menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
19 oktober 2018

Wkkgz? Nog steeds geen goede bekende...

De bekendheid van de Wkkgz bij zorgverleners blijkt voor de tweede keer op een rij gestagneerd. Fysiotherapeuten maakten wel een inhaalslag, maar moeten tandartsen en huisartsen nog voor laten gaan. Dat blijkt uit VvAA-onderzoek dit voorjaar naar de bekendheid van deze wet en de mate waarin zorgverleners de diverse onderdelen hebben doorgevoerd.
Wkkgz? Nog steeds geen goede bekende...

Even opfrissen. De Wkkgz (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg) is op 1 januari 2016 in werking getreden. Doel van deze wet is het borgen van goede zorg en het versterken van de positie van patiënten. Concreet gaat dat bijvoorbeeld over (nieuwe) regels voor het intern registreren van incidenten, over melden van calamiteiten bij de inspectie en het screenen van nieuwe medewerkers. Maar ook, sinds 1 januari 2017, hoe de opvang van klachten van de patiënt geregeld moet zijn. De Wkkgz geldt voor alle zorgaanbieders. Figuur 1 en het filmpje ‘De Wkkgz in drie minuten’ laten zien hoe de wet in elkaar zit. 

 

(NB de diagrammen zijn helaas niet op alle telefoons goed zichtbaar)

Overzicht van de Wkkgz

Lang niet iedereen kent Wkkgz goed

Uit het onderzoek binnen het VvAA-ledenpanel blijkt nog niet de helft van alle zorgverleners méér dan het doel van de Wkkgz te kennen. Figuur 2 laat zien dat totaal 46% van hen afgelopen voorjaar aangaf ‘bekend met doel én hoofdlijnen’ te zijn, of meer dan dat, te weten ‘goed op de hoogte’ (gearceerd oranje). VvAA voerde dit onderzoek eerder uit: in 2016 en tweemaal in 2017. Gemiddeld per meting onder ruim 700 zorgprofessionals, onder wie huisartsen, tandartsen, fysiotherapeuten, mondhygiënisten, medisch specialisten en gz-psychologen. Na een forse groei van de Wkkgz-kennis ná de eerste meting in 2016 lijkt het nu te stagneren.

  Bekendheid Wkkgz blijft stagneren 


Bekend en geregeld?

Figuur 3 laat de verschillen in bekendheid tussen alle beroepsgroepen in de 2018-meting zien. Naast de bekendheid is ook weer gevraagd in hoeverre onderdelen van de Wkkgz ook daadwerkelijk zijn geregeld in de praktijk of instelling waar men werkzaam is. Ook hierin zijn tussen de beroepsgroepen opvallende verschillen zichtbaar. We zoomen daarbij in op de fysiotherapeuten, huisartsen en tandartsen.

Bekendheid Wkkgz per beroepsgroep

Fysiotherapeuten: inhaalslag met bekendheid, twijfel bij calamiteiten

Opvallend is de inhaalslag die fysiotherapeuten maakten in drie jaar tijd. Waar slechts 4% van de fysiotherapeuten in 2016 aangaf minimaal bekend te zijn met het doel en de hoofdlijnen van de Wkkgz, is dit in 2018 gestegen naar 49%. Dus boven het gemiddelde van 46%. De inspanningen binnen de beroepsgroep in 2017 (zoals lezingen, publicaties en persoonlijke ondersteuning) wierpen hun vruchten af, zo lijkt het. 

 

Bij de praktische invulling moeten de fysiotherapeuten op onderdelen die inhaalslag nog doorzetten, zo leert het onderzoek. Zo weet 23% van de responderende fysiotherapeuten niet hoe te handelen als zij twijfelen of ze met een calamiteit te maken hebben of niet. Over alle beroepen samen is dat maar 15%. Het is daarbij van belang te beoordelen of het een incident betrof dat tot de dood of een ernstig schadelijk gevolg voor de patiënt leidde. In dat geval kwalificeert het incident namelijk ook als calamiteit. Fysiotherapeuten geven relatief vaak aan dat zij het verschil tussen een (gewoon) incident en een calamiteit niet kennen (14% tegen 8% overall). Dat zal een rol spelen. (Alle percentages geschoond voor ‘Weet niet' / ‘Nvt’)

 

Huisartsen: bekendheid daalt, geschillen goed geregeld

Ook de deelnemende huisartsen rapporteren qua bekendheid van de kwaliteitswet duidelijk bovengemiddeld: 53% kent meer dan het doel. Maar even opvallend als onverklaarbaar is dat dit zelfs lager is dan de metingen in april 2017 (68%) en in december 2017 (55%).

 

Bij de praktische invulling springt de aansluiting bij een erkende geschilleninstantie er positief uit: geen enkele huisarts geeft aan dat hij of zij niet aangesloten is. Over alle beroepsgroepen heen rapporteerde toch nog bijna 3% (geschoond voor ‘Weet niet' / ‘Nvt’) van de respondenten dat zij dit meest besproken Wkkgz-onderwerp níet geregeld hebben. De categorieën ‘Weet niet’ en ‘nvt’ meegerekend, loopt dat op tot 13%.

 

Tandartsen: koploper qua bekendheid, aandacht vereist voor samenwerking

Net als in de meting van december 2017 hebben de tandartsen het meest vertrouwen in hun Wkkgz-kennis: 59% van hen gaf aan dat zij meer dan het doel kennen (60% in december 2017). Figuur 4 laat de verschillen tussen tandartsen, huisartsen en fysiotherapeuten in de afgelopen drie jaar zien. De eersten staan steeds aan kop, de laatsten komen snel nabij.

 

Bij gezamenlijke patiëntenzorg (dus niet bij een reguliere doorverwijzing) moeten de samenwerkende zorgaanbieders hun invulling van de Wkkgz voor die zorg schriftelijk vastleggen. Vaak (62%) staat die echter nog niet op papier. Bij de tandartsen geeft zelfs 83% dat aan (geschoond voor ‘Weet niet' / ‘Nvt’). Een belangrijk aandachtspunt. Onder meer omdat tandartsen in hun praktijk vaak samenwerken met zzp-collega’s (ook zorgaanbieders!) en daarbij geldt de plicht tot schriftelijke vastlegging ook. Enige nuance is op dit punt gerechtvaardigd: in de zzp-modelovereenkomsten voor tandartsen is dit standaard geregeld. Mogelijk is het via die route onbewust toch voor elkaar. Als men tenminste ook daadwerkelijk op de beschreven wijze werkt.

Ontwikkeling bekendheid Wkkgz bij huisarts, fysiotherapeut, tandarts

Inspanningen voortzetten

We zijn er dus nog niet, getuige de scores van de bekendheid en de implementatie van de Wkkgz. Dat betekent overigens niet dat er geen bijdrage aan het hoofddoel van de Wkkgz is: het borgen van goede zorg. Alleen wordt dat in de praktijk soms net op een andere wijze ingevuld. Goed te weten dat de Wkkgz wel goede handvatten biedt voor diverse kwaliteitsaspecten. De wetenschap te voldoen aan de verplichtingen geeft natuurlijk ook gewoon rust. Al is het maar door het voorkomen van het risico op vervelende boetes. Zo leidt het niet (tijdig) melden van een calamiteit mogelijk tot een stevige financiële tik op de vingers: tot ruim € 30.000,-.


Onder de respondenten bevinden zich overigens zowel zelfstandig zorgaanbieders als dienstverbanders. We zien dat zelfstandig zorgaanbieders, zoals praktijkhouders, over het algemeen beter op de hoogte zijn dan hun zorgverlenende medewerkers. Misschien niet onlogisch, maar die zorgaanbieder moet juist ook zorgen dat hun medewerkers op de hoogte zijn.

 

Kortom: er is nog werk aan de winkel om de Wkkgz volledig te laten landen. Belangrijk om daaraan, al dan niet met hulp, aandacht te besteden in de eigen praktijk. Mét de medewerkers dus.

 

Binnenkort meer online op Medisch Ondernemen: het duizelt zorgaanbieders!

Anders dan in de drie voorgaande edities van dit onderzoek keken we verder dan de Wkkgz. Ook een groot aantal aspecten van gezondheidsrechtonderdelen die al langer bestaan hebben we meegenomen. Bijvoorbeeld in hoeverre de zorgverlener op de hoogte is van de Wet BIG, van de Wgbo en van de medisch aansprakelijkheid. Die blijken over het algemeen nog steeds een stuk bekender dan de Wkkgz. Maar ook bekeken we of de bevoegdheden van de inspectie (IGJ) bekend zijn. Ook gingen we na of zorgverleners het verschil tussen tucht- en klachtrecht kunnen uitleggen. We zien aanzienlijke verschillen tussen beroepsgroepen, die onderling weer sterk verschillen per onderdeel.

 

Opvallend in dat kader was de respons op de voorgelegde stelling ‘Het duizelt mij als het om gezondheidsrechtelijke zaken gaat.’ Meer daarover en over de rest van de onderzoeksresultaten leest u begin november online op Medisch Ondernemen.

 

Erik van Dam is senior adviseur kennismanagement en netwerken bij VvAA. Meer informatie: erik.van.dam@vvaa.nl.

 

Geplaatst door: Maaike Heijltjes Maaike Heijltjes
hoofdredacteur
Betrokken partijen: VvAA

Lees meer over:
Wkkgz Wet en regelgeving
Gerelateerde artikelen