Jan Willem Vaartjes als minister van VWS: ‘Vrij ondernemerschap in de mondzorg staat onder druk’
Jan Willem Vaartjes: 'Wij hebben als Bevlogen Tandartsen een campagne klaarstaan om mensen te interesseren voor de mondzorg.' (Foto: Jan Willem Vaartjes)
Jan Willem Vaartjes was acht jaar voorzitter van de Associatie Nederlandse Tandartsen én een jaar vicevoorzitter van de KNMT. Afgelopen jaar begon hij een nieuwe belangenclub, de Vereniging Bevlogen Tandartsen. Niet uit ambitie, maar uit noodzaak, benadrukt hij. Ondernemerschap, professionele autonomie en ruimte voor zzp’ers staan volgens hem onder druk in de mondzorg. Wat zou Vaartjes dan anders doen als hij zelf het beleid mocht bepalen?
Eerst blikken we terug op 2025 met de vraag: wat is eigenlijk het verschil tussen de Vereniging Bevlogen Tandartsen nu en de vroegere Associatie Nederlandse Tandartsen? ‘De ANT bestaat niet meer’, reageert Jan Willem Vaartjes (51) enigszins cryptisch. ‘Toen ik begon bij de ANT hadden we zo’n duizend leden, en in 2020 waren dat er ruim tweeduizend. Met zo’n omvang word je automatisch overal voor uitgenodigd: bij werkgroepen, bij de overheid, bij het Zorginstituut, bij alles wat speelt, van het kindergebit tot de ouderenzorg. Je hebt dan een organisatie die continu actief is.’
‘Professionele vrijheid behouden’
Die rol van de ANT leidde uiteindelijk tot de fusie met de KNMT, ingegeven door efficiëntie en de wens om krachten te bundelen, vertelt Vaartjes. ‘In coronatijd zagen we dat we heel veel dingen dubbel deden. We werkten op dat moment goed samen met de KNMT, met het bestuur en de directie. Het idee was heel logisch: één sterke beroepsorganisatie.’ Volgens Vaartjes werd daarbij wel één cruciaal element onderschat: het belang van vrij ondernemerschap. ‘De ANT had altijd een heel duidelijk profiel. Ons uitgangspunt was: hoe kun je regels zo uitleggen dat ze zo gunstig mogelijk zijn voor de tandarts? We werken in een extreem gereguleerde markt. Dan heb je als beroepsorganisatie juist de taak om ruimte te zoeken, zodat je zoveel mogelijk professionele vrijheid houdt. Dat was echt de unique selling point van de ANT.’
‘Tegengeluid verdween’
Die houding botste met de cultuur binnen de KNMT. ‘Als je een organisatie hebt met tientallen beleidsmedewerkers en juristen, die zelf geen professioneel zorgverlener zijn, dan ga je praten over hoe je alles zo dicht mogelijk timmert zodat leden niets fout kunnen doen: liever alles verbieden dan enig risico nemen. De ANT vond juist meestal dat dingen niet zo risicovol waren. Samen gaf dat altijd een goede mix.’ Volgens Vaartjes ging het bij de fusie mis toen die balans verdween. Dat werd zichtbaar bij het debat over de Wet DBA. ‘Het politieke klimaat is: we willen geen zzp’ers meer in de zorg. Maar dat is niet hetzelfde als wat de wet zegt. Als je kijkt naar de jurisprudentie, dan zie je dat de Belastingdienst ook regelmatig verliest. Wat zij zeggen is deels een interpretatie, deels politiek.’
Toch koos de KNMT voor een strikte koers en zette in op de beperking van de zzp-tandarts. ‘Bij de KNMT was de reactie: de Belastingdienst zegt X, dus we kunnen niets meer en we richten ons op loondienst. Wij zeiden juist: nee, dit is het moment om als beroepsorganisatie te kijken wat er wél kan. Dat tegengeluid verdween volledig. Op een gegeven moment was er gewoon geen organisatie meer die dat ondernemende perspectief vertegenwoordigde. Eigenlijk hadden we maar één keuze: opnieuw beginnen.’
‘Meerdere perspectieven nodig’
Toen daar ook de cao-discussie bijkwam besloot hij met een groep collega tandartsen tot oprichting van de Vereniging Bevlogen Tandartsen. Dat dit als polariserend wordt gezien, begrijpt hij, maar noemt het onvermijdelijk. ‘Blijkbaar werkt één beroepsorganisatie niet. Dan blijft alles in het midden hangen, beweegt het te langzaam. Je hebt meerdere clubs nodig die verschillende perspectieven vertegenwoordigen.’
Dat geldt helemaal voor de cao-discussie. ‘Een cao past bij een organisatie die steeds meer op een LHV-achtig model gaat lijken: centraal geregeld, veel regels, weinig vertrouwen. Terwijl wij juist zeggen: tandartsen zijn vrije ondernemers. Ga uit van vertrouwen, niet van beheersing. Dat verdween volledig en daartegen was een tegengeluid nodig. Liever niet, maar wij vonden het noodzakelijk. In korte tijd hebben we meer dan 600 leden bereikt. Dat had ik eerlijk gezegd niet durven hopen.’
Bij zijn bezwaren tegen een cao speelt voor Vaartjes ook de angst voor verdere bureaucratisering. ‘Een cao bestaat uit twintig pagina’s en maakt geen onderscheid tussen Amsterdam en Heerlen, terwijl de arbeidsmarkt en salarissen daar echt verschillen. Het is grof geschut. Je haalt de FNV binnen in de mondzorg, een activistische bond die kan oproepen tot stakingen. Elk jaar komt er weer iets bij aan regels, weer een pagina erbij. Terwijl arbeidsvoorwaarden in de kern over vier dingen gaan: salaris, vakantiedagen, doorgroeimogelijkheden en een prettige werksfeer. Dat kun je prima in de eigen praktijk regelen.’
‘Steeds lastiger voor praktijkhouders’
‘Je kunt wel een functiehuis maken, en dat gaan we ook doen. Je kunt beschrijven welke typen assistenten er zijn en welke handelingen daarbij horen. We hebben de ACM op bezoek gehad en zij hebben uitgelegd dat wij geen prijstabellen of benchmarks mogen publiceren. Zelfs indirect, via een onderzoeksbureau, lopen we dan tegen forse boetes aan. Dental Clinics met 250 praktijken mag een salaristabel uitgeven, maar als wij dat met 250 praktijken doen, heet het kartelvorming. Bij afspraken tussen meer dan acht bedrijven zit je al in dat risico. Als lokale tandartsen onderhandelen we met zorgverzekeraars, de NZa en de KNMT, allemaal grote partijen. Maar als je met meer dan acht praktijken samen iets wilt doen, ben je al snel een kartel. Dat maakt het voor kleine ondernemers enorm lastig om overeind te blijven.’
Tarieven zijn ook een dossier waarover brancheorganisaties nu rechtszaken voeren tegen de NZa. Hoe sterk staat Bevlogen Tandartsen tegenover de NZa en verzekeraars? ‘Ik heb twaalf jaar lang die tariefonderhandelingen gedaan. Ik weet hoe het spel gespeeld wordt bij de NZa. De ruimte is niet groot, maar hij is er wel. Ik weet precies hoe je die moet benutten. De vraag is of we al direct aan tafel willen zitten bij het tarievenboekje, want er gebeurt dit jaar niet veel en onze focus ligt nu vooral op de Wet DBA.’
‘Winstverbod ongunstig’
‘Wat ons fundamenteel dwarszit, is het onderscheid tussen praktijkeigenaren die zelf zorg verlenen en eigenaren die dat niet doen. Voor zorgverlenende eigenaren is er een normatieve arbeidskostencomponent, een norminkomen, waarop de tarieven worden gebaseerd. Verdien je te veel, dan worden de tarieven naar beneden bijgesteld. Tegelijkertijd bestaat inmiddels ruim 35 procent van de markt uit eigenaren die zelf geen zorgverlener zijn, vaak private equity, maar niet uitsluitend. Die zouden volgens dit model geen winst mogen maken, wat natuurlijk niet klopt: anders koop je geen praktijk.’
‘Dat pakt ongunstig uit voor tandartsen die wel een praktijk hebben. Als een deel van de markt formeel geen winst mag maken, maar dat in de praktijk natuurlijk wel doet, heeft dat een neerwaarts effect op iedereen. Dit is voor ons een fundamenteel punt in het kostprijsonderzoek. Volgens Europese wetgeving is een winstverbod illegaal. Je mag bedrijven niet verbieden rendement te maken.’
Wat zou je doen als je minister was? Tandarts Roel de Maat zei: ‘Ik zou het fiscale belastingvoordeel verkleinen: buitenlandse tandartsen die in Nederland komen werken, hoeven vijf jaar lang maar 30% belasting betalen. Ik zou dat per direct verhogen naar 50%. Van de opbrengst daarvan zou ik meer opleidingsplekken betalen.’
Vaartjes: ‘Dat vind ik een vreemde redenering. Buitenlandse gediplomeerde tandartsen komen hier omdat we anders in provincies als Zeeland helemaal geen tandarts meer zouden hebben. We leiden sinds 2012 jaarlijks bijna honderd tandartsen te weinig op. Dat tekort wordt aangevuld door buitenlandse collega’s. Zonder hen hadden we enorme problemen gehad. Dat belastingvoordeel, de 30%-regeling, bestaat ook voor ASML en andere sleutelbedrijven. Ik vind het een slecht idee om die regeling af te schaffen of steeds verder te versoberen. We hebben deze mensen nodig om ons eigen falende opleidingsbeleid te compenseren.’
Als we naar de grote lijnen van het mondzorgbeleid kijken, wat zou je doen als minister?
‘De mondzorg staat bij geen enkele minister echt op het netvlies. Edith Schippers had nog aandacht voor taakherschikking en de HBO-tandarts, maar daarna is de mondzorg uit beeld verdwenen. Het is een relatief klein deel van de zorgkosten en grotendeels privé betaald via aanvullende verzekeringen. Voor ministers is het vooral belangrijk dat het niet te duur wordt. In algemene zin zou ik misstanden aanpakken, daar waar ze echt zitten, zoals in delen van de thuiszorg en langdurige zorg waar de kosten exploderen. Wat nu fout gaat, is dat maatregelen zorgbreed worden uitgerold in plaats van sectorspecifiek.’
Maatregelen als de jaarverantwoording krijgt nu iedereen voor de kiezen.
‘Ja, de jaarverantwoording, het verbod op winstuitkeringen, een enorme bureaucratie die over het hele zorgveld wordt uitgestort. Terwijl bij fysiotherapeuten, huisartsen en tandartsen de zorg gewoon goed is: hoge kwaliteit, relatief lage kosten in Europees perspectief. Er gebeuren geen gekke dingen. Waarom moet alles dan sectorbreed worden ingevoerd? Er lijkt een fundamenteel wantrouwen te bestaan tegenover beroepsgroepen als tandartsen, huisartsen en fysiotherapeuten. Ik zou de teugels laten vieren waar het goed gaat en ze aantrekken waar het echt misgaat, in het belang van de BV Nederland.’
Dit is een ingekorte voorpublicatie van het artikel dat binnenkort in MedischOndernemen verschijnt.
Links:
- Vereniging Bevlogen Tandartsen
- Stevige botsing ANT versus VGZ over vergoedingen implantaten, 20 mei 2019
- Fusie KNMT en ANT stelt tandarts als 'ondernemer en regisseur mondzorg' centraal, 7 juli 2020
- Jan Willem Vaartjes (ANT) over de coronacrisis: ‘Mondzorgpraktijken houden dit niet lang vol’, 6 april 2020
Meer artikelen met dit thema
Fysiotherapeut Charissa van Bruggen: ‘Elke dag blij dat we mensen weer een stapje verder laten lopen’
21 mei 2025 6 minPsychosomatisch fysiotherapeut Charissa van Bruggen combineert haar liefde voor beweging met…
Kids Dental Zuidoost: Laagdrempelig, huiselijk en toegankelijk voor ieder kind
8 apr 2025 5 minNederland telt 72 kindertandartsen, zo blijkt althans uit de gegevens van ZorgkaartNederland. Een bijzonder…
‘Juist eigenzinnigheid maakt ondernemen in de zorg interessant’
31 mrt 2025 4 minEigenzinnige fysio-ondernemer Patrick ter Brugge: ‘Denk in kansen en niet in beperkingen’
27 mrt 2025 6 minMondzorg-ondernemer Thomas Rietrae: ‘Verdere ketenvorming, maar ook menselijke maat in de zorg’
13 mrt 2025 4 minFysiotherapeut Jeroen Boogmans: 'Er wordt veel behandeld, misschien wel te veel'
19 feb 2025 4 minDe wachttijden bij fysiotherapiepraktijken blijven stijgen. Dit komt niet alleen door de vergrijzing, maar ook…
Tandartspraktijk Mondzorg Hoorn ‘met een plus’: tandheelkunde voor mensen met een ‘kleine beurs’
16 jan 2025 4 minTandartsen Ineke Wagendrever en Marco Pachón hebben een bijzondere missie: mondzorg toegankelijk maken voor…

Reactie toevoegen