menu
Medisch Ondernemen
lid worden inloggen
12 februari 2020

Tandarts van de toekomst: Consultant in de high-tech mondzorghub?

De tandarts die een praktijk runt met een of twee kamers, spreekwoordelijk dag en nacht werkt en tot zijn pensioen in hetzelfde dorp actief blijft. Zo zag het leven van een tandarts er ooit uit. Anno 2019 is het model van de solopraktijk aangevuld met talloze andere vormen van praktijkvoering. Hoe ziet het tandartslandschap er over enkele decennia uit?
Tandarts van de toekomst: Consultant in de high-tech mondzorghub?

In MedischOndernemen magazine 4 2019 verscheen dit artikel 'Generalist én specialist in de hightech mondzorghub' met onder anderen Roy Koster, Otto Cazemier en Peter Koelewijn. Zie ook:


‘Over dertig jaar kun je nog steeds ondernemer worden, maar dan vooral in een andere vorm’, voorspelt Jan Willem Vaartjes, voorzitter van ANT-tandartsen en zelf tandarts/implantoloog in Utrecht. ‘Ik zie een grote groepspraktijk die gerund wordt door een of twee eigenaren, met daaromheen kleinere preventieloketten, als dé bedrijfsvoering van de toekomst.’ 

 

Een eigen praktijk runnen is sowieso niet meer voor iedereen weggelegd. Daarbij wíl ook niet iedereen dat, zeker de jongere generatie niet. Vaartjes: ‘Steeds meer tandartsen willen in deeltijd werken, terwijl je als praktijkeigenaar minimaal vier dagen actief moet zijn. Het gros denkt: ik wil mijn werk als tandarts doen, ik wil ontzorgd worden en ik wil maximaal drie praktijkdagen per week werken. Daarom kiezen deze tandartsen er vaker voor om als zzp’er aan de slag te gaan. Voor mijn generatie (Vaartjes is 45, MvB) was fulltime werken nog de norm, dat geldt niet meer voor de generaties na ons.’ 

 

Marktontwikkelingen 

Daarbij zijn de ontwikkelingen in de markt dusdanig dat jonge ondernemers het moeilijk hebben om überhaupt een eigen praktijk te starten. ‘Het is lastig om vanuit het niets een praktijk op te zetten, dus je bent als dertiger aangewezen op een bedrijfsovername. Het is nu zo dat praktijkeigenaren die met pensioen gaan vaak een hoger bod krijgen van een keten dan een solist zou kunnen betalen. Dat baart ons zorgen. We zien wel een kentering: ketens lijken soms te veel betaald te hebben en komen niet meer uit. Wellicht leidt dat tot een reboundeffect en stijgen de kansen voor jonge tandartsen die een praktijk willen beginnen.’ 

 

Ook Wolter Brands, voorzitter van KNMT, ziet in de toekomst het aantal praktijkeigenaren verder afnemen. ‘Steeds meer tandartsen willen zorg verlenen binnen de praktijk van een ander. Het voeren van een eigen praktijk is complexer geworden, omdat het steeds meer inzet vraagt náást de behandeling van patiënten. Daartegenover staat een toenemende samenwerking tussen tandartsen, gedifferentieerde tandartsen, orthodontisten, mondhygiënisten en preventieassistenten. Die multidisciplinaire samenwerking is een positieve ontwikkeling waar wij groot voorstander van zijn.’ 

 

Mondzorghub 

De ‘mondzorghub’ waar patiënten terecht kunnen voor alle mogelijke mondzorgbehandelingen, als model van de toekomst. Met de kanttekening dat minimaal één tandarts mede-eigenaar is, vindt Vaartjes. ‘Het gaat nog steeds om de kwaliteit van de tandheelkunde, die je met nieuwe technieken en nieuwe werkwijzen kunt vergroten. Die je als tandarts of zorgprofessional uitprobeert vanuit een intrinsieke motivatie om de patiënt zo goed mogelijk te helpen. Dát is slim ondernemen. En niet door het inkopen van de goedkoopste middelen.’ 

 

Brands: ‘Slim ondernemen is oog hebben voor de wensen van de patiënt, voor hun veranderende zorgbehoefte, voor nieuwe inzichten in zowel de zorg die je verleent als de manier waarop je dat doet. En vooral door zo flexibel te zijn dat je kunt reageren op veranderingen in de inhoud van je zorg en in je organisatie.’ 

 

Die flexibiliteit is ook nodig, vinden beiden, omdat de taken van bijvoorbeeld mondhygiënisten en preventieassistenten nog meer zullen opschuiven in de richting van de tandarts zelf. Brands: ‘De mondhygiënist blijft een belangrijke rol spelen, omdat preventie alleen maar belangrijker wordt binnen de mondzorg. We moeten zien te voorkomen dat we opschuiven van preventie naar curatie, dat is het paard achter de wagen spannen.’ Vaartjes: ‘Nu zijn de praktijken vaak al ingericht met een paar stoelen puur voor preventie. Die scheiding tussen preventie en curatie wordt alleen maar sterker de komende jaren.’ 

 

Technologie 

Vaartjes doelt op de komst van allerlei technologische vernieuwingen waardoor tandartsen steeds meer taken kunnen overlaten aan preventieassistenten en mondhygiënisten. ‘Over tien jaar kunnen we veel zaken die subjectief zijn, zoals goed poetsen of het signaleren van slijtage, objectiveren met diagnostische apparatuur. Je ziet dan bij een controle op een scan waar plak zit, hoe zich dat verhoudt tot een half jaar eerder en of er dus sprake is van slijtage. Of je bepaalt met behulp van een 3D-model de mate van tandvleesontsteking.’ 

 

‘Door de komst van deze apparatuur kunnen assistenten of mondhygiënisten deze taken perfect overnemen. Eventueel in aparte preventieloketten die de mondhygiënisten zelf kunnen runnen. Een tandarts hoeft dan niet meer lijfelijk aanwezig te zijn, wel is hij bereikbaar via telecommunicatie.’ 

 

Meer dan een doorgeefluik 

Wat de rol van de tandartspracticus wordt, als hij steeds meer taken zal afstoten, terwijl het aantal gedifferentieerde tandartsen binnen een groepspraktijk toeneemt? ‘Het is een uitdaging om die rol als coördinerend zorgverlener goed vorm te geven, zodat hij meer is dan alleen een doorgeefluik’, geeft Vaartjes toe. ‘Zelf werk ik een dag als tandartspracticus en twee dagen als implantoloog. Ik verwijs door naar tandartsen en specialisten, maar patiënten blijven met hun gebit en hun zorgen bij mij komen. Die rol kun je dus pakken.’ 

 

Brands ziet nog een rolverschuiving: ‘Met een sterk vergrijzende bevolking, met steeds meer mensen met eigen tanden, met een toenemend aantal chronisch zieken en toenemend medicijngebruik is het essentieel dat de tandarts óók toegerust is met grondige kennis over ziektes en aandoeningen. De tandarts van de toekomst is als specialist op het gebied van mondgezondheid onlosmakelijk verbonden met de zorg. Een specialist dus die uit de eigen bubbel is gekomen.’ 

 

In MedischOndernemen magazine 4 2019 verscheen dit artikel 'Generalist én specialist in de hightech mondzorghub' met onder anderen Roy Koster, Otto Cazemier en Peter Koelewijn. Zie ook:


Geschreven door Marielle van Bussel 

Foto: Shutterstock
Geplaatst door: Redactie MedischOndernemen Redactie MedischOndernemen
Redactie
Gerelateerde artikelen
Open modal