menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
29 augustus 2019

Harry Geurkink over coöperatie Fysiocare: ‘We hebben onze database beter op orde dan de zorgverzekeraar’

Harry Geurkink is een van de initiatiefnemers van de regionale coöperatie ‘Fysiocare Zuidoost Gelderland’, waar 26 praktijken zich aansloten om zelf hun kwaliteit te monitoren. Geurkink, een ondernemende fysiotherapeut, slaat steeds nieuwe wegen in om met zijn praktijk bij te dragen aan geluk en gezondheid. MedischOndernemen sprak hem over ondernemerschap, kwaliteit in de fysiotherapie en samenwerking in de regio.
Harry Geurkink over coöperatie Fysiocare: ‘We hebben onze database beter op orde dan de zorgverzekeraar’

Harry Geurkink begon in 1989 samen met collega Theo Joosten als fysiotherapeut in de regio Zuidoost Gelderland, met praktijken aan twee kanten van de Nederlands-Duitse grens. Inmiddels heeft zijn praktijk 'De Romei Training en Therapie' 21 fysiotherapeuten in dienst en is de praktijk gespecialiseerd in sportfysiotherapie, manuele therapie en lifestyle coaching vanuit het gedachtegoed van ‘positieve gezondheid’.

 

Coöperatie Fysiocare Zuidoost Gelderland

Vanaf 2012 sprak Geurkink met collega’s in de regio over de opzet van een coöperatie, Fysiocare Zuidoost Gelderland, die in 2014 werd opgericht. De coöperatie telt inmiddels zo’n 26 praktijken met 160 fysiotherapeuten in de regio Zevenaar-Doetinchem. Doel van de samenwerking is om sterker te staan tegenover zorgverzekeraars, onder andere door zelf systematisch gegevens te verzamelen over de fysiobehandelingen. De coöperatie werkte samen met softwareontwikkelaar SpotOnMedics aan de opzet van een database voor fysiobehandelingen (zie ook: Gids door de wereld van big data).

 

U werkt samen met de zorgverzekeraar om de kwaliteit te monitoren, u voerde een rechtszaak en heeft uiteindelijk een regionale coöperatie opgezet. Wat is uw strategie?

‘Het idee achter de coöperatie is dat door externen onze kwaliteit werd vastgesteld en dat we dat beter zelf konden gaan doen. De controle van een patiëntendossier zegt immers niets over de kwaliteit van een fysiotherapeut. Toen we door een auditor werden afgekeurd op basis van onze dossiers, zijn wij een rechtszaak aangegaan om dat te bestrijden. Zo’n duur betaald auditbureau bepaalde of je wel of niet het plustarief kreeg. Daarbij bleek de onafhankelijke adviseur de vader te zijn van de directrice, wat natuurlijk een rare situatie was. Wij worden gecontroleerd als zorgverlener, maar zo’n bureau kan blijkbaar doen wat ze willen. Dat proces hebben we gewonnen,  want we willen niet dat iemand komt en alleen kijkt of je je dossiers smart invult. Dat is heel veel administratief werk en zegt niks over de kwaliteit die de fysiotherapeut levert.’

 

‘De vraag was bovendien of die zorgverzekeraar dat zelf wel zo wilde. We zijn toen met Menzis gaan praten en hebben ze gevraagd: kan het monitoren van kwaliteit niet vanuit vertrouwen gaan? Ga uit van de fysiotherapeut, dat is een gepassioneerde professional, die hard voor zijn patiënt werkt om deze zo snel en goed mogelijk weer beter te maken. Als er excessen zijn, bel ons dan. En we gingen als fysiotherapeuten een coöperatie opzetten, om de kwaliteit te borgen en in te grijpen als dat nodig is.’

 

Hoe wilde u als coöperatie samen naar kwaliteit kijken?

‘We wilden gewoon eens data verzamelen van wat er allemaal in die praktijken gebeurt. Zodat we weten hoe vaak iemand rugklachten met uitstraling in het been behandelt. Hoe vaak wordt die klacht behandeld in Zevenaar, hoe vaak in ’s Heerenberg? Zonder daarbij te zeggen: diegene die het minst behandelt is de beste. We kijken ook naar andere factoren. Zit die therapeut in een achterstandswijk? Welke methoden van manuele therapie gebruikt die? Is een manuele therapeut beter dan een gewone therapeut? Met die data kun je heel veel doen. Alleen dat proces om die data te verzamelen, is natuurlijk heel veel werk.’

 

‘De volgende stap was dat we een universiteit lieten kijken naar het model en er zijn fiat aan laten geven. Daarvoor kregen we geld van Menzis om IQ Healthcare in Nijmegen het wetenschappelijk te laten onderbouwen. Daarbij wilden we een ingangsmeting en een uitgangsmeting, dan hoef je niet alles tijdens de behandeling op te schrijven. Als jij dan alleen in de behandeling opschrijft wat je doet, is dat voldoende. We zijn hem nu aan het vullen. Het hele proces bestond uit de onderbouwing van het model, de omschakeling naar een nieuw computersysteem en ontwikkeling van de database door SpotOnMedics. De database zijn we nu aan het vullen en we doen visitaties bij elkaar.’

 

Nu kunt u het gesprek over de behandelingen gefundeerd voeren met de zorgverzekeraar?

‘We kunnen nu aan de hand van de data die er nu zijn, het één en ander bespreken. We hadden bijvoorbeeld een dame die veel met schouderklachten doet. Die zit in haar gemiddelde aantal behandelingen iets hoger dan anderen. Je kunt nu uit die database herleiden waarom dat zo is. Daar koppel je dan een diagnosecode aan en dan blijkt bijvoorbeeld dat ze heel gecompliceerde schouderklachten behandelt. Zij doet veel crisismanagement voor de orthopeed en zo krijgt zij de gecompliceerde schouders.'

 

'We hebben al verscheidene keren gehad dat we bijvoorbeeld met CZ  hebben overlegd over de behandelindex van Pietje. ‘”Die was heel erg hoog”, zeggen ze dan.  Dus toen zijn wij naar Pietje gegaan van hoe kan het nu dat jouw behandelindex hoog is? En dan kan hij dat uitleggen. We hebben onze database inmiddels beter op orde dan de zorgverzekeraar.’

 

Dit artikel verscheen in: MedischOndernemen 2 2019. Lees ook Gids door de wereld van big data

Foto: Claudia Kamergorodski
Geplaatst door: Martin Zuithof Martin Zuithof
Hoofdredacteur
Gerelateerde artikelen
Meest gelezen
Open modal