menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
18 november 2019

Imke Hornix (NVvPM): ‘Als beroepsvereniging voor praktijkmanagers zijn we nog nieuw’

Imke Hornix neemt binnenkort afscheid als voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Praktijkmanagers (voor de huisartsenzorg). De NVvPM bestaat bijna vijf jaar, telt zo’n 300 leden en staat op de kaart als beroepsorganisatie. ‘Dat een vereniging die belangen behartigt, ook geld kost, is voor veel praktijkmanagers nog wennen.’
Imke Hornix (NVvPM): ‘Als beroepsvereniging voor praktijkmanagers zijn we nog nieuw’

Zelf begon Imke Hornix haar loopbaan als praktijkmanager in 2006 bij een praktijk in het Brabantse Boxtel. ‘Ik kom uit een familie waarin veel mensen in de zorg werken. Ik werd destijds gevraagd een nieuwe huisartsenpraktijk te helpen runnen. Dat was vlak voor de invoering van de nieuwe Zorgverzekeringswet. Huisartsen kwamen er destijds achter dat het zorgstelsel veranderde en ze er allerlei taken bijkregen. Mijn praktijkhouders hadden dat heel goed door, ik nam ze allerlei praktijkwerk uit handen en zij konden zich op de patiëntenzorg richten. Zo konden ze elke dag gewoon om vijf uur naar huis.'

 

De meeste huisartsen deden zelf nog de hele bedrijfsvoering, herinnert Hornix zich. ‘Er waren nog maar weinig huisartsen die ook iemand hadden zoals ik. In de jaren daarna veranderden veel praktijken in hoog tempo en deden de praktijkondersteuners POH en GGZ hun intrede. Onze praktijk begon samen te werken met fysiotherapie, podotherapie en diëtisten. Ook de behoefte aan ondersteuning van de andere praktijken om ons heen groeide en mijn werk breidde zich verder uit.’

 

Hornix vertelt dat ze de NVvPM in 2014 oprichtte om de kennis over en erkenning van het beroep te vergroten. De vereniging telde in die tijd zo’n dertig leden. Dat aantal bleek nog te klein om als  gesprekspartner door de Landelijke Huisartsen Vereniging, de werkgeversorganisatie, serieus te worden genomen. ‘We waren zo naïef om te denken dat het ontstaan van onze functie er vanzelf toe zou leiden dat deze in de CAO zou komen. We wilden ook meer duidelijkheid en houvast over wat onze functie precies behelsde en wat onze positie in de praktijk zou zijn. Het eerste gesprek bij de LHV over de CAO herinner ik me nog goed. We werden vriendelijk te woord gestaan, maar ze maakten ons ook duidelijk dat ze ons als hobbyclubje zagen. De huisartsen zaten niet te wachten op meer functies in de CAO.’

 

Vanaf dat moment kreeg de NVvPM er een doel bij: opname in de CAO met een functiebeschrijving die recht deed aan het beroep praktijkmanager. ‘Vervolgens hielden we een serie ledenbijeenkomsten, waarin we met de leden opschreven wat onze functie precies behelsde. Daarnaast wilden we contact maken met andere spelers in het veld en de banden met andere CAO-partners versterken. De buitenwereld was nog zoekend naar wie die praktijkmanagers precies waren. Wij profileerden ons als dé beroepsvereniging van de praktijkmanagers in de huisartsenzorg. Met name Klara en ik hebben daarvoor heel wat gesprekken met NVVPO, NVDA, LHV en InEen gevoerd, om onze behoeften kenbaar te maken en hoe we elkaar konden helpen dit te bereiken.’

 

Voor veel praktijkmanagers zelf is het nog altijd nieuw dat er een beroepsvereniging bestaat, constateert Hornix. ‘Een vereniging die belangen aan de CAO-tafel behartigt en de samenwerking met andere verenigingen zoekt kost geld. Terwijl het voor de andere beroepen in de huisartsenpraktijk de normaalste zaak is dat er een vereniging is die dit voor je regelt. We krijgen dan ook wel eens van de leden terug dat er meer voor ze te halen is bij andere netwerken, en dat doet wel zeer. Mijn vraag is dan altijd of die andere verenigingen ook voor praktijkmanagers aan de CAO-tafel zitten in hun vrije tijd.’

 

De NVvPM telt inmiddels zo’n 300 leden. De hele beroepsgroep van praktijkmanagers in de huisartsenzorg bestaat volgens een schatting van het ministerie van VWS uit zo’n 3000 beoefenaren. De vereniging moet nu werk maken van de groei van de achterban, vindt Hornix. ‘Er is zoveel tijd gestoken in de onderhandelingen voor de CAO en het profileren van de vereniging naar de andere organisaties en zorgverzekeraars, dat de groei als vereniging en focus op de behoeften van de leden zelf, wel wat te verduren heeft gehad.’

 

De zorgverzekeraars weten de NVvPM inmiddels te vinden. ‘Ook door hen worden we erkend als beroepsvereniging en hebben we gesprekken gevoerd om tot een duidelijke lijn te komen. Er is een mijlpaal bereikt in de afgelopen periode: het beroep is in de CAO opgenomen en na veel onderhandelingen is het profiel op drie niveaus geplaatst. De samenwerking met de andere verenigingen loopt goed en er is een werkgroep om de visie Huisartsenzorg uit te werken ten aanzien van alle functies in de praktijk.’

 

Wat zijn de kansen voor de beroepsgroep met betrekking tot bijvoorbeeld 24 uurszorg, samenwerking met de tweede lijn en regionetwerken?

Hornix ziet zowel grote kansen in de samenwerking met andere verenigingen als de samenwerking met de andere beroepen zoals POH en huisarts. ‘Het uitwerken van de visie huisartsenzorg biedt een kans om aan het roer te staan bij dit soort nieuwe ontwikkelingen.’


Welke knelpunten zijn er nog bij de ontwikkeling van het beroep?
‘Het grootste knelpunt dat ik zelf altijd heb ervaren is dat de huisartsen erg gericht zijn op hun eigen praktijk en ook aan de praktijkmanager deze focus vragen. En dat terwijl veel problemen in de praktijk kunnen worden opgelost door breder te kijken en samen te werken. Daarnaast denk ik dat je een praktijk niet moet inrichten naar de financiering van de zorgverzekeraar op dat moment, maar dient te kijken naar de specifieke zorgvraag in je werkgebied, vanuit je eigen visie. De afgelopen jaren hebben we wel bewezen dat een goede praktijkmanager zichzelf dubbel en dwars terugverdient.’

 

Wat zijn je persoonlijke lessen uit de afgelopen periode?
‘Wat ik geleerd heb, is dat het wel goed komt als je het met de juiste intentie doet en open bent.  We zijn gestart met het doel een functieprofiel op één niveau in de CAO  te krijgen, het niveau waar op dat moment de meeste leden aan voldeden. Dat werd ons eerst kwalijk genomen door praktijkmanagers die boven of onder deze beschrijving werkten. Hierdoor ontstond er veel onrust, maar door open te zijn en de intentie elke keer duidelijk te maken, is het toch gelukt om de CAO te verrijken. Uiteindelijk zelfs met omschrijvingen op drie niveaus.’

 

Links: Nederlandse Vereniging van Praktijkmanagersen Klara Knapen: ‘Cao praktijkmanagers werkt aan alle kanten versterkend’  

Foto: Imke Hornix
Geplaatst door: Martin Zuithof Martin Zuithof
Hoofdredacteur
Gerelateerde artikelen