menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
5 september 2019

Huisarts ontvangt flinke fiscale naheffing voor coöperatieconstructie

Een recente publicatie van de Rechtbank Den Haag, naar aanleiding van een uitspraak op 15 mei 2019, heeft nog eens duidelijk gemaakt dat het van uitermate groot belang is welke ondernemingsvorm er wordt gekozen. Wanneer dit niet op een verstandige manier wordt ingevuld, kan dit tot forse naheffingsaanslagen leiden.
Huisarts ontvangt flinke fiscale naheffing voor coöperatieconstructie

Facturatie vanuit éénmanszaak en coöperatie aan diverse opdrachtgevers

In deze zaak was de situatie als volgt: een huisarts richtte samen met haar dochter een coöperatieve vereniging (hierna: coöperatie) op, waar vanuit zij de feitelijke huisartsenpraktijk runde. Naast de huisartsenpraktijk werkte de huisarts ook voor drie andere opdrachtgevers; de Stichting Beroepsopleiding Huisartsen, de lokale Huisartsenpost en een Buurtzorgpension. De huisarts factureerde haar uren aan de coöperatie en aan de andere opdrachtgevers vanuit haar eenmanszaak.

 

De huisarts (en haar adviseur) verklaarden aan de rechtbank hun keuze voor deze constructie vanuit het standpunt dat de coöperatie eigenlijk maar een ‘nutteloos’ vehikel was zonder werkelijke functie. Tevens voerden zij het argument op dat er nog andere opdrachtgevers in het spel waren naast de coöperatie.

 

Argumentatie tot rechterlijke uitspraak naheffing

Ondanks deze pleitbetuigingen verloor de huisarts in deze casus de rechtszaak van de Belastingdienst. Wat waren de twee doorslaggevende argumenten hiervoor?

 

  • Een coöperatieve vereniging is een geheel separate rechtsvorm (anders dan een vennootschap onder firma (vof) of een maatschap), met leden in plaats van eigenaren. Daarnaast is de coöperatieve vereniging zelfstandig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Er is ondubbelzinnig sprake van een aparte juridische entiteit (net als bij een persoonlijke BV), waarvan de huisarts ‘slechts’ lid was.
  • Hoewel de facturen aan de andere opdrachtgevers vanuit de eenmanszaak werden verstuurd, werden de betalingen verricht aan de coöperatie. Hieruit bleek niet duidelijk genoeg dat de werkzaamheden aan de andere opdrachtgevers volledig gescheiden waren van de coöperatie. 

Fiscale correctie zorgt voor aanzienlijke schadepost

De correctie van de Belastingdienst zal over een belastbaar inkomen van afgerond €  85.500 (2011), € 75.000 (2012), € 79.000 (2013), € 83.500 (2014) en € 88.600 (2015) plaatsvinden. Uit de uitspraak blijkt niet volledig wat de extra belasting is geweest, maar dit zal ten minste de ondernemersaftrek zijn (€ 2.500 – € 3.000 inkomstenbelasting per boekjaar). Tel daarbij de belastingrentes op (in totaal ruim € 7.000) en de schadepost is aanzienlijk.

 

Advies aan huisartsen: kies de juiste ondernemingsvorm

Het advies in deze zaak komt neer op; kies de juiste ondernemersvorm samen met een adviseur die fiscaal onderlegd is. De situatie en correctie hadden voorkomen kunnen worden  wanneer de huisartsenpraktijk als eenmanszaak was opgericht en dusdanig was gaan acteren.

 

Zelfs een vof/maatschap met de dochter had volstaan, al is de rol van de dochter niet beschreven in de casus (dit kan gevolgen hebben). Het zou niet voldoende zijn geweest om de betalingen van de overige opdrachtgevers via de eenmanszaak te ontvangen; dit is namelijk niet het enige criterium om werkelijke zelfstandigheid te bepalen.

 

Benieuwd naar welke ondernemingsvorm voor u fiscaal voordelig is? Vraag een vrijblijvend gesprek aan met onze adviseur bij Alexandré Finance.

Door Mark Paalman, directeur van Alexandré Finance. Foto: Shutterstock
Geplaatst door: Redactie MedischOndernemen Redactie MedischOndernemen
Redactie
Gerelateerde artikelen
Meest gelezen
Open modal