menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
1 februari 2017

Waarom u toch die zzp-modelovereenkomst moet gebruiken

Afgelopen december stelde staatssecretaris Wiebes de handhaving van de Wet DBA opnieuw uit tot (‘in ieder geval’) eind 2017. Wordt het gebruik van een modelovereenkomst bij het inhuren van een zzp’er daarmee minder urgent? Niet echt, want de modelovereenkomst dient nog een doel: voldoen aan een van de Wkkgz-eisen die sinds 1 januari geldt
Waarom u toch die zzp-modelovereenkomst moet gebruiken

Twee nieuwe wetten haalden in 2016 nogal wat overhoop: de DBA (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie), die de VAR verving, en de kwaliteitswet Wkkgz. Twee wetten, die volgens mijn eigen huisarts het afgelopen jaar als vervelende bromvliegen rond haar hoofd zoemden. Dat die twee wetten bij het inhuren van een zzp’er samenkomen, lijkt het allemaal nog complexer te maken. Samenwerkende zorgaanbieders moeten namelijk vanaf 1 januari dit jaar namelijk schriftelijk overeenkomen hoe zij hun Wkkgz-verplichtingen binnen die samenwerking invullen. Dat geldt ook voor de samenwerking tussen een praktijkhouder en een zzp-zorgverlener. Maar die complexiteit valt mee want met een goede zzp-modelovereenkomst voldoet u namelijk meteen ook aan die belangrijke Wkkgz-verplichting. Twee vliegen in een klap. 

 

Wkkgz samen invullen

Sinds 1 januari van dit jaar moeten samenwerkende zorgaanbieders schriftelijk vastleggen hoe zij de Wkkgz-verplichtingen van deze kwaliteitswet samen invullen. De praktijkhouder (als ‘instelling’) en de zzp’er (meestal ‘solistisch werkende zorgverlener’) hebben als zorgaanbieders immers ieder zelfstandig hun verantwoordelijkheden. Dat bleek overigens pas in de loop van 2016, na intensief overleg met VWS. Het ministerie legde dat eerder anders uit.  Maar oké, als beiden dan toch verantwoordelijk zijn, wie doet dan wat? Moet de zzp’er dan bijvoorbeeld ook een eigen incidentenregistatie bijhouden, of sluit hij aan bij die van de praktijkhouder? Platgezegd komt het er op neer dat het voor VWS niet uitmaakt hoe u de Wkkgz-verplichtingen invult, áls u ze maar invult. En als u maar vastlegt hoe u dat doet en het voor de patiënt altijd direct duidelijk is bij wie hij terecht kan.  

 

Niet iedere zorgaanbieder heeft scherp in beeld dat het verplicht is dit soort Wkkg-zaken op papier te zetten binnen een samenwerking tussen zorgverleners. Niet onlogisch, want alle aandacht gaat vooral uit naar de nieuwe klachtenregelingen en geschilleninstanties die ook vanaf 1 januari actief werden. Weet u nog precies hoe het zit met de Wkkgz? Dit filmpje legt het u in 3 minuten uit. 

 

Fiscale bril

Primair is het schriftelijk vastleggen van de gezamenlijke invulling van de Wkkgz-verplichtingen natuurlijk van belang voor het leveren van goede zorg aan de patiënt, het hoofddoel van de Wkkgz. Maar als we even de fiscale bril opzetten, dan is de wijze waaróp dat gebeurt van belang voor hoe de Belastingdienst de samenwerking bekijkt. Als een zzp’er alle verplichtingen en organisatie bij de praktijkhouder ‘dumpt’, draagt dit logischerwijs in de ogen van de Belastingdienst niet bij aan zijn zelfstandige positie. Zoveel mag duidelijk zijn.

 

Wkkgz-paragraaf

Bij het schrijven van de ‘Wkkgz-paragraaf’ in een modelovereenkomst wegen de opstellers goed af bij wie iedere verplichting wordt neergelegd. Daarbij moeten keuzes gemaakt worden. Zowel vanuit patiëntperspectief (gezondheidsrechtelijk), zelfstandigheidsperspectief (fiscaal) áls vanuit praktisch-organisatorisch oogpunt (werkbaarheid).

 

Meestal ziet de Wkkgz-paragraaf er als volgt uit (of iets wat daar vlakbij in de buurt ligt): ‘Direct patiëntgerelateerde zaken zoals het informeren van de patiënt over tarieven, kwaliteit, werkzaamheid en wachttijd, pakt de zzp’er zelf op. Voor een aantal praktisch-organisatorische zaken sluit hij aan bij hetgeen de praktijkhouder daarvoor heeft voorzien. Denk aan de interne incidentenregeling of meldingsprocedure van calamiteiten. Belangrijkste punten zijn het zelfstandig treffen van een klachtenregeling en het zelfstandig aansluiten bij een geschilleninstantie door de zzp’er.’

 

Modelovereenkomsten geactualiseerd

Veel modelovereenkomsten worden momenteel geactualiseerd volgens de laatste uitleg van de Wkkgz door VWS. Voor de meeste beroepsgroepen zijn deze modellen in januari beschikbaar gekomen of worden ze dat in februari. Houd de berichtgeving van uw beroepsorganisatie of de website van de Belastingdienst in de gaten voor de laatste stand van zaken.  Overigens: een goede samenwerkingsovereenkomst die op de beroepsgroep is afgestemd, kan sowieso geen kwaad. Daarin kunt u uw afspraken met een zzp’er, respectievelijk praktijkhouder, afgewogen vastleggen. Nog even los van het fiscale effect daarvan.  

 

Electoraal gewin?

En dan toch nog even dit: het nieuwe uitstel van de handhaving, waar gaat dat heen? Wiebes is van plan in de tweede helft van februari een brief te sturen naar de voormalige VAR-houders. Naar meer dan een half miljoen zzp’ers dus. Hierin zal hij de onrust en onzekerheid die de wet veroorzaakt ruimhartig benoemen. Overigens - en dat geef ik u op een briefje - zonder te refereren aan het feit dat dit vooraf eenvoudig te voorzien en dus te voorkomen was. Begin vórig jaar werden immers al de risicio’s luid en duidelijk benoemd. In november 2015 kondigde de staatssecretaris nog aan dat de Belastingdienst vanaf 1 januari dit jaar ‘correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen’ zou opleggen als er volgens de dienst sprake is van een dienstbetrekking zonder dat er loonheffingen zijn afgedragen. In de komende brief aan de zzp’er slaat Wiebes naar verwachting een veel vriendelijkere toon aan: alleen echte boeven hoeven zich op dit moment nog druk te maken, de ‘ernstige gevallen’ heten zij. In een nadere uitleg komen daarbij termen aan de orde zoals: opzet, fraude, listigheid, samenspanning en ernstige concurrentievervalsing. U, beste lezer, hoeft zich dus even niet druk te maken, ga ik vanuit.

 

Opdrachtgevers kunnen met een gerust hard zaken doen met zzp’ers. Aan Wiebes zal het niet liggen… En het kabinet gaat bekijken hoe het bepalen of er sprake is van loondienst beter kan. Of we het aangekondigde hoge tempo hiervan serieus moeten nemen, is overigens zeer de vraag.

 

En de voor een halfmiljoen zzp’ers geruststellende brief hierover komt dus pas tweeëneenhalve maand na het kamerdebat waarin de handhaving wederom werd uitgesteld, maar wel nét voor de Tweede Kamerverkiezingen. Of dat toeval is? Dat mag u zelf inschatten. 

 

Erik van Dam, senior adviseur  kennismanagement en netwerken bij VvAA Groep B.V

Geplaatst door: Maaike Heijltjes Maaike Heijltjes
hoofdredacteur
Gerelateerde artikelen
Meest gelezen