‘Dan heb je duidelijkheid en hoeven er geen meningsverschillen te ontstaan. Als je vanuit de zorg de webmodule invult dan is de kans groot dat het lijkt alsof je een dienstbetrekking hebt. In werkelijkheid is er geen dienstbetrekking, werkt de praktijkhouder met een zelfstandige en houdt geen premies in. Maar hij heeft daarover dan geen duidelijkheid vooraf en de belastinginspecteur kan er wat van vinden. Dat maakt het zo complex: de webmodule moet houvast geven, maar doet dat in de zorg dus niet.’

 

‘Opdrachtgevers kunnen hierdoor terughoudend worden, waardoor de smeeroliefunctie die zzp’ers vervullen in de gezondheidszorg in gevaar komt. Zorgelijk, want zzp’ers zijn immers van groot belang om snel te kunnen voorzien in aanvullende of vervangende capaciteit. Belangrijk voor het borgen van de continuïteit en kwaliteit van de zorg.’

 

Wordt de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties uit 2016 nog gehandhaafd?

‘Er geldt dit jaar een wat steviger handhavingsregime dan vorig jaar, maar van reguliere handhaving is nog geen sprake. Er zijn twee praktijken begin dit jaar bezocht, maar daar is geen follow up aan gegeven. Na de pilot van de opdrachtgeversverklaring bekijkt het kabinet of de reguliere handhaving verder uitgesteld wordt.’

 

Wat adviseert u nu praktijkhouders: de modelovereenkomst blijven gebruiken?

‘Staatssecretaris Vijlbrief heeft bevestigd dat dit kan. Als de Belastingdienst vragen heeft en partijen werken met en conform de  modelovereenkomst dan laat de praktijkhouder zien dat hij of zij de inzet van een zzp’er goed kan onderbouwen. Minister Koolmees liet zich eerder ook ontvallen een duurzame toekomst voor de modelovereenkomsten te zien. Daarnaast: een modelovereenkomst helpt vaak ook om op laagdrempelige wijze afspraken vast te leggen. Ook is er bijvoorbeeld rekening gehouden met vereisten uit de Wkkgz.'


Links: MedischOndernemen,  Dossier Modelovereenkomsten Erik van Dam over onzekerheid rond zzp’ers: ‘Fysiotherapeuten beseffen niet dat er iets verandert’


Wilt u ook op de hoogte blijven van Medisch Ondernemen? Schrijf u hier in voor onze  nieuwsbrieven Eerstelijn en Mondzorg.   

Foto: Erik van Dam/VvAA Infographic: VvAA
Geplaatst door: Martin Zuithof Martin Zuithof
Hoofdredacteur
Gerelateerde artikelen
Open modal